DEEL 11 — ONDER HET HUIS
We keerden terug naar het Sterling-landgoed.
Harris wilde wachten op versterking.
Ik wilde niet wachten.
Als Anna werkelijk onder mijn huis zat, kon ik haar niet nog een seconde laten wachten.
Thomas liep achter mij.
Hij zei niets.
Maar ik voelde zijn blik.
“Waarom zou Anna zeggen dat ik je niet moet vertrouwen?”
Hij antwoordde pas na enkele seconden.
“Omdat ze niet alles weet.”
“En jij wel?”
“Meer dan zij.”
“Dat is geen antwoord.”
Hij stopte.
“Mariana, ik heb dingen gedaan waar ik niet trots op ben.”
“Zoals?”
“Om jou te beschermen.”
“Je blijft dat woord gebruiken.”
Hij keek me aan.
“Maar soms moest ik slechte keuzes maken.”
We bereikten het huis.
Harris en twee agenten gingen voorop.
Binnen was alles nog steeds overhoop gehaald.
Ik liep naar mijn oude slaapkamer.
“Onder het huis,” zei ik.
Harris keek rond.
“Waar?”
“Ik weet het niet.”
Thomas keek naar de vloer.
“Je moeder had vroeger een kelder.”
“Een kelder?”
“Onder de keuken.”
We liepen naar beneden.
Achter een oude kast zat een stenen muur.
Harris tikte erop.
Hol.
Hij keek naar de agent.
“Breek hem open.”
Na enkele minuten verscheen er een opening.
Een smalle trap leidde naar beneden.
De lucht was koud.
En muf.
We daalden af.
Onder het huis lag een verborgen ruimte.
Er stond een bed.
Een tafel.
Een lamp.
En aan de muur hingen tientallen foto's.
Foto's van mij.
Foto's van Anna.
Foto's van mijn moeder.
Ik liep naar een tafel.
Daar lag een dagboek.
Op de eerste pagina stond:
Evelyn Sterling.
Mijn moeder.
Ik sloeg het open.
De eerste regels waren bijna dertig jaar oud.
Richard weet niet dat ik Anna heb meegenomen.
Mijn adem stokte.
Hij denkt dat het experiment is mislukt.
Ik bladerde verder.
Maar Mariana is anders. Zij heeft geen afwijking. Zij heeft het tegengif.
Ik keek naar Thomas.
“Wat betekent dat?”
Hij zei niets.
Ik las verder.
Als Richard ooit ontdekt wat Mariana werkelijk draagt, zal hij haar nooit met rust laten.
Mijn vingers trilden.
“Wat draag ik?”
Thomas fluisterde:
“Een genetische marker.”
“Wat doet die?”
“Niemand weet het zeker.”
“Maar Richard wel?”
“Hij denkt van wel.”
Ik bladerde verder.
Er stond een laatste bericht.
Thomas, als je dit leest, betekent dat dat ik dood ben. Zorg ervoor dat Mariana nooit weet wat ze werkelijk is.
Daaronder stond een tweede zin.
En vertrouw Alexander niet.
Ik keek op.
“Mijn moeder vertrouwde Alexander niet.”
Thomas knikte.
“Dat klopt.”
“Maar waarom?”
“Hij wist van Project M.”
“En jij?”
“Ik ook.”
“Dus iedereen wist behalve ik.”
Thomas zweeg.
Toen hoorden we een geluid.
Een deur sloot.
Harris trok zijn wapen.
“Blijf achter mij.”
We liepen verder.
Achter een tweede deur stond een kleine kamer.
En daar zat een vrouw.
Ze was bleek.
Haar haar was donker.
Ze keek op.
Onze ogen ontmoetten elkaar.
Ik wist het meteen.
Anna.
Mijn zus.
Of wat ze ook werkelijk was.
Ze stond langzaam op.
“Mariana.”
Ik kon geen woord zeggen.
Ze liep naar me toe.
We stonden tegenover elkaar.
Ze had mijn ogen.
Mijn neus.
Zelfs dezelfde kleine moedervlek bij haar kin.
“Je bent echt,” fluisterde ik.
Ze glimlachte door haar tranen heen.
“Jij ook.”
Ik omhelsde haar.
Voor het eerst voelde ik iets wat ik niet kon verklaren.
Herkenning.
Alsof een deel van mij haar al kende.
Toen duwde Anna mij plotseling achteruit.
“Je moet weg.”
“Waarom?”
“Richard komt.”
Harris keek naar haar.
“Waar is hij?”
“Niet hier.”
“Wat bedoel je?”
Anna keek naar Thomas.
“Hij heeft Alexander.”
Thomas verstijfde.
“Waar?”
“Bij de oude kliniek.”
Mijn vader keek haar aan.
“Hoe weet jij dat?”
Anna antwoordde:
“Omdat ik daar vandaan kom.”
Ik voelde een koude rilling.
“Wat?”
Anna keek naar mij.
“Mariana, Project M is nooit gestopt.”
Ze wees naar een deur achter haar.
“Het heeft alleen een andere naam gekregen.”
Harris vroeg:
“Welke?”
Anna fluisterde:
“Sterling.”
En toen klonk boven ons een explosie.
Het hele huis schudde.
Plafondstukken vielen naar beneden.
Harris riep:
“NAAR BUITEN!”
Maar Anna greep mijn hand.
“Nee.”
“Waarom niet?”
Ze keek me recht aan.
“Er is nog iemand hier.”
“Wie?”
Anna wees naar een donkere hoek.
Een man stapte naar voren.
Ik herkende hem.
Richard.
Hij glimlachte.
“Eindelijk zijn mijn twee dochters samen.”






