Deel 6: Schaduwen in het park
De harde greep van de man om mijn keel snijdde mijn ademhaling onmiddellijk af. Mijn zicht begon aan de randen zwart te worden. Ik maaide wild met mijn armen om me heen, maar zijn greep was als een stalen klem.
"Geef het hier, klein kreng," gromde hij, terwijl hij zijn andere hand naar mijn jas zakte waar ik de USB-stick had ingestopt.
Naast me aarzelde Maya geen seconde. Ze pakte de zware, koperen brandblusser die aan de binnenwand van de goederenlift hing, tilde hem met beide handen op en sloeg hem met alle kracht die ze had tegen de zijkant van de knie van de man.
Er klonk een dof, afschuwelijk kraakgeluid.
De man slaagde een rauwe schreeuw van pijn uit en zakte door zijn been. Zijn greep om mijn nek verslapte. Ik snakte wild naar lucht, hoestte hevig en trapten met mijn voet recht tegen zijn gezicht. Hij viel achterover uit de cabine, de gang op.
Maya ramde op de knop 'Kelder'. De deuren van de goederenlift sluiten zich net voordat de tweede man en Victoria Sterling de hoek om kwamen rennen.
De lift schokte hevig en begon met een traag, schurend geluid af te dalen.
"Mijn god, Evelyn! Mijn god!" schreeuwde Maya, terwijl ze tegen de metalen wand van de lift leunde. Ze trilde zo erg dat ze nauwelijks kon blijven staan. "Ik heb een man zijn knie gebroken! Ze gaan ons vermoorden! Die vrouw... ze zei dat ze ons gaan vermoorden!"
"Het spijt me, Maya. Het spijt me zo dat ik je hierin heb getrokken," zei ik met een schorre stem, terwijl ik over mijn pijnlijk aanvoelende nek wreef. "Je had niet moeten komen."
"Onzin," zei Maya, hoewel haar stem trilde van angst. "Je bent mijn beste vriendin. Maar wat gaan we nu doen? Die vrouw... Sterling... ze werkt voor een gigantisch bedrijf. Ze hebben overal mensen!"
"We moeten naar de kelder, het pand via de leveranciersuitgang verlaten en ons opsplitsen," zei ik beslist.
"Opsplitsen?!" riep Maya uit. "Ben je gek geworden?"
"Luister naar me," zei ik, en ik pakte haar handen vast. "Ze zijn achter MÍJ aan. Niet achter jou. Ze weten wie ik ben. Als we samen blijven, zijn we een te makkelijk doelwit. Bovendien... ik moet vanavond om 23:00 uur naar de oude steiger. Het stel dat die rekening heeft achtergelaten... zij zijn de enigen die mij kunnen helpen dit te stoppen."
"Dat is een valstrik, Evelyn! Dat moet wel!"
"Misschien," zei ik eerlijk. "Maar het is de enige kans die ik heb. Als ik naar de politie ga, vegen Sterling en haar advocaten het van tafel. Of erger nog: misschien zit de politie wel in het complot. Mijn vader dacht dat ook."
De lift stopte met een doffe klap. De deuren schoven open naar de donkere, klamme kelder van de bibliotheek. Het rook er naar oude kolen en vochtig beton.
"Ga naar de hoofdweg, neem een taxi naar het huis van je tante op het platteland en blijf daar," zei ik tegen Maya. "En doe je telefoon UIT. Haal de batterij eruit als het kan."
Maya keek me aan, de tranen stromend over haar wangen. Ze omhelsde me stevig. "Pas op jezelf, Evelyn. Alsjeblieft."
"Dat doe ik."
We glipten door de keldagang naar de zware houten leveranciersdeur die uitkwam op een rustige achterstraat. We keken voorzichtig naar buiten. De straat was leeg.
"Ga!" fluisterde ik.
Maya rende weg richting het zuiden. Ik keek haar na tot ze de hoek om was, en draaide me toen om naar het noorden.
Het was nu rond twaalf uur 's middags. Ik had nog elf uur voordat de afspraak bij de steiger plaatsvond. Elf uur waarin ik moest overleven in een stad waar Sterling en haar mannen op elke straathoek konden staan.
Ik trok mijn capuchon diep over mijn gezicht, stak mijn handen in mijn zakken en begon te lopen. Ik vermeed de grote straten, de metrostations en de plekken waar openbare bewakingscamera's hingen. Ik wist dat als Sterling de middelen van Vanguard Industries inzette, ze gezichtsherkenningssoftware konden gebruiken om de stadsbewaking te scannen.
