DEEL 7 — DE MAN DIE MIJN VADER VERRIED
“Jij.”
Het woord van mijn vader bleef tussen ons hangen.
Ik keek naar Alexander.
Mijn oom.
De man die mij diezelfde avond nog had beschermd.
De man die mij had verteld dat hij mijn hele leven naar de waarheid had gezocht.
De man die naast mijn bed had gezeten toen ik instortte.
“Zeg dat hij liegt,” fluisterde ik.
Alexander antwoordde niet.
Dat was erger dan wanneer hij had geschreeuwd.
“Alexander?”
Hij keek naar mij.
Zijn gezicht was bleek.
“Mariana…”
“Zeg dat hij liegt.”
Thomas kwam langzaam dichterbij.
“Hij heeft mij niet rechtstreeks verraden,” zei hij. “Dat zou te eenvoudig zijn.”
Harris keek scherp naar hem.
“Leg het uit.”
Thomas haalde diep adem.
“Zevenentwintig jaar geleden probeerde ik Mariana weg te halen uit het Sterling-landgoed.”
Ik voelde mijn hart sneller kloppen.
“Ik wist dat Richard plannen had. Ik wist dat hij documenten vervalste en mensen omkocht. Maar ik wist niet hoe ver hij zou gaan.”
Thomas keek naar Alexander.
“Alexander wist dat ik haar wilde meenemen.”
Alexander sloot zijn ogen.
“Ik dacht dat ik je hielp.”
Thomas lachte bitter.
“Dat dacht je.”
“Wat heb je gedaan?” vroeg Harris.
Alexander wreef met beide handen over zijn gezicht.
“Ik heb Thomas verteld waar Mariana zou worden verborgen.”
Mijn maag draaide om.
“Waar?”
“Een klein huis buiten de stad. Een veilige plek.”
Thomas knikte.
“En drie uur later werd dat huis aangevallen.”
Niemand zei iets.
“Maar Mariana was daar niet,” vervolgde Thomas. “Ik had haar al meegenomen.”
Ik keek naar mijn vader.
“Dus hoe heeft Richard me gevonden?”
“Dat weet ik niet,” zei Thomas.
Alexander fluisterde:
“Maar ik weet het wel.”
Iedereen keek hem aan.
“Er was iemand die mij volgde.”
“Wie?” vroeg Harris.
Alexander keek naar de grond.
“Mijn vrouw.”
Ik fronste.
“Je vrouw?”
“Ze werkte voor Richard.”
Mijn adem stokte.
Alexander ging zitten alsof zijn benen hem niet langer konden dragen.
“Ze deed alsof ze niets wist. Maar zij had toegang tot mijn agenda, mijn telefoon en mijn kantoor.”
Thomas keek hem woedend aan.
“En jij hebt haar nooit verdacht.”
“Ze was mijn vrouw.”
“Dat is geen excuus.”
Alexander sloeg zijn handen voor zijn gezicht.
“Ik was jong. Ik dacht dat ik iedereen kon vertrouwen.”
Thomas haalde de oude envelop uit zijn jas.
“Dit is het bewijs.”
Harris nam hem voorzichtig aan.
Binnenin zaten foto's.
Foto's van Alexander.
Van zijn vrouw.
Van Richard.
En op één foto stonden ze samen.
In een restaurant.
De datum stond duidelijk onderaan.
Drie dagen voordat Mariana verdween.
Ik voelde een koude rilling over mijn rug lopen.
“Waarom heb je dit nooit eerder laten zien?” vroeg Harris.
Thomas keek hem aan.
“Omdat ik niet wist wie ik kon vertrouwen.”
Toen keek hij naar mij.
“Zelfs jij niet.”
Mijn ogen vulden zich met tranen.
“Waarom?”
“Omdat iemand mijn brieven onderschepte.”
Hij wees naar de zwarte doos.
“Die brieven waren nooit bedoeld om jou pas op je zevenentwintigste te bereiken.”
Ik keek naar de stapel.
“Wie heeft ze verborgen?”
Thomas antwoordde niet.
Alexander deed dat wel.
“Richard.”
Harris schudde zijn hoofd.
“Dat verklaart niet alles.”
Hij hield de USB-stick omhoog.
“Project M.”
Thomas verstijfde.
“Waar heb je die gevonden?”
“In haar oude slaapkamer.”
Thomas liep naar hem toe.
Zijn gezicht veranderde.
“Waar?”
“Op het landgoed.”
Thomas keek naar mij.
“Mariana, luister goed. Die stick mag niet geopend worden voordat we weten wat Project M betekent.”
“Waarom?”
“Omdat het project nooit over geld ging.”
“Waar ging het dan over?”
Thomas zweeg.
Toen zei hij:
“Over jou.”
Mijn adem stokte.
Alexander keek op.
“Dat is onmogelijk.”
Thomas keek hem aan.
“Is het?”
De stilte werd ondraaglijk.
Harris stopte de USB-stick diep weg.
“Niemand gaat nu iets openen.”
Plotseling klonk buiten een auto.
Iedereen draaide zich om.
Een zwarte wagen stopte voor het huis.
Harris trok onmiddellijk zijn wapen.
“Blijf hier.”
Hij liep naar het raam.
De auto reed langzaam weg.
Maar niet voordat ik het kenteken had gezien.
Ik kende het.
“Die auto…”
Alexander keek naar mij.
“Wat?”
“Die stond vanmiddag bij de club.”
Thomas verstijfde.
“Richard.”
Harris draaide zich om.
“Denk je dat hij hier is?”
Thomas keek naar de deur.
“Nee.”
Hij slikte.
“Ik denk dat hij wil dat we denken dat hij hier is.”
En toen begreep ik iets.
Richard was niet op de vlucht.
Hij stuurde ons.
Hij wist precies waar wij waren.
En misschien wist hij al dat mijn vader terug was.
Mijn telefoon trilde.
Een onbekend nummer.
Er stond slechts één bericht.
Je hebt je vader gevonden. Gefeliciteerd. Nu zul je ontdekken waarom hij je verloor.
Daaronder stond een tweede zin.
Vraag Alexander naar de nacht van 14 november.
Ik keek naar mijn oom.
Zijn gezicht werd wit.
“Alexander?”
Hij zei niets.
En voor het eerst wist ik zeker dat mijn vader niet de enige was die jarenlang een geheim had gedragen.
* * *






