De Moeder Die Haar Zoon Had Afgeschreven
News Story

De Moeder Die Haar Zoon Had Afgeschreven

0 weergaven

PART 3 — DE VROUW DIE DOOD HAD MOETEN ZIJN

“Mijn biologische moeder.”

De woorden van Thomas bleven door mijn hoofd spoken.

Ik keek naar de foto.

Naar de jonge vrouw naast Willem.

Lydia Vermeer.

De vrouw die volgens officiële documenten twintig jaar geleden was overleden.

Maar Thomas had zojuist bevestigd dat hij haar kende.

“Waar is ze?” vroeg ik.

Thomas keek naar Sophie.

Zij schudde onmiddellijk haar hoofd.

“Thomas, zeg niets.”

Ik voelde mijn hart sneller kloppen.

“Dus ze leeft.”

Thomas zweeg.

“Thomas.”

Hij keek eindelijk naar mij.

“Ja.”

Mijn adem stokte.

“Waar?”

“Ik weet het niet.”

“Je liegt.”

“Ik lieg niet.”

“Je zei net dat je haar kent.”

“Dat betekent niet dat ik weet waar ze is.”

De bankdirecteur bleef stil.

Ik keek naar hem.

“U weet het wel.”

Hij slikte.

“Willem heeft nooit gezegd waar mevrouw Vermeer woonde.”

“Maar?”

“Hij liet wel regelmatig geld overmaken.”

“Hoeveel?”

Hij keek in zijn dossier.

“€5.000 per maand.”

Mijn mond viel open.

“Al twintig jaar?”

“Ja.”

Ik keek naar Thomas.

“Dus jouw vader heeft twintig jaar lang voor jouw biologische moeder betaald?”

Thomas knikte.

“Ja.”

“Waarom?”

“Om haar verborgen te houden.”

Sophie onderbrak hem.

“Dat is niet helemaal waar.”

Ik draaide me naar haar.

“Dan vertel jij de waarheid.”

Ze keek me strak aan.

“Lydia was gevaarlijk.”

“Gevaarlijk?”

“Ze wist dingen over Willem.”

“Welke dingen?”

“Dingen die alles konden vernietigen.”

Ik keek naar de bankdirecteur.

“Wilt u me alleen laten met hen?”

Hij aarzelde.

“Mevrouw Van Dijk…”

“Ik wil dit zelf oplossen.”

Hij knikte.

“Als u iets nodig hebt, drukt u op de knop.”

Hij liep naar buiten.

De deur viel dicht.

Nu waren we met z'n drieën.

Ik keek naar mijn zoon.

“Waarom heb je me gisteren weggestuurd?”

Thomas keek naar de grond.

“Omdat Sophie me had verteld dat je ons huis wilde opeisen.”

“Wat?”

“Ze zei dat je advocaat had ingeschakeld.”

Ik keek naar Sophie.

“Ik heb helemaal geen advocaat.”

“Ik dacht dat je dat zou doen.”

“Waarom?”

“Omdat je boos was.”

Ik lachte bitter.

“Dus je hebt me uit angst weggestuurd?”

Sophie keek weg.

“Niet alleen uit angst.”

“Wat dan?”

Ze antwoordde niet.

Thomas keek haar aan.

“Zeg het.”

Sophie werd bleek.

“De bank wilde het geld terug.”

“Welk geld?”

“De €4,2 miljoen.”

Ik keek naar Thomas.

“Jullie schuld.”

Hij knikte.

“Ja.”

“En jullie hadden mijn geld nodig.”

“Ja.”

“Maar jullie wisten niet dat Willem het grootste deel van zijn vermogen buiten jullie bereik had geplaatst.”

Thomas keek me aan.

“Dat wist niemand.”

“Behalve Willem.”

Hij knikte.

“Ja.”

Ik pakte de foto.

“En Lydia?”

Thomas keek naar de foto.

“Zij wist het ook.”

“Wat wist ze?”

“Waar papa zijn geld vandaan had.”

Ik fronste.

“Hoe bedoel je?”

Thomas haalde diep adem.

“Mijn vader had vroeger een zakenpartner.”

“Wie?”

“Jouw man.”

Ik voelde mijn maag samentrekken.

“Willem?”

“Ja.”

“Maar hoe?”

Thomas keek naar mij.

“Willem en mijn vader hadden samen een bedrijf.”

Ik schudde mijn hoofd.

“Dat kan niet.”

“Waarom niet?”

“Omdat Willem me vertelde dat hij zijn hele leven zelfstandig had gewerkt.”

“Dat was niet waar.”

Ik keek naar de foto.

“Wat voor bedrijf?”

Thomas aarzelde.

“Vastgoed.”

“Dat is alles?”

“Nee.”

Hij keek naar Sophie.

“Vertel het haar.”

Sophie zuchtte.

“Projectontwikkeling.”

“En?”

“Vastgoedprojecten in Amsterdam, Rotterdam en Antwerpen.”

Ik voelde iets vreemds.

“Waarom heb ik daar nooit iets van geweten?”

Thomas antwoordde:

“Omdat je vader wilde dat je niets wist.”

“Waarom?”

“Hij was bang dat je betrokken zou raken.”

Ik dacht aan Willem.

Hij had altijd gezegd:

Marieke, sommige dingen kun je beter niet weten.

Ik had dat altijd als bescherming gezien.

Maar nu begon ik te beseffen dat het misschien schuld was.

“Wat is er met dat bedrijf gebeurd?”

Thomas keek naar mij.

