PART 6 — DE MAN DIE WILLEM HEEFT VERMOORD
De kamer leek plotseling kleiner te worden.
Sophie stond naast de man die volgens Lydia Willem had vermoord.
Thomas stond aan de andere kant van de kamer, alsof hij niet wist waar hij heen moest.
Ik keek naar Sophie.
“Dus jij wist dat hij nog leefde.”
Ze antwoordde niet.
“En jij hebt me al die tijd voorgelogen.”
“Mam…”
“Niet jij, Thomas.”
Ik keek naar Sophie.
“Zij.”
De man glimlachte.
“Laat haar maar praten.”
Sophie keek hem aan.
“Je zei dat je haar niets zou aandoen.”
“Dat doe ik ook niet.”
Hij keek naar mij.
“Als ze verstandig is.”
Mijn handen werden koud.
“Wie ben jij?”
Hij liep langzaam naar voren.
“Mijn naam is Viktor Vermeer.”
Lydia deed een stap achteruit.
“Je had hier niet mogen komen.”
Viktor glimlachte.
“Dat heb je twintig jaar geleden ook gezegd.”
Thomas staarde hem aan.
“Je bent mijn vader.”
“Ja.”
“Waarom heb je me laten geloven dat je dood was?”
“Omdat jij mijn enige kans was.”
“Waarop?”
Viktor keek naar mij.
“Op het terugkrijgen van wat van mij is.”
Ik lachte bitter.
“Het geld?”
“Niet alleen het geld.”
Hij wees naar de map.
“De controle.”
Ik keek naar de documenten.
“Je hebt Willem vermoord vanwege dit geld.”
“Willem heeft zichzelf in gevaar gebracht.”
“Dus dat is je antwoord?”
“Hij wist te veel.”
“En daarom moest hij sterven?”
Viktor haalde zijn schouders op.
“Willem maakte keuzes.”
Ik voelde woede door mijn lichaam trekken.
“Hij was mijn man.”
“En hij heeft mijn familie beroofd.”
“Hij heeft jouw gestolen geld teruggebracht.”
Viktor keek naar mij.
“Een deel.”
“€31,8 miljoen.”
“Een fractie van wat hij heeft verborgen.”
Ik keek naar de bankdirecteur die stil achterin de kamer stond.
“Hoeveel geld is er werkelijk?”
Viktor glimlachte.
“Dat is de verkeerde vraag.”
“Wat is dan de juiste?”
“Waar is de rest?”
De kamer werd stil.
Ik keek naar Lydia.
Zij wist het.
Ik zag het aan haar gezicht.
“Waar is het?”
Viktor keek naar haar.
“Vraag het haar.”
Lydia schudde haar hoofd.
“Willem heeft het nooit aan mij verteld.”
“Leugen.”
“Hij vertrouwde mij.”
“Precies daarom heeft hij het je niet verteld.”
Viktor keek naar Thomas.
“Maar jij weet waar het is.”
Thomas werd bleek.
“Ik weet niets.”
“Je hebt het document gezien.”
“Welk document?”
Viktor glimlachte.
“Het document dat je vader ondertekende toen je achttien was.”
Thomas zei niets.
Ik keek naar mijn zoon.
“Wat voor document?”
“Een erfovereenkomst.”
“Waarin stond?”
Thomas antwoordde zacht:
“Dat ik het vermogen zou erven.”
“Wanneer?”
“Als jij zou overlijden.”
Mijn hart sloeg over.
Viktor keek tevreden.
“Nu begrijp je waarom ik hier ben.”
Ik voelde mijn adem stokken.
“Jullie wilden me dood.”
Sophie begon te huilen.
“Marieke…”
“Zeg mijn naam niet.”
Ze sloeg haar ogen neer.
“Jij wist ervan.”
“Ja.”
“Je bent met mijn zoon getrouwd om toegang te krijgen tot mijn geld.”
“Niet alleen daarom.”
“Waarvoor dan?”
Sophie keek naar Viktor.
“Om Thomas te beschermen.”
Ik keek haar ongelovig aan.
“Beschermen tegen wie?”
“Zijn vader.”
Thomas keek haar aan.
“Wat?”
Sophie begon te huilen.
“Ik wilde je helpen.”
“Door met mijn moeder te liegen?”
“Door te voorkomen dat hij je zou gebruiken.”
Viktor lachte.
“Ze is altijd slecht geweest in liegen.”
Sophie draaide zich naar hem.
“Je hebt me beloofd dat Thomas veilig zou zijn.”
“Ik heb niets beloofd.”
Thomas deed een stap naar voren.
“Dus jij hebt haar ook gebruikt.”
Viktor keek naar zijn zoon.
“Je bent eindelijk wakker.”
Thomas keek hem met afschuw aan.
“Je hebt mama verlaten.”
“Je moeder koos haar eigen kant.”
“Je hebt Willem vermoord.”
“Hij verraadde ons.”
“Je hebt mijn leven verpest.”
Viktor bleef kalm.
“Ik heb je een toekomst gegeven.”
Thomas schudde zijn hoofd.
“Ik wil jouw toekomst niet.”
Viktor glimlachte.
“Dat zeg je nu.”
Hij haalde een klein apparaat uit zijn zak.
Een opname.
“Luister.”
Hij drukte op een knop.
Een stem klonk.
Willem.
Mijn hart stopte.
“Als je deze opname hoort, Marieke, ben ik waarschijnlijk dood.”
Ik voelde tranen in mijn ogen.
“Vertrouw Viktor niet.”
Viktor verstijfde.
De opname ging verder.
“Hij zal proberen je te laten geloven dat alles om geld draait.”
