PART 8 — DE NACHT WAARIN THOMAS MOEST STERVEN
Ik bleef naar het scherm kijken.
FASE 3: DODE ZOON.
VANDAAG.
Mijn hart bonsde zo hard dat ik het bijna in mijn oren kon horen.
Thomas kwam naast me staan.
“Wat betekent dat?”
Ik draaide het scherm naar hem toe.
Hij las de woorden.
Zijn gezicht werd wit.
“Hij wil me vermoorden.”
Lydia knikte.
“Viktor wil dat iedereen gelooft dat Thomas dood is.”
“Waarom?” vroeg ik.
“Om de erfopvolging te activeren.”
Ik begreep het niet.
“Welke erfopvolging?”
Lydia wees naar de documenten.
“Als jij sterft, gaat het vermogen volgens Willems testament naar een stichting.”
“Maar als Thomas sterft?”
“Dan verandert alles.”
Ik keek naar de laatste pagina.
“Wat staat daar?”
Lydia las de tekst.
“Als Thomas overlijdt vóór de overdracht van het vermogen, wordt de oorspronkelijke erfgenaam hersteld.”
“Wie is de oorspronkelijke erfgenaam?”
Lydia keek me aan.
“Viktor.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Dus hij wil ons allebei uitschakelen.”
“Ja.”
Thomas ging op de rand van het bureau zitten.
“Dan heeft hij niets meer nodig.”
“Precies,” zei Lydia.
“Maar waarom heeft hij de bankdirecteur meegenomen?”
“Om de overdracht te forceren.”
Ik keek naar haar.
“Hij kan toch niet zomaar geld opnemen?”
“Niet zonder jouw toestemming.”
Ik dacht aan de sleutel.
“Daarom wil hij die.”
Lydia knikte.
“Die sleutel geeft toegang tot de laatste kluis.”
“Wat zit erin?”
“De originele eigendomsakten.”
“Van mijn vermogen?”
“En van alles wat Willem verborgen heeft.”
Thomas keek naar mij.
“Als Viktor die documenten krijgt…”
“Dan kan hij alles claimen.”
Ik voelde een koude rilling.
“Waar is die kluis?”
Lydia keek naar de klok.
“Op een plek waar Viktor nooit durft te zoeken.”
“Waar?”
“Onder het graf van je man.”
Ik keek haar geschokt aan.
“Willems graf?”
“Ja.”
“Waarom?”
“Omdat Viktor denkt dat Willem niets meer kan verbergen.”
Ik pakte mijn jas.
“We gaan.”
Thomas stond op.
“Ik ga mee.”
“Dat weet ik.”
Sophie deed een stap naar voren.
“Ik ook.”
Ik keek haar aan.
“Waarom?”
“Omdat ik weet waar Viktor heen gaat.”
Thomas keek haar verbaasd aan.
“Wat?”
Sophie haalde diep adem.
“Hij heeft me vanmorgen gebeld.”
“Waarom?”
“Hij zei dat ik jullie moest volgen.”
“En?”
“Ik heb hem verteld dat ik zou doen wat hij vroeg.”
“Waarom?”
Ze keek naar Thomas.
“Omdat ik wist dat hij jou zou vermoorden.”
Ik keek haar lang aan.
“Dus je hebt hem verraden.”
“Ja.”
“Waarom zou ik je geloven?”
“Dat hoef je niet.”
Ze haalde haar telefoon tevoorschijn.
“Maar ik heb bewijs.”
Ze liet een opname horen.
Viktors stem.
“Als Thomas vannacht nog leeft, maak ik eerst zijn moeder dood.”
Daarna klonk Sophies stem:
“En als ze de sleutel niet geeft?”
Viktor:
“Dan dwing ik haar.”
De opname stopte.
Ik keek naar Sophie.
“Wanneer is dit opgenomen?”
“Een uur geleden.”
Ik voelde mijn handen trillen.
“Dan hebben we weinig tijd.”
* * *
We reden naar de begraafplaats.
De hemel boven Amsterdam was donker geworden.
De regen tikte tegen de autoruiten.
Thomas zat naast mij.
Hij zei nauwelijks iets.
Na een tijdje vroeg hij:
“Mam?”
“Ja?”
“Als ik vannacht sterf…”
“Dat gebeurt niet.”
“Maar als het gebeurt?”
Ik keek hem aan.
“Dan sterf ik niet mee.”
Hij glimlachte verdrietig.
“Je bent altijd sterker geweest dan ik.”
Ik pakte zijn hand.
“Dat had je eerder moeten begrijpen.”
Hij knikte.
“Het spijt me.”
Ik keek naar buiten.
“Bewijs het.”
Hij keek me aan.
“Hoe?”
“Door te blijven leven.”
* * *
We bereikten het graf.
Lydia liep voor ons uit.
Ze bleef staan.
“Hier.”
Ik keek naar de grafsteen.
Willem van Dijk.
Mijn geliefde.
Mijn man.
Mijn leven.
Ik voelde tranen opkomen.
“Waarom heeft hij dit gedaan?”
Lydia knielde bij de steen.
Ze schoof een kleine metalen plaat opzij.
Daaronder zat een sleutelgat.
Thomas keek me aan.
“De sleutel.”
Ik haalde de sleutel uit mijn tas.
Mijn hand trilde.
Ik stak hem in het slot.
Klik.
Een deel van de grafsteen schoof naar achteren.
Daaronder zat een kleine metalen kluis.
Ik keek naar Lydia.
“Hoe krijgen we die open?”
“Met Thomas' sleutel.”
Thomas haalde de tweede sleutel tevoorschijn.
Hij stak hem in het slot.
De kluis ging open.
Binnenin lagen documenten.
Paspoorten.
