De vrouw die mij nooit vergat
News Story

De vrouw die mij nooit vergat

9 weergaven

DEEL 4 — De achtervolging in de mist

Het geluid van brekend glas en de echo van schoten vulden het oude pakhuis. De paniek sloeg toe, maar Victor reageerde met een kille, geoefende precisie. Hij duwde Elena en mij door de nauwe achterdeur die leidde naar een steile, ijzeren brandtrap.

De regen was inmiddels overgegaan in een dichte, ijzige mist die over het industrieterrein hing. De treden van de brandtrap waren glad en gevaarlijk. Mijn oude gewrichten deden pijn bij elke stap die ik zette, maar de angst gaf me een kracht die ik niet wiste dat ik bezat. Elena struikelde bijna op de eerste verdieping, maar Victor greep haar bij de kraag van haar jas en hielp haar overeind.

"Blijf bewegen! Niet achterom kijken!" schreeuwde Victor boven het kabaal uit.

Achter ons hoorden we zware laarzen die de kamer op de bovenste verdieping binnenstormden. Stemmen roepen opdrachten in een vreemde taal die ik niet kon thuisbrengen. Toen klonk er een stem die Nederlands sprak met een zwaar, onnatuurlijk accent: "Zoek het dossier! En als de vrouw er is, breng haar levend mee!"

De vrouw. Ze zochten mij. Mijn maag kromp ineen. Mijn hele leven lang was ik een eenvoudige huisvrouw geweest, iemand die genoot van tuinieren, koken en zorgen voor de kinderen. Hoe was het mogelijk dat gewapende mannen achter mij aan zaten? Wat had Thomas gedaan?

We bereikten de vloer van de steeg achter het pakhuis. De mist was hier zo dik dat we nauwelijks vijf meter voor ons uit konden zien. Victor wenkte ons om hem te volgen langs een rij roestige containers en opgestapelde houten pallets.

"Mijn auto staat drie straatblokken verderop," fluisterde Victor, terwijl we dekking zochten achter een grote afvalcontainer. Hij controleerde zijn pistool. "Elena, je auto staat aan de voorkant, toch? Vergeet die. Ze wachten daar op ons."

Elena knikte angstig. "Mijn... mijn handtas ligt er nog in."

"Laat het zitten," zei Victor hard. "Je leven is meer waard dan een tas."

Plotseling flitste er een fel licht door de mist. Een grote, zwarte SUV reed langzaam de steeg in, met zijn grootlichten zoekend naar elke beweging. We dunden ons zo diep mogelijk in de schaduw van de container. Het voertuig stopte op nog geen tien meter van ons vandaan. De motor ronkte dreigend.

Ik hield mijn adem in. Mijn vingers klemden zich vast aan het kleine hout doosje dat ik gedurende de hele vlucht krampathachtig onder mijn arm gehouden had. Het was de doos die Elena me die ochtend had gegeven. Ik was hem in al de chaos niet verloren.

De deur van de SUV ging open en een man met een zaklamp stapte uit. De lichtstraal veegde over de muur, gleep langs de containers en bleef even hangen op de plek waar wij stonden. Ik sloot mijn ogen en wachtte op de schoten.

Maar net op dat moment klonk er aan de andere kant van het terrein een harde knal – alsof er een oude kluis of ijzeren deur werd omgegooid. De man met de zaklamp draaide zich om en riep iets naar de bestuurder. De SUV trok op en schoot met doorslippende banden de hoek om, richting het geluid.

"Dat was geluk," ademde Victor uit. "Of iemand probeert de aandacht af te leiden. Kom op, rennen!"

We renden door de mistige straten van het industrieterrein tot we bij een kleine, onopvallende grijze personenauto kwamen. Victor ontgrendelde de deuren en we gleden snel naar binnen. Hij startte de motor zonder de lichten aan te doen en reed langzaam weg door de duisternis, pas de koplampen inschakelend toen we het industrieterrein ver achter ons hadden gelaten.

Pas toen we op de snelweg reden en de lichten van de stad achter ons vervaagden, durfde ik weer uit te ademen. Ik keek naar Victor, die strak naar de weg keek, zijn handen stevig om het stuur geklemd.

