DEEL 4 — Het gif in de aderen
Het woord hing in de lucht als een verstikkende wolk. Vermoord. Het paste niet bij Julian. Julian die bang was voor naalden, die huilde toen onze hond stierf, die zijn laatste energie gebruikte om te smeken of ik alsjeblieft niemand de schuld wilde geven. Hoe kon iemand zo'n jongen iets aandoen? En belangrijker nog: waarom?
Inspecteur De Jong deed een stap naar voren, de hal binnen, zonder te wachten tot ik hem uitnodigde. Zijn blik was scherp en doordringend. Hij sloot de voordeur achter zich en keek me aan met een mengeling van zakelijke hardheid en menselijk mededogen. "Mag ik binnenkomen, mevrouw? Wat ik u te vertellen heb, kunt u beter niet op de drempel horen."
Ik kon nauwelijks knikken, maar ik ging opzij. Chloe volgde met Nora aan haar hand, en we liepen met z'n allen naar de woonkamer. De kamer waar Julian nog nog geen week geleden had gezeten, lachend met een kop koffie in zijn hand, pratend over die reis die hij nooit zou maken. Ik liet me op de bank vallen, mijn handen trillend in mijn schoot. Het verfoeide papier lag nog steeds op de salontafel, ongelezen, maar nu leek het plotseling een soort tikkende tijdbom.
De inspecteur nam plaats in de fauteuil tegenover me. Hij legde zijn aktetas open en haalde een dik dossier tevoorschijn, gevuld met formulieren, röntgenfoto's en verslagen met rode stempelafdrukken.
"Zoals u weet, verliep de operatie vlekkeloos," begon De Jong rustig, alsof hij een college gaf. "Nora's lichaam nam de nier van uw zoon uitstekend op. De medische staf was laaiend enthousiast. Maar vier dagen na de operatie veranderde het beeld dramatisch. Plotselinge nierfalen, heftige epileptische aanvallen, een snelle daling van de bloeddruk... de behuizing van zijn organen leek van binnenuit te worden afgebroken."
"De artsen zeiden dat het een zeldzame afstotingsreactie was!" riep ik uit, mijn stem overslaand van wanhoop. "Een zeldzame complicatie!"
"Dat is wat de ziekenhuisdirectie in eerste instantie naar buiten bracht om paniek te voorkomen," antwoordde de inspecteur onvermurwbaar. "Maar na een vertrouwelijke melding van een verpleegkundige die de nachtdienst draaide op de intensive care, is er een onafhankelijke toxicologische test uitgevoerd op de bloedmonsters die tijdens Julian’s laatste uren zijn afgenomen."
Hij legde een vel papier op de tafel, recht voor mijn neus. Er stond een grafiek op met grillige pieken, en daaronder een chemische formule in dikke zwarte letters.
"In het bloed van uw zoon is een synthetische stof aangetroffen," zei De Jong zacht. "Een uiterst zeldzaam spierverslappend middel dat in hoge doseringen het ademhalingsstelsel lamlegt en tegelijkertijd de nieren onherstelbaar beschadigt. Het is een middel dat niet zomaar per ongeluk in een infuus kan belanden. Het moet handmatig, via een injectie in de slang, zijn toegediend."
De wereld begon te tollen. Mijn maag keerde zich om. Een injectie? Julian, die doodsangsten uitstond voor naalden, was gedood door middel van een injectie in een ziekenhuisbed waar hij lag om een kind het leven te schenken?
"Maar... wie?" fluisterde ik, terwijl de tranen nu ongehinderd over mijn wangen stroomden. "Wie zou in vredesnaam Julian iets willen aandoen? Hij had geen vijanden! Iedereen hield van hem!"
Inspecteur De Jong keek me lang aan. Toen schoof hij de brief die Chloe had meegebracht een stukje naar voren, precies naast het toxicologische rapport.
"Dat is precies de vraag waar we antwoord op moeten vinden," zei de inspecteur. "En ik denk dat het antwoord niet in dit ziekenhuis ligt, mevrouw de Wit. Ik denk dat het antwoord ligt opgesloten in het verleden van uw oudste zoon... de zoon die vijf jaar geleden in ditzelfde ziekenhuis overleed onder verdachte omstandigheden."






