DEEL 3: HET GEHEIM ACHTER HET ONGELUK
De foto bleef op het scherm van rechercheur Jansen staan.
Thomas.
En Emma.
Mijn beste vriendin.
Mijn adem stokte.
“Wanneer is deze foto gemaakt?” vroeg ik.
Jansen keek naar de informatie onder de afbeelding.
“Gisterenavond.”
Gisteren.
Terwijl ik hier in het ziekenhuis lag.
Terwijl Thomas beweerde dat hij nauwelijks tijd had om mij te bezoeken.
Terwijl hij mij vandaag had verteld dat hij geen geld meer aan mij wilde verspillen.
Mijn vingers begonnen te trillen.
“Waar zijn ze?”
“Dat weten we nog niet.”
Ik keek opnieuw naar de foto.
Thomas glimlachte erop.
Emma stond dicht tegen hem aan.
Ze keek niet naar de camera.
Ze keek naar hem.
Zoals een vrouw naar haar geliefde kijkt.
Ik voelde een pijn die veel dieper ging dan mijn gebroken ribben.
“Ze waren samen…”
Jansen knikte.
“Dat lijkt zo.”
“Niet alleen samen,” fluisterde ik.
Ik draaide mijn gezicht weg.
“Ze waren al maanden samen.”
De rechercheur keek me scherp aan.
“Waarom denkt u dat?”
Ik vertelde hem over de nacht waarop ik Thomas had horen telefoneren.
Over de zin die ik had opgevangen.
Als Sophie iets ontdekt, zijn we alles kwijt.
Jansen schreef iets op.
“Wat dacht u dat hij bedoelde?”
“Ik weet het niet.”
Ik zweeg even.
“Maar ik weet wel dat Thomas de laatste maanden veranderd was.”
“Hoe?”
“Hij begon zijn telefoon altijd bij zich te houden. Hij veranderde zijn wachtwoord. Hij kwam steeds later thuis. En wanneer ik vroeg waar hij was, zei hij dat hij werkte.”
Jansen keek op.
“Had hij financiële problemen?”
Ik dacht na.
“Dat dacht ik.”
“Waarom?”
“Omdat hij de laatste tijd steeds over geld sprak.”
De rechercheur leunde iets naar voren.
“En nu?”
“Nu denk ik dat het nooit om geld voor het huishouden ging.”
“Waar ging het dan om?”
Ik keek naar mijn trouwring.
“Ik denk dat hij geld van mij wilde.”
De kamer werd stil.
Dokter Van Leeuwen keek naar Jansen.
“Mevrouw Van Dijk heeft meerdere rekeningen en eigendommen op haar naam.”
Jansen knikte.
“Dat hebben we inmiddels gecontroleerd.”
Ik keek hem verbaasd aan.
“Hoe weet u dat?”
“Uw man heeft de afgelopen weken meerdere keren geprobeerd informatie over uw financiële situatie op te vragen.”
Mijn maag draaide zich om.
“Maar waarom?”
Jansen antwoordde niet.
Hij pakte zijn tablet opnieuw.
“Dat proberen we uit te zoeken.”
Op dat moment kwam een verpleegkundige binnen.
Ze hield een plastic zak vast.
“Rechercheur, dit lag in de kamer van mevrouw Van Dijk.”
Ik keek naar de zak.
Mijn handtas.
Dezelfde tas die ik na het ongeluk niet meer had gezien.
“Waar kwam die vandaan?”
“Uit de opslag.”
Jansen nam de tas aan.
“Was deze bij u tijdens het ongeluk?”
“Ja.”
Hij opende hem voorzichtig.
Mijn portemonnee.
Mijn sleutels.
Een oude lippenstift.
Een gebroken bril.
En mijn telefoon.
Ik staarde ernaar.
“Mijn telefoon…”
Ik dacht dat die verloren was gegaan bij de crash.
Jansen zette hem aan.
Het scherm lichtte op.
Er stonden tientallen gemiste oproepen.
Maar één nummer trok meteen mijn aandacht.
Emma.
Zevenentwintig gemiste oproepen.
Ik keek naar Jansen.
“Waarom zou Emma mij zo vaak hebben gebeld?”
“Dat gaan we onderzoeken.”
Hij opende de berichten.
De meeste waren verwijderd.
Maar één bericht stond nog op het scherm.
