Ik staarde naar de man die voor mij stond, de vermeende dode broer wiens schaduw al twintig jaar over de familie hing. De wind gierde om het kleine huisje aan de dijk, alsof de natuur zelf de spanning wilde onderstrepen.
"Je leeft," zei ik, hoewel het meer een constatering dan een vraag was. "Rutger dacht dat je dood was. Helena wist wel beter, daarom stuurde ze je al die jaren geld."
Pieter draaide zich langzaam om, zijn gezicht getekend door de decennia van isolement en bitterheid. "Helena stuurde me geen geld uit liefde, mijnBeste," zei hij met een scherpe glimlach. "Het was zwengeld. Ze betaalde me om mijn mond te houden over het ware karakter van ons familiebedrijf. Wist je wel waar dat fortuinen vandaan komt? Niet van legale textielhandel of vastgoed, zoals de buitenwereld denkt. Onze grootvader handelde tijdens de oorlog met de vijand, en mijn vader heeft dat imperium uitgebouwd op witwaspraktijken en corruptie met lokale bestuurders in Overijssel."
Ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken. "En Rutger? Wat wist Rutger hiervan?"
"Rutger wist alles," zei Pieter bitter. "Sterker nog, Rutger was degene die mij destijds saboteerde op het water. Hij wilde de enige erfgenaam zijn. Hij dacht dat hij mij had vermoord. Maar ik wist op het laatste moment uit de zinkende boot te komen en ben naar Friesland gezwommen. Ik heb mijn eigen dood in scène gezet met de hulp van een corrupte lijkschouwer die door onze moeder werd betaald. Helena wilde geen schandaal in de pers, dus hield ze ons allebei in de gaten: Rutger als de opvolger die ze diep van binnen minachtte, en mij als de verborgen getuige in de marge."
"En nu Helena dood is," zei ik, de puzzelstukjes in mijn hoofd op hun plaats vallend, "valt het hele kaartenhuis in elkaar. Rutger probeerde het testament te vervalsen en het huis plat te branden om te verbergen dat hij de bankrekeningen had leeggeroofd. Maar hij wist niet dat jij nog leefde en dat het testament mij alles heeft nagelaten."
Pieter liep naar een oude houten tafel en schonk twee bekers sterke zwarte koffie in. Hij schoof er één naar mij toe. "Jij hebt nu de macht, schoondochter. Jij bezit het land, de aandelen en de schulden. Maar weet wel: wie aan het hoofd staat van de familie De Witt, erft niet alleen het geld. Je erft ook de vijanden die mijn moeder en broer door de jaren heen hebben gemaakt."
"Wat stel je voor?" vroeg ik, terwijl ik de warme beker vasthees om mijn koude handen te verwarmen.
"Dat we samenwerken," zei Pieter koel. "Rutger ligt in het ziekenhuis, maar hij zal ontwaken. En als hij ontwaakt, zal hij proberen om je te vernietigen om zijn huid te redden. Hij heeft nog vrienden bij de politie en in de politiek in Deventer. Als we hem willen stoppen voordat hij ons allemaal ten onder brengt, moeten we hem uitschakelen met zijn eigen wapens."
De woorden van Pieter hingen zwaar in de ruimte. Ik besefte dat ik op een kruispunt stond. Ik kon terugkeren naar Deventer, afstand nemen van alles en verdwijnen met het geld. Of ik kon ingaan op het aanbod van deze 'dode' zwager en de ultieme oorlog ontketenen tegen de man met wie ik mijn leven had gedeeld.






