HET GEHEIM VAN DE ZILVEREN CHRONOGRAAF
News Story

HET GEHEIM VAN DE ZILVEREN CHRONOGRAAF

39 weergaven

Helena’s ogen glommen van een kille, triomfale voldoening. Het schijnsel van een straatlantaarn viel over haar strakke, rimpelige gezicht en maakte haar trekken nog wreder dan op de foto.

"Dacht je nou echt dat een simpel brandje in een vervallen zaagmolen mij zou misleiden, Leo?" zei ze met een stem waarin geen spoor van menselijkheid meer zat. "Ik ken je al je hele leven. Je bent altijd een lafhartige kruipende rat geweest die zich in de holen van deze stad verstopt."

Leo deed een stap naar voren en stelde zich beschermend voor mij op. "Het spoor van bloed dat jij achter je aan trekt houdt vanavond op, Helena. Het is voorbij."

"Voorbij?" Helena lachte, een koud, schril geluid dat door de verlaten steeg snijdde. "Het begint pas! Jullie hebben de twee horloges naar mijn voordeur gebracht. Beter had ik het zelf niet kunnen plannen."

Ze knikte naar haar twee handlangers. "Pak de horloges. En als ze tegenstribbelen... schiet ze door hun knieën."

De twee brede mannen deden een stap naar voren. Mijn spieren spanden zich aan. Ik keek snel om me heen. De nis was smal, we zaten opgesloten. Maar ik hield de twee chronografen stevig vast in de zakken van mijn jas.

"Wacht!" riep ik luid.

Helena hief haar hand op en haar mannen stonden stil. "Wat wil je zeggen, kleinzoon van een moordenaar? Heb je nog een laatste wens voordat je in de Schelde verdwijnt?"

"Mijn opa was geen moordenaar en dat weet u best," zei ik, terwijl ik mijn stem zo rustig mogelijk probeerde te houden om tijd te winnen. "U heeft uw eigen vader neergeschoten omdat hij weigerde de diamantcodes aan u te geven. En daarna heeft u Leo en mijn opa de schuld in de schoenen geschoven!"

Helena’s gezicht vertrok in een lelijke grimas van minachting. "Mijn vader was een oude dwaas! Hij zat op een vermogen aan diamanten terwijl ons familiebedrijf ten onder ging! Hij verdiende het om te sterven. En wat Piet betreft... die timmermansknecht had zijn mond moeten houden en zijn plaats moeten kennen!"

Ze besefte niet dat haar eigen woorden de genadeklap voor haar zouden worden.

In de binnenzak van mijn jas gleed mijn duim over het scherm van mijn mobiele telefoon. Vóór we de nis in stapten, had ik de spraakrecorder van mijn telefoon geactiveerd. Elk woord van haar bekentenis werd op dit exacte moment digitaal vastgelegd.

"U krijgt de horloges nooit," zei Leo vastberaden. "Zonder ons kent u de frequentiecode niet. Als u de horloges verkeerd gebruikt, vernietigt het mechanisme de kluis en de inhoud voorgoed."

Helena vernauwde haar ogen. "Denk je dat ik dom ben, broer? Ik heb de aantekeningen van onze vader vijftig jaar lang bestudeerd. Ik weet dat er een frequentiecode is. En ik weet ook hoe ik jou moet laten praten."

Ze richtte haar pistool niet meer op mij, maar op de borst van Leo.

"Geef me de code, Leo. Of ik schiet je kleinzoon-vervanger neer waar je bij staat."

"Nee!" schreeuwde ik.

Op dat exacte moment klonk er een hard, schril fluitgeluid aan het einde van de straat, gevolgd door het felle schijnsel van blauwe zwaailichten die over de gevels van de Zirkstraat dansten.

Drie politiewagens kwamen met gierende banden de straat in gereden en blokkeerden de in- en uitgang.

"Politie! Laat je wapen vallen! Hands up!" klonk een harde stem via een luidspreker.

Helena schrok. Haar mannen keken paniekerig om zich heen. "Wat is dit?!" schreeuwde ze woedend naar mij. "Heb jij de politie gebeld?!"

"Nee," zei ik met een wrede glimlach. "Maar ik heb een uur geleden een geautomatiseerd e-mailbericht ingesteld dat naar de federale politie van Antwerpen is gestuurd zodra ik mijn telefoon op een specifieke locatie niet ontgrendelde. Een kleine truc van een antiektaxateur die niet graag onvoorbereid naar een afspraak gaat."

"Vervloekt zijn jullie!" krijste Helena.

In de chaos die ontstond toen de politieagenten met getrokken wapens de steeg in stormden, greep Leo mijn arm. "Nu, Jonas! De geheime ingang!"

Leo duwde met zijn volle gewicht tegen het luikje in de plint. Het luik zwaaide open en we lieten ons snel naar binnen glijden, net voordat er schoten weergalmden in de steeg buiten.

Het luik klapte dicht achter ons. We bevonden ons in een nauwe, verticale schacht met een metalen ladder die diep naar de fundering van het archiefgebouw leidde.

"Ze houden Helena buiten tegen!" zei ik ademloos. "We zijn veilig!"

"Nog niet," zei Leo erg verontrust. "Haar mannen kennen het gebouw ook. We moeten de kluis bereiken en het kasboek veiligstellen voordat de politie het gebouw als plaats delict vergrendelt!"

We klommen de ladder af en kwamen terecht in een grote, ondergrondse gewelfde kelder onder het archief. De ruimte was modern ingericht met stalen stellingen vol archiefdozen, maar aan de verste wand stond een gigantische, ronde kluisdeur van glanzend staal en koper uit de jaren vijftig.

De kluis van Paul Van den Berg.

Het mechanisme op de deur bestond uit twee ronde zilveren sparingen, precies de grootte van de twee chronografen.

"Dit is het," fluisterde Leo, terwijl hij voor de imposante deur ging staan. "Het moment van de waarheid."

We haalden de twee horloges tevoorschijn. Mijn vingers trilden toen ik het horloge van opa Piet op de linker sparing plaatste. Leo zette het horloge van zijn vader op de rechter sparing. Beide uurwerken pasten met een perfecte, magnetische klik in de uitsparingen.

"Nu de frequentie," zei Leo. "Jij de linkerkant, ik de rechterkant."

Ik dacht aan het versje van opa Piet. Drie zwaluwen vliegen over de rivier, twee duiken naar beneden, vier vliegen naar de zon, en één keert nooit meer terug.

Ik drukte de knoppen van mijn horloge in: 3... 2... 4... 1.

Leo drukte tegelijkertijd zijn vier knoppen in aan de rechterkant.

Een diepe, mechanische trilling ging door de stenen vloer onder onze voeten. Binnenin de zware kluisdeur begonnen honderden tandwielen en raderen te draaien. Het klonk als het orkest van een mechanisch uurwerk dat na vijftig jaar stilte weer tot leven werd gewekt.

CLACK! CLACK! CLACK!

De zware ijzeren grendels trokken zich langzaam terug. De ronde kluisdeur schoof met een sissend geluid van luchtdruk een centimeter naar buiten.

De kluis was open.

Maar net toen we de zware deur wilden opend Duwen, hoorden we het geluid van zware laarzen die de ladder in de schacht afdaalden.

Niet de politie.

Het was de man met het strak geschoren hoofd — Helena’s gevaarlijkste handlanger — en hij had een getrokken pistool in zijn hand.

---