DEEL 12 — DE ONTMOETING DIE NOOIT MOCHT PLAATSVINDEN
De hele nacht reden ze richting het noorden.
Niemand sliep.
Niemand durfde zelfs maar te praten over wat er de afgelopen uren was gebeurd.
Op de achterbank lag het dossier van Project Echo.
Daarnaast lag de foto van de zeven kinderen.
Jessi had de foto inmiddels tientallen keren bekeken.
Zes namen.
Zes verdwenen levens.
En zijzelf als nummer zeven.
Maar één vraag bleef door haar hoofd spoken.
Waarom had haar vader morgen een afspraak met Amelia Grant?
En belangrijker…
Waarom had hij haar twintig jaar lang verborgen gehouden?
Rond vier uur 's nachts stopte Ivan bij een verlaten tankstation.
Rachel stapte uit en liep naar de automaat.
Jessi bleef in de auto zitten.
Ze keek naar de foto.
“Denk je dat mijn vader te vertrouwen is?” vroeg ze.
Ivan keek haar aan.
“Ik weet het niet.”
Jessi glimlachte bitter.
“Dat is eerlijk.”
“Maar ik denk niet dat hij je vijand is.”
“Waarom niet?”
“Omdat iemand die je twintig jaar lang wil beschermen, meestal niet degene is die je kwaad wil doen.”
Jessi keek uit het raam.
“Of hij heeft me twintig jaar lang voorgelogen.”
Ivan antwoordde niet.
Zijn telefoon trilde.
Een bericht.
STOP BIJ DE VOLGENDE AFSLAG.
Geen nummer.
Geen naam.
Ivan keek naar Rachel.
“Heb jij dit gestuurd?”
“Nee.”
Jessi keek naar het scherm.
“Is het van hem?”
“Van wie?”
“Mijn vader.”
Een tweede bericht verscheen.
ALLEEN JESSI MAG KOMEN.
Ivan schudde zijn hoofd.
“Absoluut niet.”
Jessi keek hem aan.
“Als hij me wil spreken, moeten we luisteren.”
“Het kan een val zijn.”
“Dan gaan we samen.”
“Hij schreef alleen jouw naam.”
“Dan zal hij moeten accepteren dat ik niet alleen kom.”
Rachel stapte weer in.
“Wat is er?”
Ivan liet haar het bericht zien.
Rachel zuchtte.
“Dit wordt steeds erger.”
Twintig minuten later verlieten ze de hoofdweg.
Het adres leidde naar een klein dorp.
Daarna naar een onverharde weg.
Aan het einde stond een oude schuur.
De deur stond open.
Jessi stapte uit.
“Blijf hier,” zei Ivan.
“Nee.”
“Ik ga eerst kijken.”
Jessi schudde haar hoofd.
“Dit gaat over mijn familie.”
Rachel pakte haar arm.
“Dan blijven we met z'n drieën.”
Ze gingen naar binnen.
De schuur was leeg.
Bijna.
In het midden stond een houten stoel.
Daarop lag een envelop.
Jessi liep ernaartoe.
Op de envelop stond haar naam.
Ze opende hem.
Binnen zat een sleutel.
En een briefje.
NIET HIER. KIJK ONDER DE VLOER.
Ivan keek naar de houten vloer.
“Dit meen je niet.”
Rachel scheen met haar zaklamp.
Een plank zag er nieuwer uit dan de rest.
Ivan tilde hem op.
Daaronder zat een kleine metalen doos.
De sleutel paste.
Binnen lag een oude mobiele telefoon.
En een videoband.
Jessi keek verbaasd.
“Wie gebruikt er nog een videoband?”
“Blijkbaar iemand die niet digitaal gevolgd wil worden,” zei Rachel.
Op dat moment ging de mobiele telefoon over.
Jessi nam op.
“Hallo?”
Een stem antwoordde.
“Jessi.”
Ze herkende hem onmiddellijk.
“Papa?”
Thomas zweeg enkele seconden.
“Luister goed.”
“Waar ben je?”
“Niet belangrijk.”
“Voor mij wel!”
“Je moet me geloven.”
“Waarom zou ik?”
“Dat hoef je niet.”
Jessi kneep haar ogen dicht.
“Vertel me dan de waarheid.”
Thomas zuchtte.
“Amelia is in gevaar.”
“Waarom?”
“Omdat ze de laatste persoon is die kan bewijzen wat Project Echo werkelijk was.”
“Wat is Project Echo?”
