“Jij bent geen uitgenodigde gast op de bruiloft van je broer, Mariana. Je bent hier om te werken.”
News Story

“Jij bent geen uitgenodigde gast op de bruiloft van je broer, Mariana. Je bent hier om te werken.”

0 weergaven

DEEL 9 — DE DOCHTER DIE NOOIT BESTOND

We reden midden in de nacht naar een verlaten industrieel terrein buiten de stad.

Harris had extra agenten opgeroepen.

Alexander zat voorin.

Thomas naast mij.

Niemand sprak.

Ik hield de foto stevig vast.

Mijn zogenaamde zus.

Een meisje dat ik nooit had gekend.

Een meisje dat volgens mijn vader niet had mogen bestaan.

“Hoe heette ze?” vroeg ik.

Thomas keek naar buiten.

“Anna.”

“Anna Hale?”

Hij knikte.

“Ze was twee jaar jonger dan jij.”

“Dus waarom wist ik niets van haar?”

“Richard.”

Dat ene woord was genoeg.

Toen we bij het gebouw aankwamen, stond de deur open.

Harris gaf zijn team een teken.

Ze gingen naar binnen.

Wij volgden.

Het gebouw was donker.

Er hing een vreemde geur.

Vocht.

Roest.

En iets chemisch.

Aan de muur hingen oude dossiers.

Dozen.

Foto's.

Ik liep langzaam langs een tafel.

Toen zag ik mijn naam.

MARIANA — FILE 07.

Mijn hart stopte.

Ik pakte het dossier.

Binnenin stonden foto's van mij.

Als baby.

Als kleuter.

Op school.

Zelfs foto's waarvan ik zeker wist dat niemand ze ooit had kunnen maken.

“Hij hield me in de gaten.”

Thomas keek naar de documenten.

“Niet alleen jou.”

Hij wees naar een tweede map.

ANNA — FILE 08.

Ik opende hem.

Een geboorteakte.

Een foto.

Een medisch rapport.

Mijn handen trilden.

Anna was echt.

Mijn zus.

“Waar is ze?”

Niemand wist het.

Tot we een geluid hoorden.

Een deur sloeg dicht.

Harris riep:

“Politie! Laat jezelf zien!”

Geen antwoord.

We renden naar de andere kamer.

Leeg.

Maar op een stoel lag een jas.

Nog warm.

“Ze was hier,” zei Alexander.

Thomas liep naar de muur.

Daar zat een metalen plaat.

Hij duwde erop.

Een verborgen deur schoof open.

Achter de deur liep een trap naar beneden.

“Dit stond niet op de bouwplannen,” zei Harris.

We daalden af.

Onder het gebouw lag een lange gang.

Aan weerszijden zaten kamers.

Sommige waren leeg.

Andere bevatten bedden.

Ik kreeg kippenvel.

“Wat is dit?”

Thomas keek om zich heen.

“Een onderzoekscentrum.”

“Waarvoor?”

Hij wees naar een bord.

PROJECT M.

Mijn maag trok samen.

Harris keek naar de deuren.

“Project Mariana.”

Ik schudde mijn hoofd.

“Waarom zouden ze een project naar mij noemen?”

Thomas keek naar mij.

“Omdat jij niet het slachtoffer was.”

“Wat?”

Hij wees naar een document.

“Jij was het doel.”

Ik las verder.

Mijn geboortedatum.

Mijn medische gegevens.

Mijn bloedgroep.

Mijn genetische informatie.

Alles stond erin.

“Dit is gestoord.”

Alexander pakte een map.

“Hier staat iets over Evelyn.”

Hij bladerde.

Toen verstijfde hij.

“Wat?”

Hij gaf de map aan Thomas.

Mijn vader las één pagina.

Zijn gezicht verloor alle kleur.

“Wat staat er?”

Thomas keek mij aan.

“Je moeder werkte hier.”

Ik kon niet spreken.

“Ze probeerde Project M te stoppen.”

“En Anna?”

“Anna was onderdeel van het project.”

“Waarom?”

Thomas antwoordde niet.

Harris nam het dossier.

“Er staat dat Anna een genetische match was.”

“Waarmee?”

“Met Mariana.”

Mijn adem stokte.

“Dat kan toch?”

Harris keek naar Thomas.

“Wat was Project M?”

Thomas antwoordde zacht:

“Een programma om bepaalde erfelijke eigenschappen te onderzoeken.”

“Welke eigenschappen?”

“Geheugen. Stressrespons. Neurologische patronen.”

Ik voelde een rilling.

“Ze hebben ons getest?”

“Ja.”

Plotseling klonk er boven ons een harde knal.

Harris trok zijn wapen.

“Blijf hier!”

Hij rende de trap op.

Toen hoorden we schoten.

Eén.

Twee.

Daarna stilte.

“Papa…”

Thomas pakte mijn hand.

“Niet bewegen.”

Maar Alexander stond op.

“Ik ga naar hem toe.”

“Alexander, nee!”

Hij rende weg.

Thomas trok mij achter een muur.

En toen klonk een stem door de luidsprekers.

Een stem die ik meteen herkende.

Richard.

“Mariana.”

Mijn hart bonkte.

“Je wilde antwoorden.”

De luidspreker kraakte.

“Nu krijg je ze.”

Ik keek naar Thomas.

“Waar is hij?”

“Hij is overal.”

Richard lachte zacht.

“Je vader heeft je één ding nooit verteld.”

Ik hield mijn adem in.

“Anna is niet je zus.”

Ik verstijfde.

Thomas werd lijkbleek.

Richard vervolgde:

“Ze is jouw kloon.”

De verbinding viel weg.

Ik staarde naar mijn vader.

Hij keek naar mij.

En ik zag de waarheid in zijn ogen.

* * *