De Vrouw Die Hij Voor Een Dienstmeisje Aanzag
News Story

De Vrouw Die Hij Voor Een Dienstmeisje Aanzag

3 weergaven

DEEL 4 — De jacht op het vliegveld

De kamer verstijfde bij het horen van de woorden van mijn secretaresse. De fysieke encryptiesleutel—een klein, titanium USB-apparaatje met biomechanische beveiliging—was de enige manier om toegang te krijgen tot de reservekapitaalrekening van de Carter Trust in Zürich. Op die rekening stond meer dan zevenhonderd miljoen dollar, gereserveerd voor internationale noodsituaties en overnames.

Als Madison Reed dat apparaatje het land uit wist te krijgen en overdroeg aan een externe partij, kon dat de stabiliteit van de gehele holding in gevaar brengen.

Arthur Vance sloeg met zijn hand op tafel. "Hoe is dit mogelijk?! Die kluis heeft een drievoudige beveiliging!"

Ik bleef vreemd genoeg kalm. Ik sloot mijn ogen voor een fractie van een seconde en dacht na. Grant had de sleutel van de kluis thuis in onze woning. Hij had Madison toegang gegeven tot ons huis. Hij had haar niet alleen mijn grootmoeders ketting gegeven, hij had haar gebruikt om de beveiligingscodes te stelen terwijl ik zogenaamd "de huisvrouw" uithing. Grant was niet de enige die mij belazerd had; hij was zelf ook gebruikt door Madison Reed.

"Grant wist niets van het geld op die rekening," zei ik beslist. "Hij dacht waarschijnlijk dat de sleutel toegang gaf doelloze bedrijfsgeheimen. Madison is slummer dan hij. Zij werkt voor iemand anders."

"Wat zijn uw bevelen, mevrouw de voorzitter?" vroeg Vance. "Zullen we de federale politie inschakelen?"

"Nee," antwoordde ik stellig terwijl ik opstond. "De federale politie heeft bureaucratie nodig. Tegen de tijd dat zij het luchtruim sluiten, is haar privéjet de grens al over. Vance, zorg dat mijn helikopter op het dak van het hotel staat. Binnen twee minuten."

"Begrepen!" Vance pakte onmiddellijk zijn telefoon.

Ik keek naar de beveiligingschef. "Neem twee van je beste mannen mee. We gaan naar Executive Airport North."

Drie minuten later stond de zwarte Sikorsky-helikopter van Vanguard Global met draaiende rotoren op het helipad van het Grand Regal Hotel. De woeste wind van de bladen blies mijn haar in de war, maar mijn blik bleef strak vooruit gericht. Ik stapte in, gevolg door twee gewapende beveiligers.

Terwijl de helikopter zich van het dak verhief en met hoge snelheid door de nachtelijke regen over de verlichte stad vloog, pakte ik mijn tablet. Ik plugde in op het beveiligingssysteem van de Carter Trust.

"Madison dacht dat ze de sleutel zomaar kon gebruiken," zei ik tegen de beveiligingschef naast me. "Wat ze niet weet, is dat de titanium sleutel een ingebouwde GPS-tracker heeft die geactiveerd wordt zodra hij meer dan vijf kilometer verwijderd is van mijn hoofdkantoor of mijn woning."

Op het scherm van de tablet lichtte een rood knipperend puntje op. Het bewoog zich over de snelweg richting de privéjet-terminal van Executive Airport North.

"Ze is er bijna," zei de chef. "Als haar jet al toestemming heeft om op te stijgen, hebben we een probleem."

"Dat toestemming trekken we in," zei ik ijskoud.

Ik belde rechtstreeks met de hoofdverkeersleider van de luchthaven, een man die zijn carrière te danken had aan een van de filantropische stichtingen van mijn familie.

"Marcus," zei ik toen hij opnam. "Dit is Isabella Carter. Er staat een Gulfstream G650 op landingsbaan 3B, klaar voor vertrek naar Zürich. Houd dat toestel tegen. Nul toestemming om op te stijgen."

"Mevrouw Carter?" klonk de verbaasde stem van de verkeersleider. "Dat vluchtplan is vijf minuten geleden ingediend door een particuliere chartermij. We kunnen een vlucht niet zomaar blokkeren zonder formele grond..."

"Gebruik de grond van een veiligheidsrisico op de landingsbaan, Marcus," onderbrak ik hem. "Parkeer een brandweerwagen voor het vliegtuig als het moet. Ik ben er over vier minuten."

"Begrepen, mevrouw Carter. Ik regel het."

De helikopter dook door de wolken naar beneden. Onder ons verschenen de verlichte landingsbanen van Executive Airport North. In het privégedeelte van het vliegveld zag ik de gestroomlijnde witte Gulfstream G650 al taxiën richting de startbaan. Maar zoals beloofd, kwamen er plotseling twee gele luchthavenvoertuigen met zwaailichten met hoge snelheid aangereden, die zich dwars op de taxibaan voor het vliegtuig parkeerden.

