Deel 8: De Val van de Directeur
De stilte aan de andere kant van de lijn duurde voort tot Grant met een ongelovige, bijna hysterische toon uitbrak. "Wat zeg je nu helemaal? Ben je gek geworden? Ik sta hier midden in een crisis op het vasteland en jij loopt spelletjes te spelen?"
"Ik speel geen spelletjes, Grant," antwoordde ik met een kalmte die hem zichtbaar uit zijn evenwicht bracht. "Vanaf het moment dat je ervoor koos om mij achter te laten en de vlucht te gebruiken voor je privémirakel met Sloane, heb je jezelf gediskwalificeerd als beheerder van Halcyon Cay. Jouw mandaat is per direct ingetrokken door de trust."
"Dat kun je niet maken!" schreeuwde hij door de telefoon, waarbij de ruis van de storm zijn stem bijna overstemde. "Ik ben de directeur! Ik heb dit resort groot gemaakt! Zonder mij ben je nergens!"
"Zonder jou ben ik eindelijk weer de enige eigenaar van mijn eigen erfgoed," wierp ik hem koeltjes tegen. "En wat betreft je positie: de financiële audit van de afgelopen zes maanden is inmiddels gestart. De kwart miljoen euro die je zojuist naar Sloane hebt overgemaakt van de bedrijfsrekening? Dat wordt beschouwd als wederrechtelijke verduistering. Mr. Henderson heeft de documenten reeds in handen."
Ik hoorde op de achtergrond een scherpe kreet. Het was Sloane die blijkbaar had mee geluisterd en nu pas besefte wat de consequenties waren van hun egoïstische actie. Ze waren niet gered; ze waren gevangen in een web van juridische en financiële vernietiging waar ze nooit meer uit zouden ontsnappen.
"Olivia... luister nou," probeerde Grant nu met een zachtere, bijna smekende toon. De arrogantie was verdwenen, vervangen door de pure angst van een man die zijn grip op de macht en zijn rijkdom dreigde te verliezen. "We kunnen hier toch over praten? Laten we dit als volwassenen oplossen zodra ik terugkom op het eiland..."
"Je komt niet meer terug op het eiland, Grant," onderbrak ik hem definitief. "Het eiland is gesloten voor jou. En tegen de tijd dat de storm volledig is gaan liggeen, zullen de autoriteiten op je wachten om je te begroeten."
Ik drukte op de knop om de verbinding te verbreken. De lijn werd dood.
Meneer Van de Velde keek me aan met een blik waarin ontzag en diepe bewondering samensmolten. "Mevrouw... wat gaat er nu gebeuren?"
Ik stond op uit mijn stoel, liep naar het raam waar de eerste zwakke stralen van de ochtendzon door de brekende wolken braken, en keek uit over de kalmerende oceaan. "Nu, meneer Van de Velde, begint het echte werk pas."