"Nu wil ik antwoorden, Victor," zei ik met een vastberadenheid die mezelf verbijsterde. "Geen ontwijkende antwoorden meer. Je zei dat Thomas is vermoord. Waarom? Wie waren die mannen?"

Victor keek kort in zijn binnenspiegel naar mij. "Thomas was geen gewone timmerman, Maria. Voordat hij jou ontmoette, werkte hij voor de AIVD – de geheimendienst. Hij was betrokken bij een operatie in 1978 in Antwerpen. Er verdween destijds een enorme hoeveelheid illegaal geld en documenten die hooggeplaatste politici konden chanteren."

Ik schudde mijn hoofd. "Dat is onmogelijk. Thomas? Een spion? Hij kon niet eens een leugentje om bestwil vertellen zonder rood te worden!"

"Dat was zijn dekking, Maria!" zei Victor fel. "Hij wilde dat leven achter zich laten toen hij jou ontmoette. Hij hield echt van je. Maar de mensen die achter dat geld en die documenten aan zaten, zijn nooit gestopt met zoeken. Drie maanden geleden ontdekte Thomas dat een van de overlevenden van die oude operatie weer actief was. Hij probeerde die informatie te verbergen om jou te beschermen. Maar ze kwamen erachter dat hij iets bewaarde."

"Wat bewaarde hij dan?" vroeg Elena vanaf de achterbank.

Victor keek naar de houten doos die nog steeds op mijn schoot lag. "Niet wat, maar waar. De sleutel die je in je handen hebt, past niet alleen op die deur in het pakhuis. Hij past op een kluis in een bank in Brussel."

Ik keek naar het koperen sleuteltje dat ik nog steeds in mijn zak had gestoken. "En wat zit er in die kluis?"

"De naam van de verrader," antwoordde Victor. "De man die destijds de hele operatie heeft verkocht en die nu op het hoogste niveau in de regering zit. Thomas wist dat die man hem zou vermoorden als hij erachter kwam dat het dossier nog bestond."

Ik bleef stil. Mijn hele wereld, mijn herinneringen aan veertig jaar echtelijk geluk, leken op hun grondvesten te schudden. Maar diep van binnen wiste ik dat de liefde van Thomas voor mij echt was geweest. Alles wat hij had gedaan, was om mij buiten schot te houden.

"Waar gaan we nu heen?" vroeg ik.

"Naar een veilige plek buiten de stad," zei Victor. "Morgenochtend vroeg vertrekken we naar Brussel om de kluis te openen. Dat is de enige manier om deze nachtmerrie voorgoed te beëindigen."

Rond drie uur 's nachts kwamen we aan bij een afgelegen boswachterswoning, diep in de bossen van de Veluwe. Het huisje lag verscholen tussen de hoge dennenbomen en er was geen straatverlichting in de verste verte te bekennen.

Victor controleerde het terrein voordat hij ons naar binnen liet. Het huisje was klein, eenvoudig en rook naar dennenhout en droog turf. Er was geen tv, geen internet en de mobiele telefoons moesten we van Victor onmiddellijk uitschakelen en batterijen eruit halen.

"Rust wat uit," zei Victor, terwijl hij een deken over mijn schouders legde. "Ik houd de wacht."

Elena viel al snel in slaap op de oude bank in de woonkamer, uitgeput door de gebeurtenissen van de dag. Maar ik kon de slaap niet vatten. Ik ging bij het kleine raam zitten en staarde naar buiten, naar de zwarte bomen die wogen in de wind.

Ik pakte de houten doos en haalde het leren notitieboekje eruit. Ik sloeg de eerste pagina om. Het was het dagboek van Thomas.

Terwijl ik de verbleekte inkt las, stuitte ik op een passage die mijn bloed deed stollen:

'Als ik dit niet overleef, weet dan dat er maar één persoon is die ik vertrouwde met mijn sleutel. Niet Victor. Victor werkt al jaren voor de tegenpartij. Als hij bij je is, Maria... loop dan zo hard als je kunt.'

Ik keek langzaam op van het boekje. In de weerspiegeling van het donkere raam zag ik Victor achter mij staan. In zijn hand hield hij het pistool op mijn rug gericht...