Deel 3: Het Getik in de Nacht
Het getik leek in frequentie toe te nemen naarmate ik dichterbij kwam. Het was een zacht, metallisch geluid, alsof er een of andere mechanische klok of timer in werking was gezet. Mijn hart bonsde in mijn keel; het dreigende gevoel dat dit apparaat weleens gelinkt kon zijn aan iets gevaarlijks nam hand over hand toe. Moest ik Zachary bellen? Hij was nog nog maar net onderweg naar zijn werk en zou minstens twintig minuten nodig hebben om terug te keren. Als ik hem nu zou bellen, zou ik moeten uitleggen waarom ik zijn moeder haar privékamer doorzocht, iets wat hij misschien zou opvatten als een grove schending van het vertrouwen.
Ik knielde op de houten vloer en drukte mijn oor tegen de ijzeren wand van de kist. Naast het getik hoorde ik iets anders: een heel zacht, bijna onhoorbaar gefluister, alsof er een opnameje draaide in een taal die ik niet kon verstaan. Het bloed suisde in mijn oren. Dit ging niet over oude familiealbums of geld; dit voelde aan als een psychologische val die al maanden geleden was opgesteld, wachtend op het moment dat wij de controle zouden verliezen.
Met bevende vingers greep ik de handgreep van de kist vast en trok hem volledig onder de matras vandaan. Het gewicht was aanzienlijk; het voelde alsof er stenen of zware metalen platen in lagen opgeslagen. Toen het licht van de ochtendzon direct op de bovenkant van de kist viel, zag ik tot mijn grote schrik dat er met viltstift een reeks coördinaten en datums op de zijkant waren gekalkt. Een van die datums was van gisteren, de dag van hun vertrek.