Bankkaarten.
USB-sticks.
En een oude mobiele telefoon.
Ik pakte de telefoon.
Het scherm ging vanzelf aan.
Er stond één video op.
VOOR MARIEKE.
Ik drukte erop.
Willem verscheen.
Zijn gezicht was ernstig.
“Marieke…”
Ik begon te huilen.
“Als je dit ziet, heb je waarschijnlijk ontdekt dat Viktor nog leeft.”
Hij keek even weg.
“Maar er is iets wat ik je nooit heb verteld.”
Ik hield mijn adem in.
“Thomas is niet alleen mijn stiefzoon.”
Thomas keek naar het scherm.
Willem vervolgde:
“Hij is mijn juridische erfgenaam.”
Ik keek naar Thomas.
“Wat?”
“Maar Viktor weet dat niet.”
Willem ging verder.
“Toen ik ontdekte wat Viktor met zijn familie had gedaan, heb ik Thomas officieel als mijn zoon laten registreren.”
Thomas staarde naar het scherm.
“Waarom?”
“Omdat ik wilde dat jij veilig was.”
Willem keek rechtstreeks naar de camera.
“Viktor heeft je biologische vader nooit verteld dat jij recht had op een deel van het oorspronkelijke vermogen.”
Thomas fluisterde:
“Mijn vader?”
Willem knikte op het scherm.
“Je biologische vader heeft nooit geweten dat ik je juridische vader was.”
De video ging verder.
“Als Viktor ontdekt dat Thomas volgens de Nederlandse wet mijn erfgenaam is, zal hij proberen hem uit te schakelen.”
Ik voelde mijn hart bonzen.
“Daarom heb ik alles op Marieke's naam gezet.”
Willem glimlachte droevig.
“Niet omdat ik je niet vertrouwde.”
“Maar omdat ik wist dat jij het enige doelwit zou worden als mensen wisten wat Thomas werkelijk bezit.”
De video stopte.
Thomas stond stil.
“Dus ik…”
Hij kon zijn zin niet afmaken.
Ik pakte zijn hand.
“Je bent altijd mijn zoon geweest.”
Hij begon te huilen.
Toen hoorden we iets.
Een tak brak achter ons.
Lydia draaide zich om.
“Wie is daar?”
Geen antwoord.
Toen klonk een stem.
“Leg de telefoon neer.”
Viktor.
Hij stond tussen de graven.
Een pistool in zijn hand.
Sophie stapte voor mij.
“Viktor, doe dit niet.”
Hij keek haar aan.
“Je hebt me verraden.”
“Ik bescherm Thomas.”
“Je beschermt jezelf.”
Hij richtte het wapen op Thomas.
Mijn hart stond stil.
“Laat hem met rust.”
Viktor glimlachte.
“Geef me de sleutel.”
Ik keek naar mijn hand.
“Als ik hem geef, laat je hem gaan?”
“Ja.”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Nee, mam.”
Viktor richtte het wapen hoger.
“Nu.”
Ik keek naar mijn zoon.
Toen naar de kluis.
En toen begreep ik wat Willem had bedoeld.
Het geld was nooit de echte bescherming.
Het bewijs was de bescherming.
Ik deed alsof ik de sleutel liet vallen.
Viktor keek naar de grond.
Op datzelfde moment gooide ik de telefoon naar Lydia.
Ze ving hem.
Thomas trok Sophie naar beneden.
Er klonk een knal.
De kogel raakte de grafsteen.
Iedereen schreeuwde.
Viktor rende naar de kluis.
Maar ik reed mijn rolstoel recht voor hem.
Hij stopte.
“Ga aan de kant.”
“Nee.”
Hij richtte het wapen op mij.
“Marieke!”
Thomas schreeuwde mijn naam.
Ik keek Viktor recht aan.
“Je hebt één fout gemaakt.”
Hij fronste.
“Welke?”
Ik glimlachte.
“Je dacht dat Willem alleen maar documenten had achtergelaten.”
Viktor verstijfde.
Achter hem klonk een stem.
“Dat heeft hij niet.”
De bankdirecteur stond tussen de graven.
Naast hem stonden twee rechercheurs.
Viktor draaide zich om.
De bankdirecteur glimlachte.
“Uw hele gesprek is opgenomen.”
Viktor keek naar mij.
Toen naar Thomas.
En eindelijk zag ik iets in zijn ogen wat ik nog nooit had gezien.
Angst.
Maar voordat de rechercheurs hem konden bereiken, gooide Viktor zijn wapen neer.
Hij hief zijn handen op.
“Jullie begrijpen het niet.”
De rechercheurs boeiden hem.
Viktor keek mij aan.
“Als ik val…”
Hij glimlachte.
“…valt iedereen.”
Ik voelde een koude rilling.
“Wat bedoel je?”
Hij keek naar Thomas.
“Vraag hem waar hij vannacht was toen Willem stierf.”
Thomas werd lijkbleek.
“Ik…”
Hij stopte.
Ik keek hem aan.
“Thomas?”
Hij keek naar mij.
“Ik was bij papa.”
Mijn hart sloeg over.
“Op de avond dat hij stierf?”
Hij knikte langzaam.
“Ja.”
“Waarom heb je dat nooit verteld?”
Thomas keek naar de grond.
“Omdat…”
Zijn stem brak.
“Ik degene was die de ambulance belde.”
Ik voelde mijn adem stokte.
“En toen?”
Thomas keek me aan.
“Ik zag wie het huis verliet.”
“Wie?”
Hij fluisterde:
“Mijn moeder.”
Lydia verstijfde.
“Dat kan niet.”
Thomas keek haar aan.
“Niet jij.”
Hij wees naar Sophie.
“Sophie.”






