Op datzelfde moment reed Matteo met een colonne zwarte auto's naar het schuiladres.
De voordeur lag uit haar scharnieren.
Binnen rook het naar buskruit.
Overal lagen hulzen.
Op de vloer lag de oude man.
Nog net in leven.
Matteo knielde naast hem.
"Waar is mijn vrouw?"
De man opende moeizaam zijn ogen.
"Te laat..."
"Wie heeft haar meegenomen?"
Een zwakke glimlach verscheen op zijn gezicht.
"Niet meegenomen..."
"...gered."
Matteo greep hem vast.
"Door wie?"
Met zijn laatste krachten fluisterde de man één naam.
"Lucas..."
Zijn hand viel levenloos op de vloer.
Matteo bevroor.
Daan keek hem ongelovig aan.
"Dat is onmogelijk..."
Matteo stond langzaam op.
Zijn blik was donkerder dan ooit.
"Nee..."
zei hij zacht.
"Als Lucas leeft..."
"...dan is alles wat ik twaalf jaar lang heb geloofd een leugen."
Ver weg, op een verlaten industrieterrein, zette de motor stil.
Lucas keek Clara aan.
"Vanaf nu kun je niemand meer vertrouwen."
Clara slikte.
"Zelfs Matteo niet?"
Lucas keek naar de donkere skyline van Amsterdam.
"Vooral Matteo niet."






