DEEL 6 — De bekentenis in de regen
De regen begon harder te vallen, druppels die langs mijn gezicht gleden en vermengd raakten met de koude zweetdruppels op mijn voorhoofd. De man, die zich even later voorstelde als Frank de Jong — een voormalige magazijnbeheerder met een flink strafblad en een decennialange schuld bij de onderwereld — stapte dichterbij. Zijn handen zaten diep in de zakken van zijn leren jas, alsof hij daar iets vasthield wat mijn plannen definitief kon dwarsbomen.
"Je dacht zeker dat je man een harde werker was, hè?" zei Frank terwijl hij een bittere glimlach liet zien. "Elke avond zwoegen achter zijn laptop. Tot die ene maand waarin de bank hem het mes op de keel legde omdat zijn eerste investeringen mislukten. Hij had geen geld meer om de salarissen te betalen, laat staan om de huur van dit pand te voldoen. Dus wat deed hij? Hij kwam naar mij. De man die wist hoe je een brandje sticht dat eruitziet als kortsluiting."
Ik hield mijn adem in. Hoewel ik het ergste al vermoedde, deed de bevestiging uit de mond van de handlanger zelf pijn op een manier die ik niet kon uitleggen. Niet vanwege gebroken liefde — die was allang dood — maar vanwege de absolute minachting voor de jaren die ik in hem had geïnvesteerd.
"Waarom ben je nu naar mij toe gekomen?" vroeg ik, waarbij ik probeerde elke emotie uit mijn stem te weren en zo zakelijk mogelijk te blijven. "Als je geld wilt, ben je bij Victor aan het verkeerde adres. Hij is blut. Al zijn rekeningen zijn bevroren."
Frank lachte schamper. "Denk je dat ik achter Victor aanga? Die rat is zijn eigen graf aan het graven. Nee, mevrouw Van Dijk. Ik weet dat u de touwtjes nu in handen heeft. De Van Dijk-holding heeft diep in de buidel te tasten om dit soort schandalen uit de media te houden, toch? Laten we zeggen dat ik mijn mond houd over uw alibi van toen... voor een schappelijke vergoeding."
Hij wilde me chanteren. Hij dacht dat ik net zo bang zou zijn voor de pers en voor de schande als Victor altijd was geweest. Maar hij kende mij niet. Hij wist niet dat ik al maanden geleden had besloten om alle rotte plekken in mijn leven weg te snijden, ongeacht hoe pijnlijk of duur dat zou zijn.
"Je vergist je, Frank," zei ik en ik deed een stap naar voren in plaats van achteruit, wat hem zichtbaar verraste. "Ik ben niet bang voor de pers. En ik ben al helemaal niet bang voor de waarheid. Sterker nog... ik heb in mijn tas een opnameapparaat dat elk woord dat je zojuist hebt gezegd heeft vastgelegd."
Frank's gezicht verstijfde. Zijn hand schoot uit zijn zak, alsof hij wilde grijpen naar de telefoon of het apparaatje waarvan hij niet zeker wende of het echt bestond. Maar voordat hij een beweging kon maken, hoorde ik in de verte het loeiende geluid van naderende sirenes. Niet één, maar meerdere.
"Wat heb je gedaan?" snauwde Frank woedend, terwijl hij om zich heen keek.
"Ik heb Maarten de Vries niet alleen gebeld voor de administratie," zei ik met een ijskoude glimlach. "Ik had al een vermoeden dat je niet alleen een brief zou sturen, maar ook een ontmoeting wilde. De politie is al onderweg, Frank. En ze hebben het originele dossier van vijf jaar geleden al lang weer uit de kast gehaald."