Ik keek naar Viktor.
Zijn gezicht was veranderd.
“Maar het echte gevaar is Thomas.”
Ik keek naar mijn zoon.
Hij werd lijkbleek.
“Dat kan niet,” fluisterde hij.
Willems stem ging verder.
“Niet omdat Thomas slecht is.”
Een korte stilte.
“Maar omdat hij niet weet wat hij in zijn bezit heeft.”
De opname stopte.
Niemand sprak.
Ik keek naar Thomas.
“Wat bezit jij?”
Hij schudde zijn hoofd.
“Ik weet het niet.”
Viktor keek plotseling woedend.
“Waar is het?”
“Wat?”
“Het document.”
Thomas keek hem aan.
“Ik heb het niet.”
Viktor stapte naar voren.
“Je liegt.”
“Ik zweer het.”
“Waar is de sleutel?”
“Welke sleutel?”
Viktor greep hem bij zijn kraag.
Ik reed mijn rolstoel naar voren.
“Laat hem los.”
Viktor keek naar mij.
“Je begrijpt nog steeds niet wat er gebeurt.”
“Laat mijn zoon los.”
“Je zoon heeft iets wat ik nodig heb.”
“Wat?”
Hij keek naar Thomas.
“De originele overeenkomst.”
Thomas keek geschokt.
“Ik heb die nooit gezien.”
Viktor glimlachte.
“Jawel.”
Thomas fronste.
“Wanneer?”
“Toen je achttien werd.”
“Ik herinner me dat niet.”
“Dat komt omdat je vader ervoor zorgde dat je het vergat.”
Ik keek naar Lydia.
“Kan dat?”
Ze knikte langzaam.
“Ja.”
“Waarom zou Willem dat doen?”
“Om Thomas te beschermen.”
Ik keek naar mijn zoon.
“Dus Willem heeft je geheugen laten beïnvloeden?”
“Niet mijn geheugen.”
Thomas legde een hand op zijn hoofd.
“Maar…”
Hij stopte.
Zijn gezicht veranderde.
“Wacht.”
Iedereen keek hem aan.
“Ik herinner me iets.”
Viktor werd plotseling stil.
Thomas sloot zijn ogen.
“Een kamer.”
“Welke kamer?” vroeg ik.
“Een kelder.”
“Waar?”
“Bij papa.”
Hij begon sneller te ademen.
“Er stond een kluis.”
Viktor stapte achteruit.
“Thomas.”
“En Willem was erbij.”
“Thomas, hou je mond.”
“Hij gaf me iets.”
Viktor keek naar Sophie.
“Wat heb je gedaan?”
Sophie schudde haar hoofd.
“Ik heb niets gedaan.”
Thomas keek naar mij.
“Een sleutel.”
“Waar is die?”
Hij tastte in zijn jas.
Zijn handen trilden.
Toen haalde hij een kleine metalen sleutel tevoorschijn.
Ik herkende hem onmiddellijk.
Hetzelfde symbool stond erop als op de sleutel die Lydia mij had gegeven.
Viktor staarde ernaar.
“Dat is onmogelijk.”
Thomas keek naar hem.
“Wat opent dit?”
Viktor antwoordde niet.
Lydia fluisterde:
“De tweede kluis.”
Ik keek naar haar.
“Er is nog een kluis?”
“Ja.”
“Waar?”
Ze wees naar de oude werkkamer.
“Onder de vloer.”
Viktor draaide zich onmiddellijk om.
“Niemand gaat daarheen.”
Ik begreep het.
Daar zat het bewijs.
Het bewijs waar Willem zijn hele leven voor had gevochten.
En misschien ook het bewijs van zijn moord.
Ik reed naar de werkkamer.
Thomas volgde me.
Lydia kwam achter ons aan.
Sophie bleef staan.
“Kom je?” vroeg ik.
Ze keek naar Viktor.
Toen naar mij.
“Ik…”
Viktor zei:
“Blijf.”
Sophie aarzelde.
Toen liep ze toch achter ons aan.
We bereikten de werkkamer.
Thomas knielde en duwde een oude houten plank opzij.
Daaronder zat een metalen plaat.
Hij gebruikte de sleutel.
Klik.
Een verborgen compartiment ging open.
Binnenin lag een zwarte doos.
Ik pakte hem eruit.
Er zat een envelop op.
Mijn naam stond erop.
Maar deze keer stond er iets onder.
NIET OPENEN VOORDAT THOMAS AANWEZIG IS.
Ik keek naar mijn zoon.
“Waarom moest jij erbij zijn?”
Thomas slikte.
“Ik weet het niet.”
Ik opende de envelop.
Er zat één vel papier in.
Slechts één zin:
“Marieke, als je dit leest, heb ik je nooit verteld wie de echte eigenaar van jouw huis is.”
Ik keek naar Thomas.
Toen naar Lydia.
En uiteindelijk naar Viktor.
Viktor was verdwenen.
Sophie stond bij de deur.
Haar gezicht was lijkbleek.
“Waar is hij?” vroeg ik.
Ze keek naar de gang.
“Hij is weg.”
Ik hoorde buiten een autodeur dichtslaan.
Toen startte een motor.
Thomas keek uit het raam.
“Hij heeft de bankdirecteur meegenomen.”
Mijn hart sloeg over.
“Wat?”
Thomas keek naar mij.
“En hij heeft de sleutel van de kluis.”
Ik keek naar het document in mijn hand.
De laatste zin stond nog voor mijn ogen.
De echte eigenaar van mijn huis.
En ineens wist ik:
Het huis waar ik drie jaar alleen had gewoond…
was misschien nooit van mij geweest.






