De Moeder Die Haar Zoon Had Afgeschreven
News Story

De Moeder Die Haar Zoon Had Afgeschreven

0 weergaven

PART 5 — DE MAN OP DE FOTO

De bel ging.

Eén keer.

Toen nog een keer.

Lydia stond naast me, doodstil.

“Niet opendoen,” fluisterde ze.

Ik keek door het raam.

De onbekende man stond nog steeds voor de deur.

Thomas en Sophie stonden achter hem.

Maar er was iets aan Thomas' gezicht dat me verontrustte.

Hij zag er niet boos uit.

Hij zag er bang uit.

“Wie is die man?” vroeg ik.

Lydia antwoordde:

“Zijn naam is Robert.”

“Robert wie?”

“Robert Vermeer.”

Ik voelde mijn maag samentrekken.

“Vermeer?”

“De broer van Thomas' biologische vader.”

Ik keek opnieuw naar de man.

Hij keek recht naar het raam.

Alsof hij wist dat ik naar hem keek.

“Waarom heeft hij een foto van mij?”

Lydia haalde diep adem.

“Omdat hij je al veel langer kent dan jij denkt.”

De bel ging opnieuw.

Ik reed naar de voordeur.

“Marieke, niet doen.”

“Ik wil weten waarom hij hier is.”

Ik opende de deur niet.

“Wat wil je?” riep ik.

Robert keek door het glas.

“Praten.”

“Over wat?”

“Over Willem.”

Mijn hart sloeg over.

“Willem is dood.”

“Ik weet het.”

“En jij weet waarom.”

Hij keek even naar Thomas.

“Dat weet jouw zoon ook.”

Thomas deed een stap naar voren.

“Robert, ga weg.”

Robert glimlachte.

“Je vader zei dat ook altijd.”

“Hij was niet mijn vader.”

Robert keek naar hem.

“Dat geloof je nog steeds?”

Thomas verstijfde.

Ik keek naar mijn zoon.

“Wat bedoelt hij?”

Thomas antwoordde niet.

Robert hief de foto omhoog.

“Laat me binnen en ik vertel je waarom jouw man drie jaar geleden begon te vrezen voor zijn leven.”

Ik keek naar Lydia.

Ze knikte langzaam.

“Laat hem binnen.”

Ik ontgrendelde de deur.

Robert kwam binnen.

Hij keek naar mij.

Toen naar de woonkamer.

“Willem heeft hier veel tijd doorgebracht.”

“Je kende hem?”

“Beter dan jij denkt.”

“Hoe?”

Robert legde de foto op tafel.

“Hij werkte ooit voor mijn familie.”

Ik keek naar de foto.

Daar stond ik.

Veel jonger.

Naast mij stond Willem.

En achter ons stond een onbekende man.

“Wie is dit?”

Robert antwoordde:

“Mijn vader.”

Ik keek hem aan.

“Waarom staat hij naast mij?”

“Omdat hij jou wilde ontmoeten.”

“Waarom?”

“Vanwege Thomas.”

Ik fronste.

“Thomas was toen nog een kind.”

“Precies.”

Robert keek naar mijn zoon.

“En jij wist niet wie je werkelijk was.”

Thomas werd bleek.

“Hou op.”

“Je moeder heeft het je nooit verteld.”

Ik keek naar Lydia.

“Wat heeft ze hem niet verteld?”

Lydia sloot haar ogen.

Robert zei:

“Thomas is geboren uit een huwelijk dat nooit officieel heeft bestaan.”

Ik begreep het niet.

“Wat betekent dat?”

“Zijn biologische vader was mijn broer.”

“Dat weet ik.”

Robert schudde zijn hoofd.

“Nee. Je weet alleen de helft.”

Hij keek naar Thomas.

“Zijn vader was niet zomaar een zakenman.”

“Wat dan?”

“Hij was de eigenaar van het vermogen dat Willem later probeerde terug te geven.”

Ik keek naar de documenten op tafel.

“Dus die €31,8 miljoen…”

“Was oorspronkelijk van onze familie.”

Ik voelde een koude rilling.

“Willem heeft het gestolen?”

“Nee.”

Robert keek naar Lydia.

