deel 4: Gevangen in het Web van de Elite
"Je bent echt een stuk dommer dan ik dacht, Elena," zei Sophie met een snerpende, triomferende stem. Ze leunde nonchalant tegen de deurpost, haar armen over elkaar geslagen, terwijl haar scherpe ogen het metalen kistje en de opengebroken lades op het bureau scanden. "Dacht je echt dat de oostvleugel zomaar gesloten was? Mijn opa heeft dit hele gebouw ontworpen.
Er is geen hoekje hier dat voor ons verborgen blijft." Mijn spieren spanden zich onmiddellijk aan. Ik liet de dagboeken van mijn moeder langzaam in mijn tas glijden, terwijl ik Sophie scherp in de gaten hield. "Dus jij en je familie wisten er al die tijd van," zei ik met een stem die trilde van onderdrukte woede. "Jullie wisten dat mijn moeder de waarheid ontdekte over de constructiefouten en jullie hebben haar mond dood gezwegen." Sophie lachte luid en hard, een geluid dat akelig galmde in de lege, stoffige ruimte.
"Dood gezwegen? Wat een dramatisch geklets uit een goedkope soap, beurskind. Ze is destijds gewoon gevlucht omdat ze de druk niet trok, net zoals jij binnenkort zult vluchten als we klaar zijn met je."
Ze stapte naar voren en haalde haar telefoon tevoorschijn, waarop ze op een knop drukte. "Trouwens, je dacht toch niet dat je hier stiekem kon rondspoken zonder dat iemand het merkte? De beveiliging is al onderweg, en ik heb eigenhandig gezorgd dat dit bewijsmateriaal... wel, laten we zeggen dat het per ongeluk zal verdwijnen." Uit de gang hoorde ik het geluid van zware laarzen die over het marmer snel naderden.
Paniek schoot door mijn hoofd, maar de woede die er tegenover stond was sterker. Ik kon me nu niet laten arresteren, niet nu ik zo dicht bij de volledige waarheid was. "Je bent bang, Sophie," zei ik kalm, terwijl ik een stap naar voren deed. "Je bent doodsbang dat de hele wereld ontdekt dat jouw hele familiefortuin is gebouwd op corruptie, fraude en moedwillige verwaarlozing." Sophie's gezicht vertrok in een grimas van pure haat; haar masker van onaantastbare superioriteit barstte voor een fractie van een seconde open. "Je weet niet waar je over praat!" schreeuwde ze, en ze sprong naar voren om de tas uit mijn handen te rukken.
We vlogen elkaar in de haren. Terwijl we over de stoffige vloer rolden, vocht ik met de kracht van de wanhoop, terwijl Sophie gilde om de beveiligers die nu vlakbij de deur stonden. Met een laatste, krachtige duw wist ik me van haar los te rukken, greep ik mijn tas met de dagboeken en rende in volle vaart naar de achterste nooduitgang van het kantoor, die uitkwam op een smalle wenteltrap naar beneden.
Achter me hoorde ik de deur met een enorme klap openvliegen en de stem van de hoofdbeveiliger roepen: "Staat u stil! Politie/beveiliging!" Maar ik keek niet meer achterom. Ik stortte me in de duisternis van de wenteltrap, wetende dat ik nu officiële prooi was geworden van de rijkste en machtigste mensen van de stad.






