De Vrouw Die Hij Voor Een Vernedering Hield
News Story

De Vrouw Die Hij Voor Een Vernedering Hield

0 weergaven

DEEL 11 — De schaduw van de erfgenaam

"Je denkt toch niet echt dat ik hier ben gekomen om liefdadigheidswerk te verrichten, Elena?" zei Alexander met een ijzingwekkende glimlach terwijl hij achteroverleunde in zijn stoel. Hij tikte met zijn vinger op de rand van de leren aktetas. "Die Zwitserse trustrekening staat op naam van de familielijn. En aangezien jij formeel getrouwd was met een crimineel en je eigen stichting nu onder curatele staat vanwege de fraudepraktijken van je ex-man, is de wettelijke geldigheid van jouw handtekening op losse schroeven komen te staan."

Maarten, die nog steeds met neergeslagen ogen bij de deur stond, keek ineens op. Een flauw, bijna sneu triomfje speelde om zijn lippen. "Hij heeft gelijk, Elena. De statuten van de Van Dijk-holding bepalen dat bij een strafrechtelijk onderzoek naar fraude binnen de directie, het beheer tijdelijk moet worden overgedragen aan de dichtstbijzijnde bloedverwante erfgenaam. En dat is Alexander."

De puzzelstukjes vielen met een angstaanjagende snelheid op hun plek. Alexander en Maarten waren nooit vijanden geweest; ze hadden elkaar de hele tijd gedekt. De brief over de brand in Rotterdam, de onthullingen, het hele schouwspel — het was een zorgvuldig gepland complot om mij niet alleen van Victor te ontdoen, maar ook van het familieformaat zelf. Ze wilden de volledige controle over de miljardenrekening in Zürich.

Ik voelde de woede door mijn aderen stromen, maar ik liet niets merken. In de jaren naast Victor had ik geleerd dat emotie in de zakenwereld het eerste wapen is dat tegen je wordt gebruikt. Ik hield mijn gezicht strak en keek Alexander recht in de ogen aan.

"Je hebt je huiswerk niet goed gedaan, Alexander," zei ik met een stem die zo rustig klonken dat het hem zichtbaar ongemakkelijk maakte.

Alexander fronste zijn wenkbrauwen. "Wat bedoel je?"

"Je vergeet dat mijn grootvader niet dom was," antwoordde ik terwijl ik langzaam naar mijn bureau liep en de bovenste lade opende. Ik haalde er een verzegelde, handgeschreven envelop uit die gedateerd was op de dag voor zijn overlijden. "Hij wist van jouw bestaan. En hij wist dat je ooit zou proberen om via een juridische maas in de wet de trust op te eisen."

Alexander werd ineens een tint bleker. "Dat... dat kan niet. Die brief is destijds vernietigd."

"Niet vernietigd," zei ik triomfantelijk. "Geponeerd bij de landsadvocaat in Den Haag, met een automatische openbarmakingstermijn zodra er aanspraak zou worden gemaakt op de reserves door iemand buiten de directe lijn."

Ik legde de envelop op tafel en schoof hem naar hem toe.

Alexander keekte naar het lakzegel en wist genoeg. Het spel was voorbij voordat het goed en wel was begonnen. Maar voordat hij kon opstaan om te vluchten, ging de deur van het kantoor met een harde klap open. Drie mannen in uniform traden binnen, aangevoerd door de hoofdinspecteur van de FIOD.

"Alexander Van Dijk en Maarten de Vries," zei de inspecteur met een harde stem terwijl hij zijn legitimatiebewijs toonde. "U wordt beiden verdacht van grootschalige fraude, witwassen en het manipuleren van erfopvolging. Handen op uw rug."