Het koude metaal van de loop van het vuurwapen glansde in het schijnsel van de knipperende servers. De man in het uniform – zijn naamplaatje vertoonde de naam Van Dijk – keek ons aan met een mengeling van ongeloof en ijskoude vastberadenheid. Hij was geen simpele technicus; hij maakte deel uit van dezelfde organisatie als de mannen in de pakken.
"Jullie hadden nooit uit die cabine mogen komen," zei Van Dijk met een kalme, monotone stem die griezelig afstak bij de lawaaierige achtergrond van de motoren. "De orders waren duidelijk. Elena Vance bestaat niet meer. Haar dossier is gesloten en het budget voor haar verdwijning is allang afgeschreven. Waarom moest je zo nodig opvallen, mevrouw Vance?"
Elena stond stokstijf achter me, haar ademhaling stokte in haar keel. Ze greep de stof van mijn jas vast. "Je weet drommels goed waarom," bracht ze uit, haar stem trillend van opgekropte woede en angst tegelijk. "Omdat jullie niet alleen mij wilden laten verdwijnen. Jullie wilden het bewijs vernietigen van wat er op die vlucht van zes jaar geleden is gebeurd. Dezelfde methode, dezelfde route, dezelfde schimmige operatie."
Mijn hoofd tolde. Zes jaar geleden... een andere vlucht? Was er toen ook al zoiets gebeurd? Ik keerde me half naar Elena toe, maar Van Dijk onderbrak ons met een scherpe beweging van zijn wapen.
"Geen beweging meer," snauwde Van Dijk, terwijl hij een stap dichterbij deed. "De vlucht naar Lissabon is slechts een dekmantel. Dit vliegtuig landt straks helemaal niet in Portugal. De route is omgelegd naar een afgelegen militaire basis op de Azoren, waar de zaak definitief kan worden opgelost. Zonder getuigen."
Die woorden sloegen in als een bom. Ons vliegtuig was gekaapt. Niet door terroristen met politieke motieven, maar door een schimmige elite-eenheid binnen het eigen systeem, om een ongemakkelijke waarheid voorgoed te begraven. En ik – een doodgewone passagier die simpelweg van stoel had geruild uit medelijden – zat tot mijn nek in dit web van verraad.
Plotseling hoorden we geluid van boven. Het luik waar we zojuist door naar binnen waren gekropen, werd met grof geweld opengebroken. De zware voetstappen van de lange man en zijn handlanger weerklonken in de metalen schacht. Ze kwamen eraan. We zaten in de val: voor ons een bewapende handlanger in uniform, achter ons de meedogenloze achtervolgers.






