Deel 2: De Metalen Doos
Mijn vingers trilden hevig terwijl ik ze terugtrok van de onderkant van de matras. Het object dat daar lag te rusten, was geen alledaags voorwerp; het betrof een zware, ijzeren kist, afgesloten met een fors hangslot. De koude, industriële aanblik stond in schril contrast met de warme, huiselijke sfeer die we in de woonkamer probeerden te creëren. Hoe had ik dit in vredesnaam een half jaar lang kunnen missen? Elke keer dat ik de kamer stofzuigde, had ik nooit iets opgemerkt. Jacqueline had haar spullen met chirurgische precisie verborgen, weggestopt in de loze ruimte tussen de lattenbodem en de dikke pocketveringmatras.
Mijn gedachten raasden in een stroomversnelling. Waarom zou iemand in godsnaam een kluisje onder een logeerbed verstoppen? Waren het waardevolle juwelen die ze niet in onze kluis wilden achterlaten? Of betrof het iets veel duisters, iets wat het daglicht absoluut niet kon verdragen? De gedachte dat mijn schoonmoeder, een vrouw die zich altijd voordeed als een toonbeeld van nette bescheidenheid, een geheim met zich meedroeg van deze omvang, maakte me duizelig. Ik keek over mijn schouder naar de open deur van de gang, bang dat Zachary opeens de trap af zou komen en me hier zou aantreffen.
Toch won de nieuwsgierigheid het van de angst. Ik besloot de kist voorzichtig te bekijken zonder hem direct te openen, althans, dat was het plan. Toen ik mijn hand uitstak om de kist een stukje naar voren te schuiven, hoorde ik plotseling een doffe, mechanische klik uit het slot komen, gevolgd door een zwak, ritmisch getik dat diep van binnenuit klonk.






