DEEL 3 — Het bezoek van het verleden
Diezelfde middag besloot ik dat ik niet kon wachten. De brief gaf aan dat er onmiddellijk actie ondernomen moest worden. Ik pakte mijn oude handtas, trok mijn donkere wollen jas weer aan en liep de gang op, voorbij de receptie, het gebouw uit de regen in.
De regen was veranderd in een miezerige motregen die de straten van het dorp in een grijze sluier hulde. Het notariskantoor van Van Houten bevond zich aan de rand van het oude centrum, op nog geen twintig minuten lopen van het verzorgingshuis. Mijn knieën protesteerden bij elke stap, en de vochtige kou trok door mijn kleding heen, maar ik zette door. Elke stap voelde als een bevrijding van de jarenlange stilte waarin ik mijzelf had weggecijferd voor een zoon die mij nu als afval behandelde.
Toen ik het notariskantoor binnentrad, rinkelde een klein koperen belletje boven de deur. Een oudere receptionist met een bril op zijn neus keek op van zijn computerscherm. Hij herkende mij onmiddellijk; ik was daar immers geweest na Willems overlijden.
“Mevrouw De Vries? Wat ontijdig weer. Kan ik u ergens mee helpen?” vroeg hij met een frons.
“Ik moet spreken met notaris Van Houten,” zei ik, en mijn stem klonk vastberadener dan ik had verwacht. “Het gaat om het dossier van mijn overleden man, Willem De Vries. En om de aanvullende clausule die vandaag in werking is getreden.”
De receptionist keek me verbaasd aan, bladerde door wat fysieke mappen op zijn bureau en stond toen abrupt op. “Een ogenblik alstublieft.”
Na enkele gespannen minuten werd ik doorgelaten naar het kantoor van de notaris zelf. De heer Van Houten, een man op leeftijd met grijs haar en een keurig gestreken pak, stond achter zijn mahoniehouten bureau. Hij wees me zwijgend op een stoel.
“Anna,” zei hij ernstig. “Ik had niet verwacht u hier zo snel al te zien. Ik neem aan dat de envelop is bezorgd?”
“U wist hiervan?” vroeg ik scherp.
De notaris knikte langzaam. “Willem heeft deze instructies achtergelaten met een heel specifieke datum van overhandiging. Namelijk de dag waarop Mark u zou dwingen het huis te verlaten.”
Ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken. “Dus hij wist... hij wist dat Mark dit zou doen?”
“Willem kende zijn zoon door en door,” antwoordde Van Houten zachtjes. “En daarom heeft hij een clausule in de akte laten opnemen die alles verandert. Als Mark jou met dwang of list uit het huis zet, treedt er een juridisch mechanisme in werking dat de overdracht direct ongeldig maakt. Maar dat is nog niet alles. Er is een reden waarom Willem de sleutel op een heel andere plek heeft achtergelaten dan Mark denkt.”






