DEEL 13: HET OOG IN OOG
De gang van het appartement leek plotseling te veranderen in een slagveld. Het licht flikkerde door een losgeslagen lamp aan het plafond, en in de deuropening stond Lisa. Haar haar hing wild en verward om haar gezicht, haar zwarte jas was opengefladderd en in haar hand hield ze een zware, antieke kandelaar die ze ergens uit de hal van het complex had meegenomen. Haar ogen puilden uit van een angstaanjagende, blinde woede.
Sophie deinsde achteruit tot haar rug tegen de keukentafel botste. De glazen en papieren op de tafel rammelden van de trillingen. Ze probeerde een uitweg te vinden, maar Lisa blokkeerde de enige doorgang naar de voordeur.
« En waar denk je heen te gaan, kleine muis? » fluisterde Lisa, haar lippen krullend in een gemene grimas terwijl ze langzaam de gang in stapte, de zware kandelaar dreigend slepend over de vloer. « Altijd zo stil. Altijd zo bescheiden. Achter de haag staan, handjes thuis, netjes glimlachen naar de lege ruimte. Maar ondertussen steek je wel je vieze handjes uit naar mijn leven, naar mijn man! »
« Ik heb je man nooit afgepakt, Lisa », sprak Sophie zo kalm en vastberaden mogelijk, hoewel haar knieën van binnen knikte. « Hij wilde niets met je te maken hebben. Dat contract, dat hele huwelijk... het was een leugen, net als jij. »
De woorden leken als een mokerslag in te slaan op Lisa. Haar gezicht trok in een kramp van pure razernij. « Lelijke, ondankbare trut! » schreeuwde ze en met een wilde haal slingerde ze de zware kandelaar door de lucht naar Sophie toe.
Sophie dook op het laatste moment weg. De kandelaar kletterde met een enorm kabaal tegen de keukenkastjes, waarbij glazen scherven over de vloer vlogen. Zonder na te denken greep Sophie een zware koperen fruitschaal van de tafel en hield deze voor zich als een geïmproviseerd schild.
Lisa gilde het uit van frustratie en stormde op haar af, haar nagelsklauwend naar Sophie's gezicht. Ze botsten tegen elkaar aan, en Sophie voelde hoe de kracht van haar voormalige vriendin haar naar achteren duwde richting de rand van de tafel. De worsteling was fel en wanhopig; Sophie voelde de koude haat in Lisa's adem, de obsessie die jarenlang onder de oppervlakte had geborreld en nu in volle hevigheid losbarstte.
« Dit is het einde, Sophie », siste Lisa in haar oor terwijl ze haar vingers om Sophie's keel probeerde te sluiten. « Niemand wint van mij. Niemand! »
Op dat exacte moment, toen Sophie merkte dat haar krachten begonnen af te nemen en de duisternis aan de rand van haar zichtveld naderde, klonk er beneden in de hal het geluid van een harde beuk tegen de buitendeur, gevolgd door snelle, stampende voetstappen op de trap.






