DEEL 5: HET GESPREK MET DE NOTARIS
De telefoon ging over. Eén keer. Twee keer. Drie keer. Net toen ik dacht dat de verbinding verbroken zou worden, klonk er aan de andere kant een schorre, oude stem die me direct deed stilvallen. "Ik wist dat je opnieuw zou bellen, Laura," zei de stem van de notaris, wiens naam volgens de documenten Dottore Alessi bleek te zijn. Mijn adem stokte in mijn keel.
Ik keek over mijn schouder naar de donkere gang van mijn appartement, alsof ik verwachtte dat Matteo elk moment weer door de deur zou breken. "Dottore Alessi," fluisterde ik met een hese stem, "Matteo is hier geweest. Hij weet dat ik de kluis heb leeggehaald. Mijn kinderen zijn in gevaar!" Aan de andere kant van de lijn bleef het angstaanjagend stil.
Geen schrik, geen verrassing, enkel een diepe, zware zucht die getuigde van decennia aan geheimen en ellende. "Dan heb je minder tijd dan je denkt, kind," antwoordde de oude man rustig. "Matteo is niet zomaar een bankroete zakenman; hij werkt al jaren samen met de 'Ndrangheta, de Calabrische maffia die via sch bedrijven de vastgoedmarkt in Bergamo en Milaan controleert. Jouw moeder wist dit al sinds die dag van de verkoop van de bakkerij."
Mijn knieën begonnen te knikken. Ik liet me langzaam op de rand van de bank zakken, terwijl de papieren op de tafel dreigden weg te waaien in de tocht van het open raam. "De 'Ndrangheta?" stamelde ik, de woorden vonden nauwelijks een weg naar buiten. "Ja," ging de notaris verder, zijn stem klinkend als schuurpapier over steen. "Je broer heeft geld geleend om zijn luxueuze levensstijl te bekostigen – de dure auto's van Chiara, de exclusieve scholen van de kinderen, de villa aan het Como-meer. Toen hij niet kon terugbetalen, lieten ze hem panden kopen en verkopen om zwart geld wit te wassen. Het gebouw van de bakkerij van je moeder was een van die witwasobjecten. Maar jouw moeder weigerde mee te werken aan de laatste grote transactie van die criminelen. Daarom dwong Matteo haar om het pand zogenaamd 'vrijwillig' te verkopen. En jij, Laura, jij was de ideale kandidaat om dat pand te kopen via je eigen vastgoedbedrijf, zonder dat je er erg in had, omdat je moeder wilde dat het gebouw in veilige handen bleef bij iemand die Matteo niet kon chanteren."
De puzzel viel in een angstaanjagend, bloedstollend geheel op zijn plek. Mijn moeder had mij gebruikt als een onbewust schild. Ze had ervoor gezorgd dat het belangrijkste pand uit de criminele portefeuille in handen kwam van haar eigen dochter, zodat de maffia het niet kon gebruiken als onderpand voor hun illegale leningen. Maar door dat te doen, had ze Matteo woedend gemaakt en zichzelf geïsoleerd van de rest van de familie.
Chiara, de vrouw van mijn broer, en Matteo zelf hadden het altijd zo weten te draaien dat ik de 'ondankbare, koude dochter' was die niets om de familie gaf. En ik had het geloofd. Ik had jarenlang in die leugen geleefd. "Wat moet ik nu doen, Dottore?" vroeg ik, de wanhoop nabij. "Matteo heeft me bedreigd. Hij weet waar ik woon." De notaris zweeg even.
Toen zei hij met een ijzeren beslistheid in zijn stem: "Je moet onmiddellijk vertrekken. Niet naar een hotel, niet naar vrienden. Rij naar de oude molen aan de rivier de Serio, buiten de stad. Daar ligt een USB-stick verstopt onder de drempel van de graanschuur, en daar wacht iemand op je die je kan helpen. Maar haast je, want Matteo is niet alleen naar je toe gekomen om te praten; hij is naar je toe gekomen om te zorgen dat je nooit meer zult getuigen."
De lijn werd verbroken met een harde klik. Ik staarde naar het dode scherm van mijn telefoon, de woorden van de notaris galmden nog na in mijn hoofd. Ik had geen keuze meer. De tijd van vragen stellen was voorbij; dit was een strijd om te overleven. Ik liep met snelle, stille passen naar de kamers van Tobia en Elisa. Ze lagen nog steeds heerlijk te slapen.
Ik tilde hen voorzichtig één voor één op, wikkelde hen in dikke dekens en droeg ze naar beneden naar de auto. De sneeuwstorm buiten was inmiddels verhevigd tot een ware blizzards, maar de angst voor mijn broer dreef me voort. Net toen ik de motor van de Fiat startte en de koplampen door de witte nevel sneed, zag ik in mijn achteruitkijkspiegel twee koplampen abrupt stoppen voor mijn appartement.
Een zwarte Audi SUV blokkeerde de straat. De portieren vlogen open, en twee grote, onbekende mannen in zwarte jassen stapten uit, recht op mijn voordeur af. Ik trapte het gas pedaal diep in, de banden spinden door de sneeuw en we schoten weg in de ijzige nacht, op de vlucht voor een duistere macht die ons op de hielen zat.






