DEEL 6 — De confrontatie in de hal
Sarah verscheen achter Mark in de deuropening, haar armen over elkaar gevouwen en met een blik van openlijke minachting op haar gezicht. Ze keek me aan alsof ik een bedelaar was die haar terrein kwam bezoedelen.
“Wat kom je hier doen, Anna?” vroeg Sarah scherp, zonder enige beleefdheid. “Mark heeft je toch naar dat tehuis gebracht? Alles is geregeld. De papieren zijn getekend. Je hebt hier niets meer te zoeken.”
Ik keek haar niet eens aan; mijn ogen bleven strak op mijn zoon gericht. Mark zweette inmiddels, ondanks de koele avondlucht die door de open deur naar binnen stroomde. Hij voelde aan alles dat er iets niet klopte. Mijn houding was niet die van de gebroken, afgeschreven moeder die hij 's ochtends had weggestuurd.
“De papieren zijn inderdaad getekend, Sarah,” zei ik met een rustige, bijna ijzingwekkende stem. “Maar jullie zijn blijkbaar vergeten om de kleine lettertjes te lezen. Of beter gezegd: jullie dachten dat jullie alles konden nemen zonder naar de echte eigenaar te luisteren.”
Mark deed een stap naar voren, zijn stem klonk gespannen en hoog. “Mam, doe normaal. Wat zit je nou te vertellen? Dit is ons huis nu. Jij woont in het verzorgingshuis. Ga terug naar je kamer voordat ik de politie bel wegens huisvredebreuk.”
Ik glimlachte flauw. Het was een gure glimlach die hem nog angstaanjagender leek te vinden dan geschreeuw. “De politie bellen, Mark? Om je eigen moeder uit een huis te zetten waar jij wettelijk gezien geen enkele eigendom over hebt zolang de stichting en notaris Van Houten hun veto uitspreken?”
Mark versteende. De naam van de notaris viel als een steen in het water en sloeg al zijn argumenten in één klap dood. “Wat... wat weet jij van de notaris?” stamelde hij, terwijl de kleur definitief uit zijn gezicht verdween en zijn glas wijn bijna uit zijn vingers glipte.






