DEEL 7: VERTROUW NIEMAND
Ik bleef naar het bericht kijken.
Sophie, vertrouw niemand. Zelfs Emma niet.
Mijn handen werden ijskoud.
Emma zag het bericht op mijn gezicht.
“Wat is er?”
Ik draaide mijn telefoon weg.
“Mijn vader heeft me geschreven.”
Haar gezicht veranderde.
“Wat zei hij?”
Ik antwoordde niet.
Rechercheur Jansen keek mij aan.
“Wat stond er?”
Ik aarzelde.
Toen gaf ik hem de telefoon.
Hij las de boodschap en keek onmiddellijk naar Emma.
“Waarom zou uw vader zeggen dat we haar niet kunnen vertrouwen?”
Emma schudde haar hoofd.
“Ik weet het niet.”
“Dat is niet waar,” zei ik.
Ze keek naar mij.
“Wat?”
“Je weet meer.”
“Ik zweer het…”
“Stop met zweren.”
Mijn stem trilde.
“Eerst stond je bij mijn auto. Toen wist je dat Thomas mijn remmen had laten saboteren. Daarna vertelde je dat mijn vader leefde. En nu zegt mijn vader dat ik jou niet mag vertrouwen.”
Emma begon te huilen.
“Ik wilde je beschermen.”
“Waartegen?”
“Thomas.”
“Alleen tegen Thomas?”
Ze zweeg.
Jansen stapte naar voren.
“Mevrouw Emma, u gaat nu met ons mee.”
Emma keek hem geschrokken aan.
“Ben ik gearresteerd?”
“Nog niet.”
“Maar ik heb niets gedaan.”
“Dat zullen we bepalen.”
Een agent begeleidde haar naar buiten.
Ik bleef alleen achter met mijn gedachten.
Mijn vader leefde.
Thomas had jarenlang tegen mij gelogen.
Emma verborg geheimen.
En mijn ongeluk was waarschijnlijk gepland.
Alles wat ik ooit als waarheid had beschouwd, begon uit elkaar te vallen.
Een uur later kwam Jansen terug.
Hij had een dossier bij zich.
“Uw vader is niet gevonden.”
“Is hij dood?”
“We weten het niet.”
Ik voelde een steek door mijn borst.
“Maar zijn auto is gevonden.”
“Waar?”
“Op een verlaten parkeerplaats.”
“En Thomas?”
“Ook spoorloos.”
Ik keek naar hem.
“Dus ze zijn allebei verdwenen.”
“Ja.”
Jansen ging zitten.
“Maar we hebben iets gevonden.”
Hij legde een kleine geheugenkaart op tafel.
“Wat is dat?”
“Uit de auto van uw vader.”
Mijn hart begon sneller te slaan.
“Wat staat erop?”
“We weten het nog niet.”
Hij haalde een laptop tevoorschijn.
“Maar er staat één bestand op.”
De naam van het bestand verscheen op het scherm.
SOPHIE_FINAL.mp4
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Final?”
Jansen klikte erop.
Het scherm werd zwart.
Toen verscheen een man.
Ik kende zijn gezicht.
Mijn vader.
Hij zat in een donkere kamer.
Zijn gezicht was ouder dan ik me herinnerde.
Maar zijn ogen waren hetzelfde.
Mijn ogen begonnen te tranen.
“Papa…”
Hij keek rechtstreeks in de camera.
“Sophie, als je dit ziet, betekent dat dat ik je niet op tijd heb kunnen bereiken.”
Ik legde mijn hand voor mijn mond.
“Er is iets wat je moet weten.”
Mijn vader ademde diep.
“Je moeder is niet gestorven aan een hartaanval.”
Ik begon te huilen.
“Ze werd vermoord.”
Jansen keek gespannen naar het scherm.
“En ik weet wie haar heeft laten vermoorden.”
Mijn vader keek even weg.
“Maar die persoon werkt al jaren aan één doel.”
Hij keek opnieuw naar de camera.
“Jou vernietigen.”
Het beeld werd plotseling onderbroken.
Een foutmelding verscheen.
Jansen probeerde het bestand opnieuw af te spelen.
Niets.
“Is dat alles?”
Hij knikte.
“Voorlopig.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Maar mijn vader zei dat hij wist wie verantwoordelijk was.”
“Dat klopt.”
“Kunnen jullie hem vinden?”
“We gaan alles doen wat we kunnen.”
Ik keek naar de zwarte laptop.
“Waarom zou iemand mij willen vernietigen?”
Jansen antwoordde niet.
Toen ging zijn telefoon.
Hij luisterde enkele seconden.
Zijn gezicht werd ernstig.
“Waar?”
Hij stond op.
“Wat is er?” vroeg ik.
“We hebben Thomas gevonden.”
Mijn hart sloeg over.
“Waar?”
“Bij uw oude huis.”
Ik keek hem aan.
“Het huis van mijn ouders?”
“Ja.”
“Is hij alleen?”
Jansen zweeg.
“Wat?”
“Er is nog iemand bij hem.”
Mijn maag draaide zich om.
“Wie?”
Jansen keek mij recht aan.
“Uw vader.”
Ik voelde tranen in mijn ogen.
“Leeft hij?”
“Ja.”
Een golf van opluchting overspoelde me.
Maar die verdween onmiddellijk toen Jansen zijn volgende woorden uitsprak.
“Uw vader is vastgebonden.”
Mijn adem stokte.
“En Thomas heeft een wapen.”
De kamer leek plotseling ijskoud.
“Kunnen jullie hem redden?”
“Dat proberen we.”
Jansen liep naar de deur.
Toen stopte hij.
“Sophie…”
“Ja?”
“Er is nog iets.”
“Wat?”
“Thomas heeft gevraagd om met u te spreken.”
Mijn hart bonsde.
“Waarom?”
Jansen keek ernstig.
“Omdat hij beweert dat uw vader niet degene is die u denkt dat hij is.”
Ik voelde een koude rilling over mijn rug lopen.
“Wat bedoelt hij?”
Jansen keek naar mij.
“Hij zegt dat uw vader de waarheid over uw moeder al veertien jaar voor u verborgen houdt.”
En voor het eerst vroeg ik me af…
wie ik eigenlijk mijn hele leven had geloofd.






