deel 10: De Puinhopen van het Privilege
De volgende ochtend was het Sint-Ignatius College niet meer het ongenaakbare bastion van weleer. De poorten werden overspoeld door journalisten, camera's en woedende ouders die antwoorden wilden over de veiligheid van hun kinderen en de corruptie binnen het schoolbestuur. De vlaggen van de prestigieuze instelling hingen halfstok, niet uit rouw om een verlies, maar uit pure schaamte over de schandalen die nu onverbiddelijk op straat lagen.
Terwijl ik door de hoofdingang liep, merkte ik dat de dynamiek in de gangen volledig was omgeslagen. De leerlingen die me gisteren nog met minachting aankeken of zwegen uit angst voor Sophie en haar kliekje, bogen nu respectvol hun hoofd of keken beschaamd naar de grond. Sophie was nergens te bekennen; haar ouders hadden haar onmiddellijk van school gehaald en waren verwikkeld in een web van strafrechtelijke onderzoeken naar fraude, omkoping en het in gevaar brengen van de openbare veiligheid.
Rector De Witt was per direct uit zijn functie onttheven en zat vast voor medeplichtigheid aan de cover-up rond de verdwijning van mijn moeder. Ik liep naar de oostvleugel, waarvan de zware deuren nu wijd openstonden voor de technische recherche en bouwexperts die de constructiefouten kwamen inspecteren. Op de muur waar twintig jaar lang de naam van mijn moeder in de schaduw had gestaan, hing nu een felgekleurd politielint, maar ik wist dat haar naam weldra in ere zou worden hersteld.
Ik haalde het dagboek uit mijn tas, sloeg de bladzijde om naar de allerlaatste notitie en las de woorden die ze ooit had opgeschreven voor de toekomst: 'Gerechtigheid laat zich misschien tijdelijk verbergen in de schaduw, maar ze verliest nooit haar kracht.'