Verzonden drie dagen vóór het ongeluk.
Sophie, we moeten praten. Het gaat over Thomas. Bel me zo snel mogelijk.
Mijn hart sloeg hard.
Ik keek naar de datum.
Drie dagen voor mijn ongeluk.
“Waarom heb ik dit nooit gezien?”
Jansen keek naar de telefoon.
“Misschien omdat iemand het bericht daarna heeft verwijderd.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Maar waarom zou Emma mij waarschuwen?”
“Misschien wilde ze u iets vertellen.”
“Wat?”
Jansen keek me aan.
“Dat is de vraag.”
Hij scrolde verder.
Plotseling stopte hij.
“Hier.”
Een bestand.
Een audio-opname.
Mijn ogen werden groot.
“Ik heb die opname nooit gemaakt.”
Jansen drukte op afspelen.
Eerst was er alleen ruis.
Toen hoorde ik een stem.
Thomas.
Mijn hart leek stil te staan.
“Ze mag niets weten.”
Daarna hoorde ik Emma.
“Maar als ze achter de documenten komt?”
Thomas antwoordde:
“Dan is het te laat.”
Ik hield mijn adem in.
De opname ging verder.
Emma klonk nerveus.
“En als ze niet sterft?”
Een lange stilte.
Toen zei Thomas:
“Dan zorgen we ervoor dat iedereen denkt dat ze gek is.”
Mijn lichaam begon te trillen.
De verpleegkundige legde haar hand voor haar mond.
Dokter Van Leeuwen keek geschokt.
Jansen stopte de opname.
Niemand sprak.
Ik voelde tranen over mijn wangen lopen.
Niet omdat ik bang was.
Omdat ik eindelijk begreep dat mijn leven al maanden een leugen was.
“Wanneer is deze opname gemaakt?” vroeg ik.
Jansen keek naar de technische gegevens.
“Zes dagen voor uw ongeluk.”
Ik sloot mijn ogen.
Zes dagen.
Thomas had zes dagen vóór mijn ongeluk al over mijn dood gesproken.
De rechercheur keek mij ernstig aan.
“Sophie, ik moet u iets vertellen.”
Ik opende mijn ogen.
“Wat?”
“De politie heeft de plaats van het ongeluk opnieuw onderzocht.”
Mijn hart begon sneller te slaan.
“En?”
“Er zijn geen duidelijke remsporen gevonden.”
Ik staarde hem aan.
“Wat betekent dat?”
“Dat uw auto mogelijk niet heeft geremd.”
Mijn mond viel open.
“Maar ik reed zelf.”
“Dat dachten we.”
“Wat bedoelt u?”
Jansen pakte een foto uit zijn dossier.
“Er is iets gevonden in uw auto.”
Hij legde de foto op mijn bed.
Een klein metalen onderdeel.
Ik herkende het niet.
“Wat is dat?”
“Een onderdeel van uw remsysteem.”
Ik keek hem aan.
“Is het kapot?”
“Het is verwijderd.”
De kamer begon te draaien.
“Verwijderd?”
Jansen knikte.
“Met opzet.”
Ik voelde mijn hart in mijn keel.
“Dus het ongeluk…”
“Was waarschijnlijk geen ongeluk.”
Mijn handen begonnen opnieuw te trillen.
Thomas had me niet alleen willen verlaten.
Hij had me misschien willen doden.
Maar er was nog één vraag die door mijn hoofd bleef gaan.
“Wie heeft mijn auto aangeraakt?”
Jansen keek naar zijn tablet.
“Dat weten we nog niet.”
Hij zweeg even.
Toen keek hij mij recht aan.
“Maar we hebben camerabeelden gevonden.”
“Van wie?”
“Van iemand die op de avond vóór uw ongeluk bij uw huis was.”
Ik voelde een koude rilling door mijn lichaam gaan.
“Wie?”
Jansen draaide het scherm naar mij toe.
Op de wazige beelden stond een vrouw naast mijn auto.
Ik kende haar jas.
Ik kende haar houding.
Ik kende zelfs de manier waarop ze haar haar achter haar oor schoof.
Mijn adem stokte.
Emma.
Maar onderaan het beeld stond een tijdstip.
23:47 uur.
En precies op dat moment…
was Thomas helemaal niet thuis.






