DEEL 15 — Ik ging naar het huis waar ik geboren was… maar binnen vond ik bewijs dat mijn leven een leugen was
De eerste knal liet de ramen trillen.
De tweede was harder.
Mijn moeder greep mijn arm.
“Shannon, we moeten nu gaan.”
Ik keek naar Victor.
“Waarheen?”
“Naar het oude landhuis.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Daar wil mijn broer dat ik heen ga.”
“Precies.”
“Dus het is een val.”
“Waarschijnlijk.”
“En toch gaan we?”
Victor knikte.
“Omdat er misschien geen andere plek meer is waar je veilig bent.”
Beneden klonken voetstappen.
Meerdere mensen.
De voordeur werd ingetrapt.
Mijn moeder keek naar mij.
“Neem dit.”
Ze stopte een kleine metalen sleutel in mijn hand.
Ik herkende hem onmiddellijk.
Dezelfde sleutel die ik jaren geleden in een oude doos had gevonden.
“Waar is deze voor?”
“Voor een kamer onder het huis.”
“Welke kamer?”
“De kamer waar alles begon.”
* * *
We verlieten het appartement via een achteruitgang.
Victor liep voorop.
Mijn moeder achter mij.
Ik voelde mijn hart bonzen.
De hele stad leek veranderd.
Elke auto leek ons te volgen.
Elke schaduw leek een persoon.
Na twintig minuten bereikten we het oude landhuis.
Ik had het nog nooit eerder gezien.
Toch voelde de plek vreemd vertrouwd.
Een groot wit huis.
Donkere ramen.
Een verwilderde tuin.
En boven de voordeur stond hetzelfde familiewapen dat ik op oude foto's had gezien.
Ik stapte uit.
Mijn moeder bleef staan.
“Wat is er?”
“Hier ben jij geboren.”
Ik keek naar het huis.
“En mijn broer?”
“Ook.”
We liepen naar binnen.
De voordeur stond al open.
Victor trok zijn wapen.
“Blijf achter mij.”
Binnen rook het naar stof en vocht.
Op de vloer lagen oude foto's.
Alsof iemand ze expres had verspreid.
Ik bukte.
Ik pakte de eerste foto.
Een baby.
Ik.
Op de achterkant stond:
SHANNON — DAG 1.
De tweede foto was mijn broer.
DANIEL — DAG 1.
Ik keek naar mijn moeder.
“Waarom zijn deze foto's hier?”
Ze antwoordde niet.
Toen zag ik de derde foto.
Daarop stonden mijn moeder en mijn grootvader.
Maar naast hen stond een man die ik nooit eerder had gezien.
Ik voelde mijn adem stoppen.
“Wie is hij?”
Victor kwam dichterbij.
Zijn gezicht werd bleek.
“Dat is onmogelijk.”
“Wie?”
Hij keek naar de foto.
“Dr. Elias Morgan.”
Mijn moeder fluisterde:
“De eerste directeur van Orion.”
* * *
We liepen verder.
Achter een bibliotheek vonden we een metalen deur.
Ik haalde de sleutel tevoorschijn.
Hij paste.
De deur ging open.
Een trap leidde naar beneden.
Hoe dieper we gingen, hoe kouder het werd.
Toen bereikten we een enorme ondergrondse ruimte.
Mijn adem stokte.
Computers.
Schermen.
Medische apparatuur.
Oude bedden.
En aan de muur…
zeven namen.
01 — LENA
02 — MARCUS
03 — ELISE
04 — THOMAS
05 — NOAH
06 — DANIEL
07 — SHANNON
Ik liep langzaam naar de muur.
“Dus ik was echt Subject 07.”
Mijn moeder knikte.
“Ja.”
“Maar je zei dat ik Subject 06 was.”
“Dat was een andere classificatie.”
“Waarom?”
“Omdat jouw dossier meerdere keren is veranderd.”
“Door wie?”
Mijn moeder keek naar de donkere gang achter ons.
“Door je grootvader.”
* * *
Op een van de schermen verscheen plotseling licht.
Victor draaide zich om.
“Dat kan niet.”
Een video startte automatisch.
Mijn grootvader verscheen.
Jonger.
Misschien vijftig.
Hij keek recht in de camera.
“Als je dit ziet, betekent het dat Shannon het laboratorium heeft gevonden.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
Hij glimlachte.
“Dat was altijd mijn bedoeling.”
Mijn moeder fluisterde:
“Nee…”
De video ging verder.
“Shannon, je hele leven heb je gedacht dat je slachtoffer was.”
Hij pauzeerde.
“Dat ben je niet.”
Ik keek naar het scherm.
“Je bent het resultaat.”
Mijn bloed werd koud.
“Van wat?”
Mijn grootvader antwoordde:
“Van de eerste succesvolle geheugenreconstructie.”
