De gedempte knal weerkaatsende in de kleine cockpit. De kogel raakte de rand van de stuurkolom met een harde vonkenregen. De schrik deed de man in het pak aarzelen, precies lang genoeg voor Elena om zich op hem te storten. Ze ramde haar elleboog met volle kracht tegen zijn borst, waardoor hij achterover sloeg tegen de instrumentenpanelen en het mes uit zijn hand glipte.
Maar de chaos in de cockpit had fatale gevolgen voor de besturing van de Boeing. Door de worsteling werd de stuurkolom bruusk naar voren geduwd. Het vliegtuig maakte een abrupte, angstaanjagende neusduik. De waarschuwingsalarmen begonnen luid en schel te loeien: “PULL UP! PULL UP! STALL WARNING!”
Rode lichten flitsten in onze ogen. Buiten zagen we door de voorruit de woeste golven van de Atlantische Oceaan angstaanjagend dichtbij komen; de witte schuimkoppen van de golven leken ons tegemoet te stormen in de duisternis. We bevonden ons op nog nog geen duizend meter hoogte en de daling ging razendsnel.
"Pak het stuur!" schreeuwde Elena, terwijl ze met al haar gewicht probeerde de man in het pak tegen de grond te drukken.
Ik liet het wapen vallen, greep met beide handen de stuurkolom van de co-piloot vast en trok met al mijn kracht naar achteren. Mijn armspieren brandden, het zweet stroomde over mijn gezicht, en mijn adem stokte in mijn keel. De neus van de gigantische machine begon tergend langzaam te reageren. De instrumenten gaven aan dat we de daling wisten te stabiliseren, net op het moment dat de opspattende mist van de oceaan tegen de ruiten sloeg.
Met een gigantische krachtsinspanning trok ik het vliegtuig weer omhoog, de wolken in, weg van de dodelijke afgrond. De alarmen verstomden langzaam en het monotone gebrom van de motoren keerde terug naar een stabiel toerental. We hadden het gered. We vlogen weer horizontaal.
De man in het pak lag bewegingloos op de vloer van de cockpit, knock-out geslagen door een ongelukkige val tegen de stuurconsole. De gezagvoerder begon langzaam weer bij bewustzijn te komen en schudde beduusd zijn hoofd.






