De nasleep van de vergadering duurde weken. Het bedrijf werd onder curatele gesteld door de fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD), en de corrupte commissarissen werden een voor een gearresteerd op verdenking van grootschalige fraude en witwassen. Rutger werd vanuit het ziekenhuis direct overgebracht naar een streng beveiligde detentiecel in afwachting van zijn proces voor poging tot doodslag op zijn broer en brandstichting.
Ik had me teruggetrokken in een klein hotel in Deventer terwijl het buitenhuis aan het meer werd gerepareerd en schoongemaakt. De rooklucht hing er nog steeds een beetje, maar de muren stonden nog overeind. Pieter had zich tijdelijk gevestigd in een van de gastenverblijven op het landgoed, waar we urenlang spraken over de toekomst van het bedrijf en de erfenis die we wilden herstructureren tot een legitiem fonds voor sociale woningbouw in de regio.
Op een stormachtige avond zat ik bij de open haard in de herbouwde bibliotheek. De vlammen knetterden rustig, heel anders dan de vernietigende vuurzee van weken geleden. De deur ging open en Pieter stapte naar binnen met twee glazen cognac in zijn hand.
"Het vonnis is uitgesproken," zei hij terwijl hij een glas naar me toe schchoof. "Rutger heeft twintig jaar cel gekregen voor meervoudige poging tot moord, fraude en brandstichting. De rechter noemde het een schoolvoorbeeld van hebzucht en moreel verval binnen een geprivilegieerde elite."
Ik nam het glas aan en nam een kleine slok. De alcohol brandde aangenaam in mijn keel. "En de familie?"
"De familie is verspreid en geruïneerd," lachte Pieter bitter. "Ze hebben geen cent meer over om hun advocaten te betalen. Ze zijn verplicht om eerlijk werk te zoeken, iets wat ze in hun hele leven nog nooit hebben gedaan."
Ik keek naar het vuur en dacht aan de dag van de begrafenis. Hoe ik in het rood door het middenpad van de kerk liep, als een levende aanklacht tegen een familie die dacht dat ze onaantastbaar waren. De rode jurk hing inmiddels in de kast, niet meer als symbool van rebellie, maar als een herinnering aan de overwinning van de waarheid op de leugen.
"Wat ga je nu doen, Pieter?" vroeg ik zacht. "Blijf je hier?"
"Nee," antwoordde hij glimlachend. "Dit landgoed is van jou, en het bedrijf ook. Ik heb mijn wraak gehad, en de schuld is ingelost. Ik denk dat ik terugga naar Friesland, naar het water. Daar vind je de enige rust die er toe doet."