Ik keek naar mijn moeder.
Ze begon te huilen.
“Dat is niet waar.”
“Jawel,” zei Victor.
Mijn grootvader ging verder.
“Daniel was de eerste poging.”
“Hij werd geboren met een uitzonderlijk geheugen.”
“Maar zijn hersenen konden de procedure niet verdragen.”
“Dus creëerden we jou.”
Mijn benen werden zwak.
“Creëerden?”
Mijn moeder zakte op een stoel.
“Shannon…”
“Zeg dat hij liegt.”
Ze kon niets zeggen.
De video ging verder.
“Jij bent niet geboren zoals andere kinderen.”
“Je bent samengesteld uit genetisch materiaal van zeven verschillende bronnen.”
Mijn adem stokte.
“Zeven?”
Mijn grootvader glimlachte.
“Daarom noemen we je Subject 07.”
* * *
Ik keek naar mijn handen.
Naar mijn lichaam.
Mijn hele leven.
Mijn identiteit.
Alles.
“Dus ik ben geen echte persoon?”
Mijn moeder stond op.
“Dat ben je wel!”
“Maar ik ben gemaakt.”
“Je bent mijn dochter.”
“Ben ik dat?”
Ze liep naar mij toe.
“Ik heb je gedragen.”
“Maar je hebt me niet verwekt.”
“Dat doet er niet toe.”
Ik huilde.
“Voor mij wel.”
Victor legde een hand op mijn schouder.
“Shannon…”
Ik trok me los.
“Niet aanraken.”
Hij stopte.
Toen hoorde ik een geluid.
Een deur.
Achterin het laboratorium.
We draaiden ons allemaal om.
Een man kwam langzaam naar voren.
Donker haar.
Bruine ogen.
Een litteken op zijn kin.
Mijn hart stopte.
“Daniel…”
Mijn broer keek naar mij.
Hij glimlachte.
“Eindelijk.”
Ik kon niets zeggen.
Hij liep naar het midden van de kamer.
“Je hebt veel te veel vragen.”
“Jij bent mijn broer.”
“Ja.”
“Maar je zei dat je Project Orion had overgenomen.”
“Ik heb het vernietigd.”
“Waarom?”
“Omdat ik ontdekte wat ze met jou hadden gedaan.”
Ik keek naar hem.
“Je wist het?”
“Vanaf mijn twaalfde.”
“Waarom heb je mij nooit gevonden?”
Hij keek naar mijn moeder.
“Omdat zij me tegenhield.”
Mijn moeder begon te huilen.
“Je zou haar doden.”
“Ik wilde haar wakker maken.”
“Door haar te laten geloven dat iedereen haar bedroog?”
Daniel keek naar mij.
“Dat was de enige manier.”
“Waarvoor?”
Hij kwam dichterbij.
“Om je herinneringen terug te brengen.”
Ik voelde een rilling.
“Welke herinneringen?”
Hij pakte een klein apparaat uit zijn jas.
“De herinnering aan onze geboorte.”
“Wat gebeurde er?”
Hij keek naar mijn moeder.
Toen naar Victor.
“Zij weten het.”
“Vertel het mij.”
Daniel schudde zijn hoofd.
“Niet ik.”
Hij wees naar een scherm.
Daar verscheen een liveverbinding.
Mijn grootvader.
Maar hij was niet alleen.
Naast hem stond een jonge vrouw.
Ik keek naar haar gezicht.
Mijn hart stopte.
Ze leek precies op mij.
Zelfde ogen.
Zelfde gezicht.
Zelfde glimlach.
Mijn moeder begon te huilen.
“Dat kan niet…”
Ik keek naar Daniel.
“Wie is zij?”
Hij antwoordde zacht:
“Subject 08.”
Ik voelde mijn adem verdwijnen.
“Maar er waren maar zeven.”
Daniel keek mij recht aan.
“Dat is wat ze je wilden laten geloven.”
Op het scherm glimlachte de onbekende vrouw.
Toen sprak ze mijn naam.
“Shannon.”
Ik verstijfde.
Ze kende mijn stem.
Mijn bewegingen.
Zelfs mijn herinneringen.
En toen zei ze:
“Je hebt eindelijk ontdekt waarom jij bent gemaakt.”
Het scherm werd zwart.
Maar voordat de verbinding verdween, verscheen er nog één zin:
“Omdat jij nooit het laatste experiment was.”
Ik keek naar Daniel.
“Wat betekent dat?”
Hij pakte mijn hand.
Zijn gezicht was voor het eerst echt bang.
“Het betekent dat jij niet Subject 07 bent.”
Hij keek naar de donkere kamer achter mij.
“Jij bent de moeder van Subject 08.”
Mijn bloed werd koud.
En ergens diep onder het laboratorium…
begon een baby te huilen.
WORDT VERVOLGD…






