deel 7: Het Masker Valt Af
De deur van de geheime ruimte zwaaide volledig open en in de deuvels verscheen niet alleen rector De Witt, maar ook een lange, statige man met zilvergrijs haar en ijsblauwe ogen die angstaanjagend veel leken op die van Sophie. Het was Victor van der Weyden, Sophie's vader en de machtigste man van de raad van toezicht van de school. Achter hen liep Sophie zelf, triomfantelijk glimlachend, alsof ze een ongrijpbare buit hadden binnengehaald.
"Elena, Elena, Elena," zei Victor met een diepe, kalme stem die door de marmeren ruimte galmde. Hij liep langzaam naar me toe, alsof hij een roofdier was dat zijn prooi in de val lokte. "Je hebt meer doorzettingsvermogen dan je moeder. Dat moet ik je nageven. Maar je bent net zo naïef als zij was toen ze dacht dat ze ons imperium kon neerhalen met een paar stukjes papier." Ik hield mijn rug recht, drukte de ordner strak tegen mijn borst en keek hem recht in de ogen.
"Mijn moeder is hier niet zomaar verdwenen, hè?" vroeg ik, mijn stem klonk scherp en onbevreesd in de grote ruimte. "Jullie hebben haar mond doodgeslagen omdat ze weigerde mee te werken aan jullie fraude." Rector De Witt keakte ongemakkelijk weg en keek naar de grond, maar Victor van der Weyden glimlachte slechts minachtend. "Doodgeslagen? Wat een melodramatisch onzin, meisje. Je moeder kreeg destijds een flinke som geld en een enkeltje naar het buitenland om te verdwijnen, nadat we haar hadden laten inzien dat vechten tegen een systeem groter dan jezelf zinloos is. Ze koos voor haar leven in plaats van voor haar idealen."
"Dat is een leugen!" riep ik uit, terwijl ik de ordners op de tafel smeet. "De dagboeken vertellen een heel ander verhaal! Ze wist dat jullie de levens van honderden leerlingen in gevaar brachten door die oostvleugel te bouwen op een instabiele fundering!" Sophie stapte naar voren, haar ogen vernauwd tot spleetjes. "En wat denk je dat de politie daarmee gaat doen, beurskind?
Denk je dat iemand ons gelooft? Mijn familie bezit de helft van de rechtbanken in dit land, en deze school is al honderd jaar onaantastbaar. Je staat hier helemaal alleen." Ze had gelijk; in deze ondergrondse kelder, ver weg van de buitenwereld, leek de wet niet te bestaan. Ze hadden de touwtjes overal in handen. Maar wat ze niet wisten, was dat ik al lang had nagedacht over dit moment.
Terwijl ze bezig waren met hun psychologische spelletjes, hield ik mijn hand stiekem achter mijn rug, waar mijn telefoon verborgen zat met de livestream ingeschakeld, direct verbonden met de grootste onafhankelijke onderzoeksredactie van het land en gekoppeld aan een cloud-back-up die elke seconde alle documenten en hun bekentenissen live uploadde naar de openbaarheid. "U vergist zich, meneer Van der Weyden," zei ik met een glimlach die hen zichtbaar aan het twijfelen bracht. "De buitenwereld kijkt nu live mee."