“Zij heeft het gestolen.”

Ik draaide me naar Lydia.

“Wat?”

Lydia werd bleek.

“Dat is niet waar.”

“Is het niet?”

Robert haalde een document uit zijn jas.

“Dit is de oorspronkelijke overdracht.”

Hij legde het op tafel.

Ik pakte het op.

Bovenaan stond de naam van Lydia.

Daaronder een bedrag.

€31.800.000.

En onderaan…

Willems handtekening.

Mijn handen begonnen te trillen.

“Wat is dit?”

Lydia zei niets.

Robert antwoordde:

“Lydia gaf Willem opdracht het geld te verbergen.”

“Waarom?”

“Omdat mijn broer het wilde terugnemen.”

“En waarom mocht hij dat niet?”

Robert keek naar Thomas.

“Omdat Thomas zou erven.”

Ik keek naar mijn zoon.

“Dus het geld was voor Thomas?”

“Niet helemaal.”

Robert wees naar mij.

“Het geld werd later aan jou overgedragen.”

“Waarom?”

“Omdat Willem wilde voorkomen dat Thomas het in handen zou krijgen.”

Thomas keek woedend.

“Dat is niet waar.”

Robert keek hem aan.

“Dan vertel jij het.”

Thomas zweeg.

Ik voelde een knoop in mijn maag.

“Thomas?”

Hij keek naar mij.

“Ik wist dat er geld was.”

“Hoeveel?”

“Niet precies.”

“Je wist van de miljoenen.”

Hij knikte.

“Ja.”

“En je wilde het hebben.”

Hij sloot zijn ogen.

“Ja.”

Ik voelde tranen opkomen.

“Daarom stuurde je me weg.”

“Nee.”

“Daarom wilde je mijn huis verkopen.”

“Niet alleen daarom.”

“Maar je had mijn geld nodig.”

“Ja.”

Ik reed achteruit.

“Je hebt me nooit als je moeder gezien.”

Hij schudde zijn hoofd.

“Dat is niet waar.”

“Wat moet ik dan geloven?”

“Dat ik in paniek was.”

“En Sophie?”

Thomas keek naar haar.

Sophie stond bewegingloos.

Ik keek naar haar.

“Hoeveel wist jij?”

Ze antwoordde zacht:

“Alles.”

Mijn hart brak.

“Alles?”

“Bijna.”

“Wist je van de €31,8 miljoen?”

“Ja.”

“Wist je van Willem?”

“Ja.”

“Wist je dat hij vermoord zou worden?”

Sophie keek naar de grond.

“Ik wist dat iemand hem bedreigde.”

“Wie?”

Ze zei niets.

Robert antwoordde:

“Mijn broer.”

Ik keek naar hem.

“Maar je zei dat hij dood was.”

“Dat dacht ik.”

“Dus hij leeft?”

Robert knikte.

“Ja.”

“Waar is hij?”

Robert keek naar Thomas.

“Dichterbij dan je denkt.”

Thomas werd lijkbleek.

“Dat is onmogelijk.”

Robert glimlachte.

“Je vader leeft.”

De kamer werd doodstil.

Ik keek naar Thomas.

“Je vader?”

Hij knikte langzaam.

“Ik dacht dat hij dood was.”

Robert zei:

“Dat moest je geloven.”

“Waarom?”

“Omdat hij je al die jaren gebruikte.”

Thomas zakte op de bank.

“Waarom?”

Robert antwoordde:

“Omdat jij de sleutel bent tot het geld.”

Ik keek naar mijn zoon.

“Welke sleutel?”

Robert keek naar mij.

“Niet de bankrekening.”

Hij wees naar de oude foto.

“Jij.”

Ik begreep het niet.

“Wat bedoel je?”

“Willem heeft het geld niet zomaar aan jou nagelaten.”

Hij haalde een tweede document tevoorschijn.

“Hij heeft het gekoppeld aan een voorwaarde.”

Ik las de tekst.

Mijn ogen werden groot.

Het vermogen blijft uitsluitend beschikbaar zolang Marieke Van Dijk leeft en Thomas Van Dijk geen toegang krijgt tot het kapitaal.