De helikopter landde met een harde klap op het asfalt, slechts vijftig meter verwijderd van de geblokkeerde jet.

De turbine van de helikopter gierde nog als ik als eerste uit het toestel stapte. Mijn mantelflappen waaierden uit in de wind van de rotoren. Samen met de twee beveiligers liep ik vastberaden naar de mobiele trappen die nog aan de zijkant van de jet stonden.

De deuren van het vliegtuig gingen open. Een piloot keek angstig naar buiten.

"Aan de kant," zei de beveiligingschef tegen de piloot, terwijl hij zijn penning liet zien.

Ik stapte de luxueuze cabine van de jet binnen.

Daar zat Madison Reed. Ze droeg een kostbare bontjas en had een glas dure champagne in haar hand. Op de stoel naast haar lag een lederen tas. Om haar nek schitterde nog steeds mijn grootmoeders smaragdgroene ketting.

Toen ze mij zag binnenstappen—niet in het dienstmeisjesuniform, maar als de ijskoude miljardair die ik werkelijk was—viel het champagneglas uit haar hand. Het kostbare vocht sijpelde in het dikke tapijt van het vliegtuig.

"Isabella...?" fluisterde ze, haar stem overslaand van schrik. "Hoe... hoe heb je mij gevonden?"

"Je dacht echt dat Grant de enige was die slim genoeg was om een spel te spelen, Madison?" zei ik terwijl ik langzaam de gang van het vliegtuig in liep. "Grant was een pion. Een domme, arrogante pion die dacht dat hij de baas was. Maar jij... jij bent interessanter. Voor wie werk je?"

Madison probeerde haar kalmte te bewaren. Ze pakte de lederen tas en klemde die tegen zich aan. "Ik weet niet waar je het over hebt! Grant heeft me deze spullen gegeven! Ik ging gewoon op vakantie!"

"Op vakantie naar Zürich met een encryptiesleutel van zevenhonderd miljoen dollar?" Ik zette een stap dichterbij. "Laat me raden. Victor Vance? Of misschien het consortium uit Singapore?"

Madisons oogleden trilden heel even bij het horen van de naam 'Victor Vance'. Dat was genoeg. Victor Vance was de verstoten broer van Arthur Vance, een meedogenloze zakenman die al jaren probeerde Vanguard Global te ondermijnen.

"Je bent verraden, Madison," zei ik koud. "Grant zit momenteel in de boeien van de fbi vanwege grootschalige fraude. En jij gaat exact dezelfde weg op... tenzij je mij nu de sleutel én de ketting geeft."

Madison keek om zich heen, wanhopig zoekend naar een uitweg. Maar de twee grote beveiligers blokkeerden de enige deur.

Met trillende handen greep ze naar haar nek, maakte de sluiting van de smaragdgroene ketting los en reikte hem aan mij over. Ik nam het dierbare familie-erfstuk aan. Het voelde koud in mijn palm, maar de emotionele waarde was onbetaalbaar.

Daarna graaide Madison in haar tas en haalde het titanium apparaatje tevoorschijn. "Hier! Neem het! Grant heeft me beloofd dat we samen rijk zouden worden! Hij zei dat jij een waardeloze vrouw was die toch niets merkte!"

"Grant is een dwaalspoor gebleken voor iedereen die in hem geloofde," antwoordde ik terwijl ik de sleutel aanpakte en in mijn zak stak.

Ik keek naar de beveiligers. "Neem haar mee. Draag haar over aan de politie beneden. Ze kan haar verhaal vertellen aan de officier van justitie."

"Nee! Isabella, alsjeblieft!" schreeuwde Madison terwijl de mannen haar het vliegtuig uit leidden. "Het was Victor! Victor Vance heeft me betaald! Hij dreigde me!"

Haar geschreeuw werd overstemd door het geluid van de draaiende helikoptermotoren buiten.

Ik bleef nog even alleen achter in de luxe cabine van het vliegtuig. Ik keek naar de smaragd in mijn hand. Het voelde alsof het eerste hoofdstuk van deze nachtmerrie eindelijk was afgesloten. Grant was ontmaskerd, Madison was opgepakt, en mijn bezittingen waren veiliggesteld.

Maar toen mijn telefoon opnieuw trilde, veranderde mijn gevoel van opluchting opgeslagen in acute dreiging.

Het was een anoniem tekstbericht. In het bericht zat een foto bijgevoegd.

Mijn adem stokte. De foto toonde een geheime dossiermap uit het kantoor van mijn overleden vader. En onder de foto stond slechts één regel tekst:

“Je denkt dat je gewonnen hebt, Isabella. Maar Grant wás niet de pion van Madison. Madison wás de pion van jouw eigen familie. Kijk morgenochtend om acht uur naar het nieuws. Je imperium valt.”