DE WAARHEID DIE MIJN ZOON MEENAM IN ZIJN GRAF
News Story

DE WAARHEID DIE MIJN ZOON MEENAM IN ZIJN GRAF

0 weergaven

DEEL 7 — Het telefoontje uit de dood

Het geluid aan de andere kant van de lijn was eerst alleen maar een doffe, ritmische ruis, alsof iemand ergens in een windvlaag stond te bellen. Maar toen hoorde ik het. Een zachte, bijna onwerkelijke kuch. Het soort kuch dat ik duizenden keren had gehoord in dit huis. Het kuchje van mijn oudste zoon, Thomas, wanneer hij diep in gedachten verzonken was over zijn medische boeken.

Mijn adem stokte in mijn keel. De hoorn dreigde uit mijn trillende hand te glippen.

"Wie... wie is daar?" bracht ik uit, en mijn stem klonk als dat van een vreemde. "Wie is dit?!"

Een stem antwoordde. Het was geen mechanische stem, en het was ook niet de stem van de anonieme beller van daarnet. Het klonk gedempt, alsof de spreker door een dikke laag stof of via een oude opname sprak, maar de klank ervan sneed dwars door mijn ziel.

"Mam... je had niet naar dat dossier moeten vragen..."

De woorden vielen in de stilte van de woonkamer als ijskoude druppels water op mijn gezicht. Ik verstijfde. Mijn benen verloren alle kracht, en ik moest me met mijn vrije hand vastgrijpen aan de rand van de kast om niet in elkaar te zakken.

"Thomas?" fluisterde ik, en de naam van mijn langst overleden zoon verliet mijn lippen als een gebed en een vloek tegelijk. "Thomas, ben jij dat? Waar... waar ben je in vredesnaam?"

Inspecteur De Jong, die nog bij de gang stond, hoorde de toon van mijn stem en was in één grote pas bij me. Hij greep direct de hoorn van me over en hield hem tegen zijn eigen oor, terwijl hij met zijn andere hand een klein apparaatje uit zijn zak haalde en dat met een snelle beweging aansloot op de telefoonaansluiting.

"Spreekgelegenheid traceren!" riep hij zacht tegen zichzelf, terwijl zijn ogen fel op het schermpje van zijn apparaatje gericht waren. "Hé! Wie spreekt daar? Geef uw identiteit prijs!"

Maar aan de andere kant van de lijn klonk alleen een ijskoude, mechanische lach. Een lach die absoluut niet van Thomas kon zijn. En toen klonk er een klik, gevolgd door de monotone toon van een verbroken verbinding. Tuu-tuu-tuu.

De Jong trok de hoorn van zijn oor en staarde naar het schermpje. Het apparaatje lichtte rood op en gaf een zachte, teleurstellende piep. "Doorgeschakeld," mompelde hij gefrustreerd. "Negen verschillende servers in het buitenland. We kunnen het herkomstpunt niet achterhalen. Het was een versleutelde VoIP-oproep."

Ik stond te tollen op mijn benen. Chloe was inmiddels opgestaan en kwam naar me toe gelopen, haar gezicht betrok van medelijden toen ze zag hoe bleek ik was geworden. Ze legde een hand op mijn schouder. "Elena... wat zei hij? Wie was aan de lijn?"

"Het was... het klonk als Thomas," bracht ik uit, terwijl een zware brok in mijn keel me bijna de adem benam. "Maar het kon Thomas niet zijn. Thomas is vijf jaar geleden begraven! Ik ben zelf bij zijn kist geweest!"

"Dat dacht u," zei De Jong met een sombere blik in zijn ogen. Hij liep terug naar de salontafel waar het dossier lag. "Het lijk dat vijf jaar geleden in die uitgebrande auto werd aangetroffen, was zo zwaar verbrand dat visuele identificatie onmogelijk was. Er is destijds een DNA-test gedaan, uitgevoerd door het forensisch instituut van het ziekenhuis. Dezelfde stichting die nu betrokken is bij de transplantatie van Nora."

De puzzelstukjes vielen op hun plek met een geweld dat mijn verstand te boven ging. Ik staarde naar de inspecteur, en de horror van wat hij insinueerde drong langzaam tot me doordringen.

"Wilt u soms zeggen dat..." Ik kon de zin niet afmaken.

"Ik zeg niets met zekerheid, mevrouw de Wit," antwoordde De Jong kalm. "Maar als uw zoon Thomas destijds te dicht bij de waarheid kwam over de illegale praktijken in dat ziekenhuis... dan was er voor bepaalde mensen maar één manier om hem te stoppen. En als hij toen niet is gestorven, dan verklaart dat waarom Julian zo'n enorme prijs heeft moeten betalen om Nora te redden."

Op dat moment ging de deurbel. Niet zachtjes, maar luid en dwingend. Drie korte, opeenvolgende tonen die door het hele huis dreunden.

Nora begon hardop te huilen, en Chloe trok het meisje direct achter zich. Inspecteur De Jong trok opnieuw zijn wapen, liep met ferme stappen naar de voordeur en deed het kijkgat open. Eén blik naar buiten was genoeg om zijn gezicht te laten verbleken.

"Agenten in uniform," fluisterde hij. "Maar het zijn geen lokale rechercheurs. Ze dragen de insignes van de federale veiligheidsdienst."