De Vrouw in het Rood
News Story

De Vrouw in het Rood

7 weergaven

Twee dagen na mijn bezoek aan Hindeloopen ontving ik een verslag van de behandelend arts in het St. Geertruid Ziekenhuis. Rutger was ontwaakt uit zijn coma. Hij sprak nog warrig, maar zijn geheugen kwam snel terug. De politie had al een bewaker voor zijn deur geplaatst vanwege verdenking van brandstichting en fraude, maar hij mocht nog geen bezoek ontvangen, behalve van zijn wettelijke echtgenote.

Die middag reed ik terug naar Deventer. De stad lag gehuld in een kille herfstmist die de historische gevels in een spookachtige waas hulde. Toen ik de ziekenhuiskamer binnentrad, rook het er naar antiseptische zeep en bloedeigen angst. Rutger lag rechtop in het bed, zijn gezicht bedekt met brandwonden en zijn armen in het verband. Zijn ogen schoten naar de deur toen ik binnenkwam; ze stonden bol van wanhoop en sluwheid.

"Je bent er," zei hij met een schorre, beschadigde stem. "Ik dacht dat je me zou laten wegrotten na alles wat er is gebeurd."

Ik trok een stoel naar voren en ging tegenover hem zitten, mijn rode jas over mijn schouders latend hangen als een schild. "Waarom zou ik je laten wegrotten, Rutger? Je bent tenslotte nog steeds mijn man. Of althans, juridisch gezien wel."

Hij lachte bitter, wat direct overging in een pijnlijke hoestbui. "Je hebt alles gekregen, hè? Het huis ligt in puin, de bankrekeningen zijn bevroren door de notaris, en mijn moeder heeft me vanaf haar sterfbed uitgekotst. Ben je tevreden nu? Heb je gekregen waar je op hoopte toen je in die verdomde rode jurk naar haar begrafenis liep?"

"Die jurk was geen provocatie, Rutger," zei ik zacht, met een ijzingwekkende kalmte. "Het was een herinnering aan wat je hebt gedaan. Aan wat jullie allemaal hebben gedaan. Ook aan Pieter."

Rutger schrok zo hevig dat de hartmonitor naast zijn bed een serie snelle piepjes begon uit te zenden. Zijn ogen puilden uit zijn kassen. "Pieter...? Wat weet jij van Pieter? Pieter is dood! Dat is twintig jaar geleden gebeurd!"

"Dood?" hoonde ik, terwijl ik voorover leunde. "Is hij dood, Rutger? Of heb je destijds gefaald toen je zijn boot probeerde te laten zinken?"

De kleur trok volledig weg uit zijn verbrande gezicht. Hij begon te beven, zijn lippen trilden terwijl hij naar adem hapte. "Nee... nee, dat kan niet. Hij is gezonken. Ik heb de schroef horen breken... Ik heb hem nooit meer gezien..."

"Hij leeft, Rutger," zei ik genadeloos. "En hij weet alles van de vervalste handtekeningen, de witwaspraktijken en de chantage. De politie heeft zijn dossier nu ook. Je kunt nergens meer heen."

Rutger sloeg zijn handen voor zijn gezicht en begon te snikken, niet van berouw, maar van pure, ongekende angst. "Help me," fluisterde hij door zijn vingers. "Alsjeblieft. Als we samenwerken, kunnen we de boel redden. Ik weet waar de zwarte fondsen zijn verborgen. We kunnen vluchten naar Zuid-Amerika."

"Ik ga nergens heen met jou," zei ik opstaand en mijn jas rechtzettend. "En je zult voor alles betalen wat je hebt verpest."

Terwijl ik de kamer uitliep, hoorde ik hem achter me schreeuwen, een wanhopig dier in het nauw gedreven. Maar ik wist dat dit pas het begin was. De echte storm moest nog losbarsten over Deventer.