Een uur later.
Een verlaten scheepswerf.
De regen viel opnieuw onophoudelijk.
Matteo stapte uit zijn auto.
Aan de overkant verscheen Lucas.
Twaalf jaar hadden ze elkaar niet gezien.
Geen van beiden zei iets.
Toen liep Matteo langzaam naar voren.
Hij bleef op enkele meters afstand staan.
Zijn stem trilde.
"Ben jij het echt?"
Lucas knikte.
"Ja."
Matteo sloot zijn ogen.
Al die jaren.
Al die nachten.
Al die mensen die hij had gewantrouwd.
En zijn eigen broer leefde nog.
Hij zette één stap naar voren.
"Waarom heb je me verlaten?"
Lucas antwoordde zacht.
"Ik heb je nooit verlaten."
"Je liet me geloven dat je dood was!"
"Zodat jij kon blijven leven."
Matteo keek hem sprakeloos aan.
Op dat moment stapte Clara tussen hen in.
Ze pakte Matteo's hand.
Voor het eerst sinds lange tijd trok hij die niet terug.
"Luister naar hem."
fluisterde ze.
"Niet als maffiabaas."
"Maar als broer."






