De woorden van de man sneden door de koele cabinelucht heen. Elena – want ik bleef haar in gedachten bij die naam noemen – rilde hevig van top tot teen. Ze drukte zich zo diep mogelijk weg tegen de wand van het vliegtuig, alsof ze door de buitenste huid van de Boeing wilde smelten om te ontsnappen aan de blik van de vreemdeling.
"Ik ken u niet," hoorde ik mezelf plotseling zeggen, tot mijn eigen verbazing. Mijn stem klonk verrassend vastbesloten, ondanks het feit dat mijn hart in mijn keel bonstte. "Deze dame zit hier nu op mijn uitnodiging. Ze heeft aangegeven dat ze met rust gelaten wil worden. Als u nog één stap dichterbij komt, haal ik de hoofdsteward erbij."
De lange man trok zijn wenkbrauw op. Zijn ogen vernauwden zich tot spleetjes en hij keek me aan alsof ik een insect was dat hij met een simpele beweging kon verpletteren. Achter hem kwam de andere man – degene die haar aanvankelijk in de gaten hield – langzaam overeind uit zijn stoel. De twee mannen vormden een tangbeweging. Ze hadden alles van doen met een georganiseerde operatie; hun bewegingen waren te gecoördineerd, te kalm en te professioneel voor gewone reizigers.
"Vriend," zei de lange man met een lage, dreigende ondertoon, "je hebt geen flauw idee waar je je mee bemoeit. Dit is geen ruzie tussen echtgenoten. Dit is een zaak van nationale veiligheid. Dus ik raad je ten zeerste aan om je mond te houden, naar je eigen schermpje te staren en te doen alsof je niets hebt gezien. Anders zou deze vlucht wel eens een heel ongelukkige landing kunnen maken."
Die laatste zin klonk niet als een metafoor. Het klonk als een regelrechte doodsbedreiging. De kou die door het vliegtuig waaide leek uit de muren zelf te komen. Om ons heen leefden de passagiers nog steeds in hun kunstmatige cocon van onverschilligheid; niemand durfde zijn ogen te openen, niemand durfde te reageren op de naderende confrontatie. De angst in de cabine was tastbaar geworden, een dikke, verstikkende mist die elke hoop op hulp van buitenaf verstikte.
Toch gebeurde er iets onverwachts. Voordat de lange man ons kon grijpen, flakkerden de lichten in het plafond van de cabine fel op en begonnen ze daarna ritmisch te knipperen. Een scherpe trilling ging door het hele casco van de Boeing 777. De motoren leken even in toerental te dalen, waardoor een lichte gewichtsloosheid ontstond die menigeen deed opschrikken. Boven de intercom klonk het geruis van statische elektriciteit, gevolgd door een dringend en verontrustend geluid.
De piloten hadden een noodsignaal afgegeven, of er was iets mis met de systemen van het vliegtuig. De lange man en zijn handlanger werden door de plotselinge schok uit balans gebracht en moesten zich vastgrijpen aan de bagagerekken boven onze hoofden. Het moment bood ons een fractie van een seconde de kans om te handelen. Elena greep mijn arm vast en fluisterde met een intens en onwrikbaar besluit: "We moeten naar de bagageruimte onder de cabine... er is een onderhoudsluik achter de pantry. Nu het kan!"






