DEEL 7: De weg naar het eiland
De regen kletterde genadeloos tegen de voorruit van de gehuurde auto terwijl Marcus over de Interstate 95 richting de kust van Massachusetts reed. De duisternis was al lang gevallen. Het was bijna acht uur 's avonds en de tijd drong. Lily lag op de achterbank te slapen, uitgeput door de spanning en de lange rit. Haar kleine gezichtje zag er in de schaduwen zo kwetsbaar uit dat Marcus een steek van diepe schuldgevoelens voelde. Hoe had hij zo blind kunnen zijn? Hoe had hij deze psychopatische vrouw in hun veilige haven kunnen toelaten?
Marcus keek voortdurend in zijn achteruitkijkmpspiegel. Hij was er vrijwel zeker van dat hij niet gevolgd werd, maar het gevoel van paranoia liet hem geen seconde los. Hij wist dat hij het gevecht niet alleen kon winnen als hij zich strak aan de regels van Sarah zou houden. Hij moest slimmer zijn.
Terwijl hij reed, toetste hij met één hand het nummer in van Thomas Vance, zijn oudere broer en voormalig rechercheur bij de politie van New York, die tegenwoordig werkte als particulier onderzoeker. Thomas nam na twee tonen op. "Marcus? Waar zit je? Ik probeer je al uren te bereiken. Je kantoor zei dat je al je afspraken hebt afgezegd!" "Tom," zei Marcus met een lage, snelle stem. "Luister naar me en onderbreek me niet. Ik heb niet veel tijd."
In de daaropvolgende tien minuten legde Marcus alles uit: de druppels in Lily’s sap, de verborgen camera-opnames, de verschijning van Julian, de doos van Evelyn en de ontdekking dat Sarah de wraakzuchtige halfzus van Hannah was. Er viel een lange stilte aan de andere kant van de lijn. Marcus kon de zware ademhaling van zijn broer horen. "Mijn God, Marcus..." zei Thomas ten slotte. "Dit is geen gewone fraude. Dit is het werk van een doorgewinterde sociopaat. Waar ben je nu?" "Ik ben onderweg naar de veerboot naar Martha's Vineyard. Sarah wil dat ik om tien uur bij het strandhuis ben. Ze heeft Evelyn ergens opgesloten en ze dreigt de video's van Lily te gebruiken om mij de voogdij te ontnemen."
"Je kunt daar niet alleen naartoe gaan, Marcus! Dat is exact wat ze willen. Het strandhuis staat op een geïsoleerde klif. Als ze je daar opwachten met die Julian, komen jij en Lily er niet levend vandaan!" "Ik heb geen keus, Tom! Ze heeft alle troeven in handen!" "Nee, dat heeft ze niet," zei Thomas beslist. "Je hebt de harde schijf. Luister naar me. Ik ga nu direct de federale politie en mijn oude contacten bij de staatspolitie inschakelen. Maar het kost tijd om een arrestatieteam naar het eiland te krijgen, zeker met dit weer. Beloof me dat je niet het huis binnenstapt voordat ik er ben!" "Ik kan niet wachten tot ze Evelyn iets aandoet," zei Marcus. "Stuur de politie. Maar ik ga alvast naar binnen."
Marcus hing op voordat Thomas tegen hem in kon gaan. Hij bereikte de veerbootterminal van Woods Hole net op tijd voor de laatste afvaart van de avond. De enorme boot stampte door de wilde golven van de Atlantische Oceaan. Het eiland Martha’s Vineyard lag er in de verte bij als een donker, onheilspellend silhouet.
Om kwart voor tien reed Marcus de autoboot af en sloeg het smalle, onverlichte kustpad op dat naar de oostelijke klif leidde. De wind stak nog verder op en takken van de bomen sloegen hard tegen de zijkant van de auto. Het strandhuis van Hannah doemde op uit de mist. Het was een imposant houten pand met grote raampartijen die uitstaken over de woeste zee honderd meter lager. Er brandde slechts één enkel licht op de bovenste verdieping.
Marcus parkeerde de auto een paar honderd meter verderop tussen de struiken, buiten het zicht van het huis. Hij keek naar achteren. Lily sliep nog steeds. Hij controleerde de deuren, zorgde dat de kachel zachtjes bleef draaien en liet een klein spleetje van het raam open voor verse lucht. "Ik ben zo terug, lieverd," fluisterde hij, hoewel ze het niet hoorde.
Marcus stapte uit, trok zijn donkere jas dicht en pakte een zware zaklamp uit het dashboardkastje. In zijn andere zak klemde hij de harde schijf vast. Hij stapte door het drassige gras naar de achterzijde van het strandhuis. De achterdeur stond op een kier. Het krakende geluid van het hout dat tegen het kozijn sloeg door de wind, klonk als een waarschuwing. Marcus duwde de deur langzaam open en stapte de donkere hal binnen. De lucht rook muf en naar zout water. "Sarah?" riep hij met een beheerste stem.
Er kwam geen antwoord. Alleen het gehuil van de storm buiten antwoordde hem. Marcus liep langzaam de houten trap op naar de eerste verdieping, waar het licht vandaan kwam. Toen hij de grote woonkamer met het panorama-uitzicht over de oceaan binnenstapte, bleef hij verstijfd staan.
In het midden van de ruimte zat een oude vrouw vastgebonden op een rolstoel. Haar hoofd hing voorover en haar grijze haren bedekten haar gezicht. Het was Evelyn. Marcus rende naar haar toe. "Evelyn! Evelyn, hoort u mij?" Hij pakte haar schouders vast, maar toen hij haar hoofd voorzichtig naar achteren tilde, zag hij dat haar ogen gesloten waren en haar huid ijskoud aanvoelde. Op dat exacte moment klonk er een hard geluid achter hem. De zware eikenhouten deur van de woonkamer sloeg dicht en het geluid van een draaiende sleutel klikte in het slot.
Marcus draaide zich met een ruk om. Aan de andere kant van het glazen paneel in de deur stonden Sarah en Julian. Sarah hield een kleine doos met lucifers in haar hand, en Julian droeg een rode benzinecan. "Welkom thuis, Marcus," zei Sarah met een brede, wrede glimlach. "Het is tijd om het hoofdstuk van de familie Vance definitief af te sluiten."