“Het bedrijf ging failliet.”

“Wanneer?”

“Drieëntwintig jaar geleden.”

Ik keek naar de foto.

De datum op de achterkant.

Drieëntwintig jaar geleden.

“Toen is Lydia verdwenen.”

Thomas knikte.

“Ja.”

“En Willem bleef geld naar haar sturen.”

“Ja.”

“Waarom?”

Thomas antwoordde:

“Omdat zij iets wist.”

“Wat?”

Hij keek me recht aan.

“Wie mijn vader werkelijk was.”

Ik voelde een koude rilling over mijn rug.

“En wie was hij dan?”

Thomas zei niets.

Sophie antwoordde:

“Een fraudeur.”

Ik schudde mijn hoofd.

“Daar geloof ik niet in.”

“Waarom niet?”

“Omdat een fraudeur geen €31,8 miljoen voor zijn vrouw achterlaat zonder reden.”

Ik keek naar de bankdocumenten.

“Hij had een plan.”

Thomas knikte.

“Ja.”

“Welk plan?”

“Om alles terug te geven.”

“Wat?”

“Het geld.”

Ik begreep het niet.

“Welk geld?”

Thomas keek naar de deur.

Toen fluisterde hij:

“Het geld dat hij en mijn vader twintig jaar geleden hebben gestolen.”

Mijn hart stopte.

“Gestolen?”

“Van wie?”

“Van honderden mensen.”

Ik keek hem ongelovig aan.

“En Willem heeft het teruggebracht?”

“Niet alles.”

“Hoeveel?”

“€31,8 miljoen.”

Ik keek naar het bedrag.

Hetzelfde bedrag dat nu op mijn naam stond.

Dus het geld was nooit gewoon spaargeld geweest.

Het was terugbetaald geld.

Geld van slachtoffers.

“Waarom heeft hij het aan mij gegeven?”

Thomas antwoordde:

“Omdat jij niets met de fraude te maken had.”

Ik voelde tranen opkomen.

“En jij?”

Hij keek naar beneden.

“Ik wel.”

“Hoe?”

“Mijn vader gebruikte mijn naam.”

“Wanneer?”

“Toen ik achttien was.”

Ik keek hem aan.

“Dus jouw schulden…”

“Zijn niet alleen van mij.”

Sophie begon te huilen.

Ik keek naar haar.

“En jij?”

Ze keek me aan.

“Ik heb Thomas geholpen.”

“Waarmee?”

“Met het verbergen van documenten.”

Ik voelde mijn hart sneller kloppen.

“Welke documenten?”

Sophie zei niets.

Toen ging de deur open.

De bankdirecteur kwam binnen.

In zijn hand hield hij een nieuwe envelop.

“Mevrouw Van Dijk…”

“Wat is er?”

Hij legde de envelop op tafel.

“Deze is zojuist persoonlijk afgeleverd.”

“Door wie?”

Hij keek naar Thomas.

“Door een vrouw.”

“Welke vrouw?”

Hij antwoordde:

“Lydia Vermeer.”

Thomas sprong op.

“Wat?”

De directeur knikte.

“Ze wacht buiten.”

Mijn adem stokte.

“Ze is hier?”

“Ja.”

Ik keek naar de deur.

“Laat haar binnen.”

De directeur aarzelde.

“Ze heeft één voorwaarde.”

“Welke?”

“Ze wil alleen met u praten.”

Thomas deed een stap naar voren.

“Dat kan niet.”

Ik keek naar hem.

“Waarom?”

“Omdat ze liegt.”

“Hoe weet je dat?”

Hij antwoordde niet.

Sophie begon plotseling te huilen.

Ik keek naar haar.

“Wat weet jij?”

Ze schudde haar hoofd.

“Marieke…”

“Wat weet je?”

Ze fluisterde:

“Lydia is niet degene die je denkt.”

“Wie is ze dan?”

Sophie keek naar de deur.

“Ze is niet de moeder die Thomas zich herinnert.”

Op dat moment ging de deur langzaam open.

Een oudere vrouw stapte naar binnen.

Grijs haar.

Een donkere jas.

Een wandelstok in haar hand.

Ze keek eerst naar Thomas.

Toen naar mij.

Haar ogen vulden zich met tranen.

“Marieke…”

Ik verstijfde.

“U kent mij?”

Ze knikte.

“Veel beter dan jij denkt.”

Thomas deed een stap naar voren.

“Mam?”

De vrouw keek hem aan.

“Niet hierom ben ik gekomen.”

Ze draaide zich naar mij.

“Willem heeft je niet alleen €31,8 miljoen nagelaten.”

Ze haalde een kleine sleutel uit haar zak.

“Hij heeft je ook de waarheid over zijn dood nagelaten.”

Mijn adem stokte.

“Zijn dood?”

“Ja.”

Ik keek haar geschokt aan.

“Willem is drie jaar geleden overleden.”

Ze knikte langzaam.

“Dat weet ik.”

“Wat bedoelt u dan?”

Ze legde de sleutel in mijn hand.

“Je man is niet gestorven aan een hartaanval.”

De kamer werd doodstil.

Thomas keek haar geschokt aan.

“Mam…”

Lydia keek naar mij.

“Willem is vermoord.”

Ik voelde mijn vingers verkillen rond de sleutel.

“Door wie?”

Ze keek naar Thomas.

Thomas werd lijkbleek.

Toen keek ze naar Sophie.

En fluisterde:

“Door iemand die nog steeds heel dicht bij jou staat.”