Het Verhaal van Connor
News Story

Het Verhaal van Connor

0 weergaven

Deel 4: Het Spoor in de As

De rook trok langzaam op, maar de bittere geur van verbrande isolatie en roet bleef hangen in de zwoele lucht rond het appartementencomplex. Terwijl Tommy verslagen op een betonnen rand zat met zijn hoofd in zijn handen, en Elliot probeerde Connor te troosten door hem te vertellen over zijn eigen verzameling strips, bleef James achter bij de ingang van het gebouw.

Zijn zakelijke instinct – het vermogen om door chaos heen te kijken en patronen te ontdekken – was volledig geactiveerd. Brandweerlieden waren bezig met het inpakken van hun slangen en spraken onderling over een vermoedelijke kortsluiting in de oude stoppenkast in de kelder. Maar James’s blik werd getrokken naar iets dat zich buiten de kelder bevond, vlak bij het raam van eenheid 204.

Op de grond, half bedekt door zwarte roetdeeltjes en natgespoten gras, lag een metalen jerrycan.

James liep er langzaam naartoe. Hij zorgde ervoor dat hij het bewijsmateriaal niet aanraakte om de integriteit voor eventueel politieonderzoek te bewaren, maar hij boog zich diep voorover om het goed te bekijken. Het rook niet naar gesmolten plastic of verbrande elektriciteitsdraden. Het rook onmiskenbaar naar benzine. En vlak naast de jerrycan lag iets anders: een half opgerookte sigaret van een duur merk, totaal misplaatst in deze arbeidersbuurt waar mensen voornamelijk goedkope shag rookten.

Iemand had dit aangestoken. Dit was geen ongeluk door een verouderd elektriciteitsnetwerk. Dit was brandstichting.

"Meneer Mercer?" klonk een stem achter hem. Het was een politieagent die net klaar was met het ondervragen van de verhuurder. De agent liep naar James toe met een frons op zijn voorhoofd. "Bent u familie van de bewoners hier?"

"Nee," antwoordde James kalm, terwijl hij overeind kwam. "Ik ben een kennis. Maar ik denk dat u wellicht beter naar deze kelderhoeken kunt kijken voordat u het incident afdoet als technische storing."

De agent keepte zijn hoofd schuin en liep met James mee naar de plek des ouds. Toen hij de geur van benzine rook en de jerrycan zag liggen, veranderde zijn professionele houding onmiddellijk. Hij pakte zijn portofoon en riep direct versterking op voor forensisch onderzoek.

Terwijl de politie het gebied begon af te zetten met nieuw, geel lint, liep James terug naar Tommy en de jongens. Zijn hart ging tekeer. Hij besefte dat de problemen van deze familie veel dieper en gevaarlijker waren dan alleen een naderende uitzetting om achterstallige huur. Iemand wilde hen hier weghebben. Of erger nog, iemand wilde hen intimideren. En als de verhuurder droogjes had vermeld dat er die ochtend al dreigementen waren geuit over het niet betalen van de huur, begon de puzzel zich op een angstaanjagende manier in elkaar te passen.

"Tommy," zei James met een gedempte, serieuze stem toen hij bij hen ging zitten. "Dit was geen kortsluiting."

Tommy keek op, zijn rode ogen vol ongeloof. "Wat bedoel je?"

"Er lag benzine. Iemand heeft dit aangestoken," legde James uit. "De politie onderzoekt het nu."

Tommy’s gezicht werd lijkbleek. Hij sloeg zijn handen voor zijn mond en keek angstig naar Connor, die gelukkig net bezig was naar een door Elliot getekend stripfiguurtje te kijken en het niet volledig had meegekregen. "De verhuurder..." fluisterde Tommy. "Mr. Vance... Hij zei gisteren nog dat als ik het geld niet had, hij andere manieren had om zijn panden 'leeg te ruimen' voor een herontwikkelingsproject. Ik dacht dat het loze dreigementen waren!"

James voelde een koude rilling over zijn rug lopen. Een meedogenloze projectontwikkelaar die illegale brandstichting gebruikte om arme bewoners uit hun huizen te jagen – het was een criminele praktijk waar hij wel eens over had gehoord in het nieuws, maar om het zo dichtbij te zien, sloeg in als een bom.

"Je gaat nergens heen," zei James beslist. "Jij en Connor komen vannacht bij ons logeren. Mijn vrouw en ik hebben ruimte genoeg, en we gaan dit tot op de bodem uitzoeken."

Tommy wilde protesteren, wilde zeggen dat hij niemand tot last wilde zijn, maar voordat hij ook maar één woord kon uitbrengen, knipperden de zwaailichten van een onopvallende zwarte sedan die plotseling de straat inreed. De auto stopte abrupt voor het afzetlint. Een man in een duur maatpak stapte uit, met een koude glimlach op zijn gezicht die totaal niet paste bij de rokende puinhopen. Het was Mr. Vance zelf, en hij leek precies te weten wie James was...