Het vliegtuig maakte een abrupte duikvlucht, hoewel deze subtiel genoeg was om de meeste passagiers in een halve slaap te houden, maar heftig genoeg om iedereen in rep en roer te brengen. De stewardessen begonnen door de gangpaden te haasten, hun stemmen bezorgd en luid door de microfoon: "Blijf alstublieft allemaal op uw stoel zitten, maak uw riemen vast, we ervaren een tijdelijke technische storing!"
Maar de twee mannen in de pakken lieten zich door de commotie niet van de wijs brengen. Terwijl de crew druk was met het kalmeren van de passagiers, herpakten de achtervolgers zich razendsnel. Ze zetten de aanval in. De lange man maaktestrakke handgebaren naar zijn handlanger en begon zich opnieuw door het gangpad naar onze rij te worstelen.
"Nu!" riep Elena. Ze sprong op uit de stoel, met een snelheid die ik niet van haar had verwacht na urenlange verstijving van angst. Zonder achterom te kijken stoof ze naar voren, richting de galley bij de eerste klas, daar waar het gordijntje de servicekeuken scheidde van de passagiersruimte.
Mijn spieren reageerden sneller dan mijn verstand. Ik sprong over mijn stoel en volgde haar in volle vaart, terwijl ik achter me de stem hoorde van de man in het donkere pak die tierde: "Halt! Houd ze tegen!" Maar de chaos in het gangpad – waar passagiers overeind schoten en stewardessen probeerden de orde te bewaren – werkte in ons voordeel.
We doken de galley in. De kleine ruimte rook naar koffie, plastic en recirculatielucht. Elena aarzelde geen moment. Ze trok een zware servicewagen opzij die tegen een metalen wand stond geparkeerd, en onthulde daar een verborgen, laag luik in de vloer dat normaal gesproken werd gebruikt voor onderhoud aan de bekabeling of het nood-evacuatievlot. Met een kracht die haar slanke postuur loochende, trok ze aan de metalen ring. Het luik klikte open en onthulde een pikdonkere, smalle schacht die naar beneden leidde, ergens in de ingewanden van het gigantische vliegtuig.
"Naar binnen!" snauwde ze, terwijl ze zelf al met haar benen naar beneden gleed.
Boven ons hoorden we het gestommel van de achtervolgers. De lange man verscheen in de opening van de galley, zijn gezicht vertrokken van blinde woede. Zijn ogen schoten naar ons toe net op het moment dat ik mijn benen in de schacht liet zakken en het luik achter me dicht trok. Het laatste wat ik zag voordat de duisternis me opslokte, was de ijzeren vuist van de man die neerkwam op de metalen rand van de opening.






