Deel 13: De Nieuwe Horizon
De lente diende zich aan in al haar glorie. De tulpen bloeiden langs de grachten van Delft, en de terrassen stroomden weer vol met mensen die genoten van de milde zon. In het appartement van Sarah hing de geur van vers schildersdoek en bloeiende hyacinten. Ze had haar eigen kunstgalerie geopend in een historisch pand vlak bij de Oude Kerk, een lang gekoesterde droom die eindelijk werkelijkheid was geworden.
Ik stond op een zaterdagmiddag in haar galerie toen de deur openzwaaide en een bekende stem klonk. Rechercheur de Jong liep binnen, ditmaal in burger, met een kleine glimlach om zijn mond.
"Ik zie dat alles hier op rolletjes loopt," zei hij goedendag zeggend terwijl hij rondkeek naar de kleurrijke schilderijen aan de muren.
"Absoluut," antwoordde ik, terwijl ik hem een kop koffie aanbood. "De rust is definitief teruggekeerd."
"Goed om te horen," zei hij. "Het dossier is inmiddels gesloten. De laatste rekeningen op de Antillen zijn leeggehaald en verdeeld onder de slachtoffers. Wat de familie Prins betreft: die horen we voorlopig niet meer terug."
Het voelde surrealistisch om te bedenken hoe ver we waren gekomen sinds die donkere herfstavond in de feestzaal, waar mevrouw Prins mij met die zwarte microfoon en die dikke witte envelop in de hoek had gedreven. Die envelop had het begin kunnen zijn van onze ondergang, maar dankzij een kordaat besluit in een fractie van een seconde was het juist het startpunt geworden van onze redding.
Sarah liep naar ons toe met een kop koffie in haar hand, haar ogen straalden van geluk. Er was geen schaduw meer te bekennen, alleen de heldere belofte van een nieuwe toekomst.






