Deel 6: De Schuilplaats in de Nacht
De duisternis viel over Austin en bracht geen verkoeling, maar een verstikkende, klamme warmte die bleef hangen tussen de betonnen snelwegen en de glanzende kantoortorens. In de luxueuze villa van de familie Mercer in de rustige buitenwijk Westlake heerste echter een oase van rust en veiligheid. Althans, dat was de bedoeling.
Connor zat aan de grote, marmeren eilandkeuken en staarde naar een kop warme chocolademelk die Sarah, James’s vrouw, voor hem had neergezet. Sarah had gereageerd op het plotselinge gezelschap met een vanzelfsprekende warmte die Connor nauwelijks kon bevatten. Geen vragen, geen medelijdende blikken, alleen schone kleren van Elliot die hem net iets te groot waren, een warme douche, en een bord vol eten.
Elliot zat naast hem en liet op zijn tablet een videospel zien, maar Connor kon zich niet concentreren. Zijn gedachten waren nog steeds bij het rokende puin van hun appartement, bij de woorden van die enge man in het maatpak, en bij de bezorgde blik in de ogen van zijn oom Tommy.
In de studeerkamer van James stond de sfeer op scherp. De deur was stevig dichtgedaakt. James stond bij het grote raam dat uitkeek over de verlichte tuin, met een telefoon aan zijn oor. Aan de andere lijn hing zijn hoofdadvocaat, een man genaamd Howard, die hij direct na het incident had ingeschakeld.
"Het bewijs is sterk, James," zei Howard door de luidspreker. "Die dashcam-video is goud waard. Maar je onderschat Arthur Vance. Die man heeft de halve gemeenteraad in zijn zak en banden met figuren die je liever niet tegenkomt in een donkere steeg. Als je dit doorzet, breng je niet alleen jezelf, maar ook die jongen en zijn oom in gevaar."
"Ik ga niet achteruitwijken, Howard," antwoordde James met een ijzeren discipline. "Vance probeerde een kind levend te verbranden om een perceel grond vrij te krijgen. Dat pik ik niet."
"Het gaat er niet om of je het pikt, het gaat om bescherming," wierp Howard tegen. "Die man laat zich niet zomaar op de knieën dwingen door een stukje video. Hij zal terugslaan."
Net op dat moment werd er zachtjes op de deur van de studeerkamer geklopt. De deurklink bewoog, en Tommy stak zijn hoofd om de hoek. Hij zag er bleek uit, zijn handen trilden lichtjes toen hij de deur verder opduwde.
"Meneer Mercer... James," begon Tommy met een hese stem. "Ik wil niet ondankbaar zijn. God weet dat we zonder jullie allang op straat hadden gestaan, of erger. Maar... ik denk niet dat we hier kunnen blijven."
James drukte op de knop om de luidspreker uit te zetten en liep naar zijn bureau. "Waarom in vredesnaam niet, Tommy? Je bent hier veilig."
"Omdat Vance weet wie ik ben. Hij weet waar ik woon, hij kent mijn achtergrond," zei Tommy, terwijl hij zijn handen door zijn warrige haar haalde. "Als hij ontdekt dat Connor en ik bij jou verboden vruchten plukken en dat je bewijs hebt... dan breng ik jouw familie in gevaar. Dat kan ik niet op mijn geweten hebben."
James legde een hand op de schouder van de oudere man. "Tommy, luister goed naar me. Ik ben niet zomaar een zakenman die toevallig ergens tegenaan loopt. Ik heb middelen, ik heb beveiliging, en ik laat me niet intimideren in mijn eigen stad. Je blijft hier. Punt uit."
Voordat Tommy kon antwoorden, werd het hele huis opeens gehuld in duisternis. Alle lampen doofden tegelijkertijd uit. Het zachte zoemen van de airconditioning viel stil. En een seconde later klonk er een luide, mechanische dreun door het hele huis – de automatische beveiligingspoort bij de oprit werd met brute kracht geforceerd, gevolgd door het naderende geluid van zware banden op het grind...