Na twee uur onafgebroken lopen door de kou, begonnen mijn benen te verzuren. Ik had gisteravond nauwelijks geslapen, ik had niet gegeten en de stress vreet aan mijn energie. Ik zocht dekking in het stadspark, een groot, bosrijk gebied midden in de stad waar de dichtheid van camera's het laagst was.
Ik ging zitten op een afgelegen bankje onder een grote eik, verscholen achter een dichte houten haag. Ik pakte de zilveren USB-stick uit mijn zak en keek er naar.
Mijn vader had zijn leven gegeven voor wat hierop stond. En ik had het bijna verloren aan een corrupt bedrijf. Maar één ding bleef door mijn hoofd spoken: Wie was het stel in het restaurant?
Hoe kwamen ZIJ aan de USB-stick van mijn vader? Mijn vader was drie jaar geleden overleden. De USB-stick was recent geconfigureerd. Dat betekende dat iemand de bewijzen van mijn vader al die tijd verborgen had gehouden en nu pas besloot ze aan mij te geven.
Plotseling hoorde ik een zacht gekraak van droge bladeren achter de haag.
Mijn spieren spanden zich op slag aan. Ik hield mijn adem in.
"Je had de zender niet in de tas van die oude dame moeten gooien," sprak een stem van achter de haag.
Het was niet de stem van de mannen in de grijze pakken. En het was niet de ijskoude stem van Victoria Sterling.
Het was een diepe, rustige mannenstem. Een stem met een licht accent dat ik herkende.
Het was de man van tafel twaalf. De man die gisteravond de peperdure biefstuk en de fles wijn van vierhonderd dollar had besteld.
Ik sprong overeind en keerde me om. "Blijf daar!" schreeuwde ik, terwijl ik mijn hand in mijn jas stak همچنینf ik een wapen had.
De man stapte langzaam rond de haag. Hij droeg dezelfde overjas als gisteravond, maar hij zag er vermoeid uit. Hij had donkere kringen onder zijn ogen en zijn vingers waren licht bevlekt met inkt. Hij hief zijn handen op in een gebaar van vrede.
"Rustig, Evelyn," zei hij zacht. "Als ik je kwaad wilde doen, had ik dat gisteravond al in het restaurant gekund."
"Wie ben jij?!" eiste ik met trillende stem. "Waarom heb je me die rekening laten betalen? Waarom heb je mijn leven verwoest?!"
De man liet een kleine, trieste glimlach zien. "Mijn naam is Julian. En het spijt me van de vierhonderd dollar. Maar we moesten er zeker van zijn dat de beveiligingscamera's van het restaurant de aandacht op die specifieke tafel zouden richten, zonder dat het personeel achteraf te snel vragen zou stellen."
"Je hebt me meegesleurd in een oorlog met Vanguard Industries!"
"Nee, Evelyn," zei Julian, en zijn blik werd uiterst ernstig. "Je vader heeft ons drie jaar geleden ingeschakeld. Ik werkte met hem samen. Ik was zijn contactpersoon binnen de onderzoeksjournalistiek."
Mijn hart sloeg een slag over. "Mijn father... kende jou?"
"Hij vertrouwde mij het bewijs toe voor hij stierf," zei Julian. "Maar de afgelopen drie jaar was het te gevaarlijk om naar buiten te treden. Sterling had alles onder controle. Pas nu... nu we een lek hebben gevonden in hun beveiligingsnetwerk, konden we de stick aan jou overhandigen."
"Waar is de vrouw die bij je was?" dropped ik vragen.
Julian’s gezicht betrok. Zijn ogen glommen van ingehouden pijn. "Claire is... gepakt. Ongeveer een uur geleden. Sterling’s mensen hebben haar opgespoord."
Hij zette een stap naar voren en strekte zijn hand uit. "Evelyn, de afspraak voor vanavond om 23:00 uur op de steiger is gecanceld. Ze weten van de locatie. Sterling heeft een hinderlaag opgezet. Je moet de USB-stick NU aan mij geven. Ik kan het bestand publiceren via een beveiligde server in het buitenland."
Ik keek naar zijn uitgestoken hand. Toen keek ik naar zijn ogen.
Iets in zijn houding klopte niet.
"Als de afspraak gecanceld is..." zei ik langzaam, terwijl ik een stap achteruit zette, "hoe wiste je dan dat ik NU in dit park zat?"
Julian’s glimlach bevroor.
En op dat exacte moment hoorde ik het geluid van meerdere auto-deuren die met een harde klap dichtsloegen bij de ingang van het park.






