PART 9 — DE NACHT DAT WILLEM STIERF
“Sophie.”
De naam viel als een steen in de stilte.
Ik keek naar haar.
Ze stond naast de rechercheurs, bleek en bewegingloos.
“Thomas…”
“Niet liegen,” zei hij.
Zijn stem trilde.
“Ik heb je die nacht gezien.”
Sophie begon te huilen.
“Ik wilde hem niet vermoorden.”
Mijn hart sloeg over.
“Wat?”
Thomas keek naar mij.
“Dat is waarom ik niets heb verteld.”
Ik voelde mijn handen koud worden.
“Wat heb je gezien?”
Thomas haalde diep adem.
“De avond dat papa stierf, belde hij me.”
“Waarom?”
“Omdat hij bang was.”
“Voor Viktor?”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Voor Sophie.”
Ik keek naar haar.
“Waarom?”
Thomas antwoordde:
“Papa had ontdekt dat Sophie niet alleen voor Viktor werkte.”
Sophie sloot haar ogen.
Ik keek haar aan.
“Voor wie werkte je dan?”
Ze zei niets.
De rechercheur stapte naar voren.
“Mevrouw Vermeer, u moet nu antwoord geven.”
Sophie keek naar hem.
“Mijn naam is niet eens Vermeer.”
Iedereen zweeg.
Ze haalde diep adem.
“Mijn echte naam is Elena Vos.”
Ik keek haar geschokt aan.
“Wat?”
“Ik heb Sophie Vermeer nooit bestaan.”
Thomas keek haar aan.
“Maar…”
“Viktor gaf me die naam.”
“Waarom?”
“Omdat mijn echte familie al dood was.”
Ik voelde een koude rilling.
“Wie was je familie?”
Elena keek naar Lydia.
“Vraag haar.”
Ik keek naar Lydia.
“Wat bedoelt ze?”
Lydia was lijkbleek.
“Mijn broer heeft haar familie vernietigd.”
“Waarom?”
“Omdat haar vader tegen hem getuigde.”
Ik begreep het.
“Dus jij wilde wraak.”
Elena knikte.
“In het begin.”
“En later?”
“Later werd ik verliefd op Thomas.”
Thomas keek haar aan.
“Dus alles was een leugen?”
“Nee.”
“Ons huwelijk?”
“Nee.”
“Je liefde?”
Ze begon te huilen.
“Dat was het enige wat echt was.”
Ik keek naar haar.
“Maar je werkte voor Viktor.”
“Ja.”
“En je was bij Willem toen hij stierf.”
Ze knikte.
“Ja.”
De rechercheur vroeg:
“Vertel precies wat er gebeurde.”
Elena keek naar de grond.
“Willem had bewijs tegen Viktor.”
“Welk bewijs?”
“De originele boekhouding.”
“En?”
“Hij wilde die aan de politie geven.”
“Maar?”
“Viktor ontdekte het.”
Ik vroeg:
“Waarom was jij daar?”
Elena keek naar Thomas.
“Om hem te waarschuwen.”
Thomas fronste.
“Je zei dat je die avond niet bij mijn vader was.”
“Ik loog.”
“Waarom?”
“Omdat Viktor me had opgedragen de documenten te stelen.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Heb je dat gedaan?”
“Ja.”
“En toen?”
“Willem kwam binnen.”
Elena begon te huilen.
“Hij wist dat ik voor Viktor werkte.”
“Wat zei hij?”
“Hij zei dat hij me niet zou aangeven.”
Ik keek haar aan.
“Waarom?”
“Omdat hij wist dat ik Thomas probeerde te beschermen.”
Thomas sloot zijn ogen.
“Wat gebeurde daarna?”
Elena fluisterde:
“Viktor kwam.”
De rechercheur vroeg:
“Was hij gewapend?”
“Ja.”
“Wat deed hij?”
“Hij schoot Willem.”
Ik voelde tranen over mijn wangen lopen.
“En jij?”
“Ik probeerde hem te helpen.”
“Maar je zei dat je hem niet wilde vermoorden.”
“Ik heb hem niet vermoord.”
“Waarom ben je dan gevlucht?”
“Omdat Viktor zei dat hij Thomas zou doden als ik sprak.”
Thomas keek haar aan.
“Daarom heb je mij niets verteld.”
“Ja.”
“En je hebt me laten geloven dat mijn vader een natuurlijke dood was gestorven.”
“Viktor had een arts omgekocht.”
Ik keek naar de rechercheurs.
“Kunnen jullie dat bewijzen?”
De oudste rechercheur knikte.
“De opname die we zojuist kregen, is voldoende om een onderzoek te starten.”
De bankdirecteur keek naar mij.
“En er is nog iets.”
Hij hield de zwarte map omhoog.
“Deze documenten bevatten financiële transacties die rechtstreeks naar Viktor leiden.”
Ik keek naar de map.
“Dus het geld…”
“Kan worden getraceerd.”
Thomas keek naar mij.
“Mam, dan is het voorbij.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Nog niet.”
“Waarom niet?”
Ik keek naar Viktor.
Hij stond geboeid naast de politie.
Hij glimlachte.
“Ze heeft gelijk.”
De rechercheur keek hem aan.
“Hou je mond.”
Viktor keek naar mij.
“Je denkt dat je gewonnen hebt.”
