DEEL 8 — DE ONTSNAPPING
Klik...
Hayden verwachtte de explosie.
Maar...
er gebeurde niets.
De man met de zilveren ring glimlachte.
"Bang geworden, kapitein?"
Hij drukte nogmaals op de afstandsbediening.
BOEM!
Deze keer ontplofte niet de boerderij...
maar de schuur.
Een enorme vuurbal schoot de lucht in.
Brandende balken stortten neer en versperden de ingang.
"Rennen!" schreeuwde Abraham.
Hayden greep Noah vast en sprong het geopende tunnelgat in.
De onbekende man volgde hem.
Achter hen daalden Abraham en zijn zeven zonen als laatsten af.
Nog voordat het luik dichtviel, klonk een regen van kogels boven hun hoofden.
RATATATAT!
Het staal trilde onder de inslagen.
Noah drukte zijn gezicht tegen Haydens schouder.
"Ik ben bang..."
"Ik laat je niet alleen," fluisterde Hayden.
De tunnel was smal en donker.
Na tientallen meters kwamen ze uit bij een oude ondergrondse opslagruimte.
Aan de muur hing een stoffige kaart.
De onbekende wees erop.
"Er zijn twee uitgangen."
"De eerste leidt naar het bos."
"De tweede naar de rivier."
Hayden keek hem aan.
"Wie ben jij?"
De man zweeg even.
Toen haalde hij een metalen identificatieplaatje uit zijn jas.
Er stond één naam op.
Lucas Mercer.
Hayden verstijfde.
Die naam kende hij.
Hij had hem ooit gehoord...
lang geleden.
Plotseling schoten flarden van herinneringen door zijn hoofd.
Een trainingskamp.
Drie jonge soldaten.
Hijzelf.
Sabrina.
En Lucas.
Daarna...
een explosie.
Geschreeuw.
Donkerte.
Hayden greep naar zijn hoofd.
"Ik herinner me..."
Lucas knikte langzaam.
"Ze hebben jouw geheugen gewist."
"Operatie Phoenix gebruikte een experimenteel programma."
"Jij was hun beste soldaat."
"Nooit vrijwillig."
Hayden voelde woede opborrelen.
"Wie gaf dat bevel?"
Lucas antwoordde niet.
Op datzelfde moment begon Noah plotseling te hoesten.
Hij keek verschrikt naar zijn handen.
Er zat bloed op.
Hayden knielde onmiddellijk neer.
"Noah!"
Lucas werd bleek.
"Ze hebben hem geraakt..."
"Niet met een gewone kogel."
Hij trok voorzichtig Noah's mouw omhoog.
Op zijn arm zat een klein rood brandmerk.
Een cirkel.
Met een zwarte feniks.
Lucas sloeg zijn ogen neer.
"Nee..."
"Ze hebben de tracker geactiveerd."
Hayden fronste.
"Tracker?"
"Een experimentele chip."
"Ze kunnen Noah overal ter wereld volgen."
Nog voordat Hayden kon reageren, begon Lucas' eigen horloge luid te piepen.
Hij keek erop.
Zijn gezicht trok wit weg.
"Ze zitten al in de tunnel."
"Dat is onmogelijk," zei Abraham.
Lucas schudde zijn hoofd.
"Er is een tweede ingang..."
"...en iemand heeft hun verteld waar die is."
Iedereen keek elkaar aan.
Acht mannen.
Hayden.
Lucas.
Noah.
Abraham.
En zijn zeven zonen.
Als Lucas gelijk had...
dan bevond zich een verrader tussen hen.
Voordat iemand iets kon zeggen, doofden alle lampen in de tunnel tegelijk.
Volledige duisternis.
Toen klonk ergens achter hen...
het zachte geluid van voetstappen.
Niet één persoon.
Meerdere.
En een bekende stem fluisterde in het donker:
"Welkom terug, kapitein Stanton."
"Wij hebben twintig jaar op u gewacht..."
Wordt vervolgd...