“Een experiment.”
“Dat weet ik.”
“Nee, Jessi. Je weet nog niet eens de helft.”
Ze voelde haar hartslag versnellen.
“Wat weet ik dan niet?”
Thomas antwoordde:
“Jullie werden niet gekozen vanwege jullie allergieën.”
“Waarom dan?”
“Vanwege jullie ouders.”
Jessi verstijfde.
“Wat?”
“Jullie waren allemaal kinderen van mensen die bij hetzelfde onderzoek betrokken waren.”
Rachel keek naar Ivan.
“Wat voor onderzoek?”
Thomas ging verder.
“Het onderzoek had niets met allergieën te maken. Het ging om geheugen.”
Jessi werd stil.
“Geheugen?”
“Ze wilden weten of herinneringen konden worden veranderd.”
Een koude rilling liep over haar rug.
“Waarom?”
“Omdat iemand geloofde dat trauma, angst en herinneringen gebruikt konden worden om mensen te controleren.”
Ivan fluisterde:
“Dit gaat veel verder dan Luca.”
Thomas hoorde hem.
“Ja.”
Jessi keek naar de telefoon.
“Wie leidde het onderzoek?”
Een lange stilte.
Toen zei Thomas:
“Je moeder.”
Jessi voelde alsof de grond onder haar wegviel.
“Nee.”
“Ze werkte aanvankelijk met hen.”
“Mijn moeder?”
“Ze dacht dat ze zieke kinderen hielp.”
Jessi begon te huilen.
“Maar toen ontdekte ze wat ze werkelijk deden.”
“En toen?”
“Toen probeerde ze het project te stoppen.”
“Waarom heeft ze mij dan niet verteld wat er gebeurde?”
“Omdat ze wist dat jij hun belangrijkste proefpersoon was.”
Jessi keek naar Rachel.
“Wat betekent dat?”
Thomas antwoordde zacht:
“Jij was de enige van wie ze de herinneringen niet volledig konden veranderen.”
Jessi voelde haar hoofd duizelen.
“Maar ik herinner me bijna niets van die tijd.”
“Precies.”
De verbinding werd plotseling verbroken.
“Papa?”
Geen antwoord.
“Papa!”
De telefoon was dood.
Rachel pakte hem aan.
“De batterij is eruit gehaald.”
“Hij heeft hem uitgezet.”
Ivan keek naar buiten.
“Of iemand anders.”
Toen klonk er een geluid achter de schuur.
Een auto.
Jessi draaide zich om.
Een zwarte SUV stopte op enkele meters afstand.
Twee mannen stapten uit.
Rachel trok haar wapen.
“Politie!”
De mannen renden weg.
Ivan ging achter hen aan.
Maar na enkele seconden kwam hij terug.
“Ze zijn weg.”
Op de grond lag een klein metalen doosje.
Jessi raapte het niet op.
Rachel deed het met handschoenen.
Binnenin zat een foto.
Niet van de zeven kinderen.
Maar van hun ouders.
Zeven volwassenen.
Op dezelfde plek.
Op dezelfde dag.
En in het midden stond één man die Jessi nog nooit eerder had gezien.
Rachel keek naar de foto.
Haar gezicht veranderde.
“Wie is dat?”
Jessi keek haar aan.
Rachel antwoordde nauwelijks hoorbaar:
“De oprichter van Project Echo.”
“Wie?”
Rachel draaide de foto om.
Op de achterkant stond een naam.
DR. VICTOR HALE.
Daaronder stond een zin:
ALS JESSI HAAR HERINNERINGEN TERUGKRIJGT, KOMT HIJ TERUG.
Jessi keek naar de donkere weg.
“Wie is ‘hij’?”
Rachel keek haar aan.
“Ik denk dat je vader niet bedoelde dat jij gevaar loopt omdat je de waarheid kent.”
“Wat bedoel je?”
Rachel wees naar de foto.
“Hij bedoelde dat iemand terugkomt zodra jij je alles herinnert.”
Jessi voelde haar adem stokken.
“Maar wie?”
In de verte klonk een telefoon.
Niet die van haar.
Niet die van Ivan.
Niet die van Rachel.
Het geluid kwam uit de metalen doos.
Rachel opende hem opnieuw.
Een tweede telefoon lag onder de foto.
Het scherm lichtte op.
Er verscheen één bericht.
JESSI, JE HEBT MIJ AL EENS ONTMOET.
Daaronder stond een naam.
VICTOR HALE.