“Dat heb ik.”
“Nee.”
Hij lachte zacht.
“Je hebt alleen mijn eerste plan gestopt.”
Ik voelde een rilling.
“Welk tweede plan?”
Hij keek naar Thomas.
“Je zoon weet het.”
Thomas verstijfde.
“Ik weet niets.”
Viktor glimlachte.
“Vraag hem waar de laatste rekening is.”
Ik keek naar Thomas.
“Welke rekening?”
Hij antwoordde niet.
“Thomas.”
Hij sloot zijn ogen.
“Ik heb hem.”
Mijn hart sloeg over.
“Wat?”
“De rekening.”
“Waar?”
“Op mijn naam.”
“Hoeveel staat erop?”
Thomas keek naar de bankdirecteur.
“€12,4 miljoen.”
Iedereen zweeg.
Ik voelde mijn adem verdwijnen.
“Waar komt dat geld vandaan?”
Thomas fluisterde:
“Van Viktor.”
De rechercheurs keken elkaar aan.
“Waarom staat het op jouw naam?”
“Omdat Viktor het als reserve gebruikte.”
“Reserve waarvoor?”
Thomas keek naar mij.
“Voor als alles mis zou gaan.”
Ik begreep het.
“Dus jij bent zijn laatste uitweg.”
Thomas knikte.
“Ja.”
De rechercheur vroeg:
“Kun je toegang geven tot die rekening?”
Thomas keek naar de bankdirecteur.
“Ja.”
De bankdirecteur antwoordde:
“Maar er is een probleem.”
“Welk probleem?”
“De rekening kan alleen worden vrijgegeven als Thomas zelf toestemming geeft.”
Thomas knikte.
“Dan doe ik dat.”
Hij liep naar de directeur.
Maar voordat hij de eerste stap zette, ging zijn telefoon.
Een onbekend nummer.
Hij nam op.
Niemand sprak.
Toen klonk een vervormde stem.
“Als je die rekening opent, sterft je moeder.”
Thomas werd lijkbleek.
Ik voelde mijn hart zakken.
“Wie is dat?”
De stem antwoordde:
“Je hebt tien minuten.”
De verbinding werd verbroken.
De rechercheurs begonnen onmiddellijk te bellen.
Maar ik keek naar Thomas.
“Niet doen.”
Hij keek me aan.
“Wat?”
“Doe precies wat ze zeggen.”
“Mam?”
“Als ze denken dat ze controle hebben, maken we een fout.”
De rechercheur keek me aan.
“Wat stelt u voor?”
Ik keek naar de bankdirecteur.
“Kun je de rekening openen zonder dat iemand het merkt?”
Hij knikte.
“Misschien.”
“Doe het.”
Thomas keek me aan.
“En jij?”
“Ik blijf hier.”
“Nee.”
“Thomas.”
“Ik ga niet nog een keer weglopen.”
Ik pakte zijn hand.
“Je gaat niet weg.”
Hij knikte.
De bankdirecteur begon op zijn laptop te werken.
Een minuut.
Twee minuten.
Toen veranderde zijn gezicht.
“Mevrouw…”
“Wat?”
“Er is een tweede begunstigde.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Wie?”
Hij draaide het scherm naar ons toe.
Ik las de naam.
Mijn adem stokte.
Marieke van Dijk.
Ik keek naar Thomas.
“Maar dat kan niet.”
De directeur schudde zijn hoofd.
“Er is meer.”
“Wat?”
“Deze rekening is pas gisteren gewijzigd.”
“Door wie?”
Hij keek naar het logboek.
“Door een persoon met uw digitale handtekening.”
Mijn bloed werd koud.
“Ik heb niets gewijzigd.”
“Ik weet het.”
“Wie heeft het dan gedaan?”
Hij keek naar Thomas.
“Uw zoon.”
Thomas werd bleek.
“Ik?”
“De wijziging is geregistreerd met uw persoonlijke beveiligingscode.”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Dat kan niet.”
De rechercheur keek hem aan.
“Wie kent jouw code?”
Thomas keek langzaam naar Elena.
Toen naar Lydia.
En uiteindelijk naar mij.
“Iemand die heel dicht bij mij staat.”
Elena begon te huilen.
“Thomas…”
Hij keek haar aan.
“Was jij het?”
“Nee.”
“Wie dan?”
Ze zweeg.
Plotseling klonk er een harde knal buiten.
Iedereen schrok.
De lichten gingen uit.
De kamer werd volledig donker.
Iemand gilde.
Toen klonk er een stem uit de gang.
“Laat de sleutels vallen.”
De rechercheurs trokken hun wapens.
Ik voelde een hand op mijn schouder.
Thomas.
“Mam, blijf achter me.”
Maar in het donker hoorde ik een andere stem.
Een stem die ik herkende.
Een stem die onmogelijk hier kon zijn.
Willem.
“Marieke… vertrouw niemand.”
Mijn hart stopte.
“Willem?”
De stem kwam opnieuw.
“Ga naar de kelder.”
Toen ging het licht weer aan.
Iedereen keek om zich heen.
De voordeur stond open.
Viktor was verdwenen.
En op de grond lag één ding.
Een oude trouwring.
Willems trouwring.
Maar ik had die ring drie jaar geleden zelf in zijn kist gelegd.






