Het Verhaal van Connor
News Story

Het Verhaal van Connor

0 weergaven

Deel 11: De Omsingeling

Het geronk van de zware motoren zwol aan tot een dreigend decibel. James rende naar het raam van de serre en zag tot zijn ontsteking dat drie ongemerkte zwarte terreinwagens de oprit hadden geblokkeerd. Er was geen doorkomen meer aan. De automatische poort, die de vorige nacht al geforceerd was, stond nu wijd open en werd bewaakt door gemaskerde mannen in donkere kleding.

"Sarah, neem de kinderen en Tommy mee naar de panic room in de kelder," beval James met een kalmte die hij nauwelijks kon opbrengen. Zijn hart bonsde in zijn keel.

"Nee, James, ik ga niet zonder jou!" roept Sarah uit, haar handen voor haar mond geslagen terwijl ze Elliot en Connor naar zich toe trekt.

"Dit is geen discussie!" barst James uit. "Doe wat ik zeg! Ze komen voor het bewijsmateriaal en om ons te intimideren. Ik houd ze bezig."

Tommy greep James bij zijn arm. "Ik ga met je mee. Dit is mijn schuld, mijn neefje en ik zijn de oorzaak van deze ellende."

"Niemand is de oorzaak behalve de criminelen die hier buiten staan," antwoordde James ferm. "Nu gaan jullie naar beneden!"

Met trillende handen leidde Sarah de jongens naar de achterkant van de hal, waar de verborgen deur naar de beveiligde kelder zich bevond. Connor keek nog één keer om met angst in zijn ogen, zijn kleine hand strak om die van Elliot geklemd. Toen sloot de zware deur zich met een doffe klak.

In de woonkamer greep James het vuurwapen uit de kast, terwijl Tommy een zware honkbalknuppel oppakte die Elliot in de gang had laten slingeren. Ze stonden rug aan rug bij de grote glazen pui die uitkeek op de tuin.

Buiten stapte een lange man in een grijs pak uit de voorste wagen. Hij droeg geen masker; zijn gezicht was kil en berekend, en in zijn hand hield hij een tablet. Hij liep kalm naar de voordeur en drukte op de bel. Toen hij geen gehoor kreeg, haalde hij een zware ijzeren staaf tevoorschijn en sloeg met één gerichte klap het glas van de voordeur aan stukken.

De rinkelende scherven vielen op de stenen vloer. De man stapte naar binnen, gevolgd door twee handlangers.

"Meneer Mercer," riep de man met een stem die door het hele huis galmde. "Het is zinloos om je te verstoppen. Wij willen alleen het dossier dat je aan het verzamelen bent over het project. Geef het ons, en niemand hoeft gewond te raken."

James trad vanuit de gang naar voren, het pistool strak in zijn hand gericht op de indringer. "Je vergist je, vriend. De federale politie is al op de hoogte. Ze zijn onderweg."

De man in het grijze pak glimlachte minachtend. "Denk je echt dat de federale politie door deze blokkade heen komt voordat wij klaar zijn? Je onderschat de macht van het syndicaat, Mercer."

Hij maakte een teken naar zijn handlangers, die trage, dreigende stappen naar voren deden. Maar net op dat moment begon het hele huis te beven door een geluid van buiten dat niets met de indringers te maken had – een luid, knetterend geluid dat uit de lucht kwam vallen...