Ik keek naar Thomas.

Hij las het document mee.

Zijn gezicht veranderde.

“Dus…”

Hij fluisterde:

“Als mama sterft…”

Robert knikte.

“Dan gaat het geld naar een stichting.”

Thomas keek naar mij.

Ik zag angst in zijn ogen.

Voor het eerst niet de angst om mij kwijt te raken.

Maar de angst om het geld kwijt te raken.

Ik voelde iets in mezelf verharden.

“Dus dat is waarom jullie mij wilden laten verdwijnen.”

Niemand antwoordde.

Ik keek naar Sophie.

“En daarom hebben jullie mij gisteren naar een instelling willen sturen.”

Ze begon te huilen.

“Het was nooit zo bedoeld.”

“Wat was dan wel de bedoeling?”

Ze zei niets.

Robert keek naar haar.

“Vertel haar.”

Sophie schudde haar hoofd.

Robert stapte dichterbij.

“Of moet ik het doen?”

Ze fluisterde:

“Willem wilde scheiden.”

Ik keek haar aan.

“Wat?”

“Hij had ontdekt wat Thomas en ik hadden gedaan.”

“Wat hebben jullie gedaan?”

Sophie keek naar Thomas.

Hij staarde naar de grond.

“Wij hebben geld verplaatst.”

“Hoeveel?”

“€2,7 miljoen.”

Ik voelde mijn maag samentrekken.

“Van wie?”

“Van jouw rekening.”

“Mijn rekening?”

“Niet rechtstreeks.”

Ik keek naar Robert.

“Hoe dan?”

Hij zei:

“Via een bedrijf dat op jouw naam stond.”

Ik voelde mijn hart bonzen.

“Maar ik heb nooit een bedrijf gehad.”

Robert glimlachte bitter.

“Dat dacht jij.”

Hij haalde een dossier tevoorschijn.

Op de eerste pagina stond mijn volledige naam.

Daaronder:

Directeur en enig aandeelhouder.

Mijn handen begonnen te trillen.

“Dit is vervalst.”

“Ja.”

“Wie heeft het opgericht?”

Robert keek naar Thomas.

Thomas keek weg.

“Jij?”

Hij zei niets.

Ik voelde tranen over mijn wangen lopen.

“Mijn eigen zoon heeft een bedrijf op mijn naam opgericht om geld te verplaatsen.”

Thomas begon te huilen.

“Mam…”

“Zeg niets.”

Ik draaide me naar Lydia.

“En jij wist hiervan?”

Ze knikte.

“Ja.”

“Waarom heb je me nooit gewaarschuwd?”

“Omdat Willem me vroeg te wachten.”

“Waarop?”

“Op het moment waarop jij sterk genoeg zou zijn.”

Ik keek naar haar.

“En nu?”

Lydia keek naar de voordeur.

“Nu is dat moment gekomen.”

Buiten klonk plotseling een auto.

Robert liep naar het raam.

Zijn gezicht veranderde.

“Hij is hier.”

“Wie?”

Hij keek naar Thomas.

“Je vader.”

Thomas stond langzaam op.

“Dat kan niet.”

Robert keek naar mij.

“Marieke…”

“Wat?”

“Als hij binnenkomt, mag je hem absoluut niet vertellen dat je de documenten hebt gevonden.”

“Waarom?”

Robert antwoordde:

“Omdat hij anders weet dat Willem zijn laatste plan heeft laten slagen.”

Ik keek naar de voordeur.

De klink bewoog langzaam naar beneden.

De deur ging open.

Een man stapte naar binnen.

Grijs haar.

Donkere jas.

Koude ogen.

Thomas keek hem aan.

Zijn gezicht werd volledig wit.

“Papa…”

De man glimlachte.

“Hallo, zoon.”

Ik keek naar hem.

Toen naar Lydia.

Ze fluisterde slechts drie woorden:

“Hij heeft Willem vermoord.”

De man keek recht naar mij.

En zei:

“Marieke, we moeten praten.”

Maar voordat ik kon antwoorden, hoorde ik achter mij een harde klik.

Sophie had de deur op slot gedaan.

En ze stond niet langer naast Thomas.

Ze stond naast die man.