Deel 3: De Ontmoeting in het Historische Herenhuis
De volgende middag stond ik trillend voor de zware, gietijzeren poort van het historische herenhuis in het oude stadscentrum van Antwerpen waar Arthur woonde. De kasseien van de binnenplaats glansden nog van de ochtendregen, en de geur van eeuwenoude baksteen en klimop hing in de frisse herfstlucht. Ik drukte op de koperen bel en hoorde een diep, mechanisch geluid door het pand echoën.
De deur werd geopend door een oudere huishoudster met een strenge maar vriendelijke blik, die mij direct leek te verwachten. Zonder veel woorden te verliezen, gebaarde ze dat ik haar moest volgen door een lange gang met donkere houten lambriseringen en rijk bewerkte schilderijen. We kwamen aan bij een bibliotheek waar het daglicht door hoge glas-in-loodramen naar binnen viel.
Arthur zat in zijn rolstoel bij een brandende open haard. Hij hield een porseleinen kopje thee vast en keek mij aan met diezelfde indringende, grijze ogen die op die trouwdag alle vleselijke arrogantie van Gavin hadden doen verdampen. "Ik zie dat je het document hebt gevonden, Nora," zei hij met een kalme, sonore stem die geen tegenspraak duldde. "Ga zitten. Het wordt tijd dat je de waarheid leert kennen over wie de touwtjes werkelijk in handen heeft in deze stad."






