HET GEHEIM VAN DE ZILVEREN CHRONOGRAAF
News Story

HET GEHEIM VAN DE ZILVEREN CHRONOGRAAF

38 weergaven

De kolenschacht was nauw, vuil en heet. Met mijn laatste krachten klom ik door de krammen die in de bakstenen wand waren geslagen, terwij het vuur onder mij het houten luik van de kelder verslond. Ik duwde de zware gietijzeren afdekplaat aan het uiteinde omhoog en rolde hoestend en naar adem snappend de kille nachtlucht in.

Ik lag in een donkere steeg achter een verlaten pakhuis, een straat verwijderd van de brandende zaagmolen. In de verte klonken de loeiende sirenes van de Antwerpse brandweer die zich een weg baanden door het verkeer. Dikke, zwarte rookwolken stegen op boven de daken van het Eilandje en kleurden de nachtelijke hemel oranje.

Ik bleef een minuut op de kasseien liggen, mijn gezicht zwart van het roet, mijn kleren gescheurd en doordrenkt van het zweet en de modder uit de tunnel. Mijn hele lichaam deed pijn, maar het horloge – dat ik stevig in mijn rechterhand geklemd hield – was onbeschadigd.

Ik stond moeizaam op en veegde het roet van mijn gezicht. Helena zou aannemen dat Leo en ik in de vlammenzee waren omgekomen. Victor’s zender lag immers ergens onder het brandende puin te smelten. Dat gaf me de kostbaarste troef die ik kon hebben: de schaduw van de dood.

Ik keek op mijn horloge. Het was tien uur 's avonds. Over twee uur zou ik Leo ontmoeten bij de Sint-Pauluskerk.

Ik liep met gebogen hoofd en snelle pas door de minder verlichte straten van de oude binnenstad, weg van de haven. Ik ontweek de hoofdstraten en dook van steeg naar steeg. Elke auto die langzaam voorbijreed deed me in de portieken van winkelpanden wegduiken. De angst dat Helena’s netwerk me alsnog zou opmerken was alomtegenwoordig.

Na een uur ronddwalen bereikte ik het Sint-Paulusplein. De imposante, gotische Sint-Pauluskerk rees op als een zwarte reus tegen de nachtelijke lucht. Het plein was stil en verlaten. De lantaarnpalen wierpen een diffuus, geel licht over de kasseien en de barokke beelden in de buitenhof van de kerk.

Ik zocht een donkere hoek achter een van de stenen steunberen van het kerkhof en ging op een bankje zitten. Ik haalde de zilveren chronograaf tevoorschijn en bekeek het opnieuw.

Waarom had mijn opa me dit aangedaan? Waarom had hij dit geheim veertig jaar lang voor me verborgen gehouden?

Het antwoord begon me langzaam te dagen. Opa Piet had me niet willen meeslepen in de misdaad van de Van den Bergs. Hij had geprobeerd het verleden te begraven in Gent. Maar toen hij wiste dat hij ging sterven, kon hij het horloge niet vernietigen. Het was het enige bewijs van de onschuld van hem en zijn beste vriend Leo. Het was de sleutel tot het herstellen van de ere van onze familie.

Twaalf uur slagen klonk door de nacht. De zware brons klok van de Sint-Pauluskerk galmde twaalf keer over het lege plein.

Bij de twaalfde slag zag ik een gedaante langzaam uit de schaduw van de kerkingang tevoorschijn komen. Het was een oude man met een donkerblauwe jas en een looprekje dat zachtjes over de kasseien schraapte.

Leo. Hij had het overleefd.

Ik stond op en liep voorzichtig op hem af. "Leo?" fluisterde ik.

Leo keek op. Zijn gezicht was getekend door de vermoeidheid en zijn ademhaling klonk raspend, maar een lichte glimlach verschijn op zijn lippen toen hij me zag.

"Je bent een echte kleinzoon van Piet, Jonas," sprak hij zacht. "Geen obstakel kan je tegenhouden."

"Ben je niet gevolgd?" vroeg ik, terwijl ik schichtig het plein afspeurde.

"Nee. Helena denkt dat de zaak is afgehandeld. Haar mannen zijn momenteel de resten van de zaagmolen aan het doorzoeken, op zoek naar onze menselijke overblijfselen," zei Leo ijskoud. "We hebben niet veel tijd. De schijn dat we dood zijn zal niet lang duren. Zodra ze ontdekken dat er geen lichamen in de kelder lagen, gaan ze opnieuw naar je zoeken."

"Wat gaan we doen?" vroeg ik.

Leo reikte in zijn jas en haalde de fluwelen doos tevoorschijn met het tweede horloge.

"Morgenochtend om zes uur, voordat de stad wakker wordt en voordat de winkelstraat opengaat, gaan we naar het oude atelier van mijn vader op de Meir," zei Leo vastberaden. "We gaan de kluis openen."

"In de winkel van Helena?!" riep ik uit op gefluisterde toon. "Dat is zelfmoord! Die winkel is beveiligd met alarmsystemen en camera's!"

"Het oude atelier van mijn vader is niet meer de hoofdzaak van Helena," legde Leo uit. "Het is het opslaggebouw erachter, in de Zirkstraat. Helena heeft de zaak omgebouwd tot een privé-archief voor de Van den Berg Diamond Group. Ze bewaart er de oude documenten van ons familiebedrijf. En onder dat archief bevindt zich de kluis van mijn vader."

Leo stapte dichterbij en legde zijn hand op mijn schouder. "De kluis bevat niet alleen de onbewerkte diamanten van 1962, Jonas. Hij bevat ook het originele kasboek van mijn vader, waarin Helena's illegale transacties en de bewijzen van de moord op onze vader staan opgetekend. Als we dat boek in handen krijgen en aan de federale politie overhandigen, is Helena voorgoed uitgeschakeld. Dan kan jouw familie eindelijk in vrede leven."

Ik keek naar de twee zilveren horloges. De twee sleutels tot een mysterie van vijftig jaar oud.

"Hoe komen we binnen?" vroeg ik.

Leo glimlachte wreed. "Mijn vader heeft dat gebouw gebouwd, Jonas. Hij heeft beveiligingssystemen ontworpen waar moderne elektronica niets tegen kan uitrichten. En ik ken elke geheime doorgang van dat pand..."

Plotseling klonk er het geluid van een slippende autoband aan de rand van het plein.

Een zwarte wagen zonder lichten reed langzaam het plein op en stopte bij de fontein. De deuren zwaaiden tegelijkertijd open en drie gewapende mannen in zwarte pakken stapten uit.

Niet de mannen van Helena. Deze mannen droegen de insignes van een andere, nog gevaarlijker speler in het Antwerpse diamantkwartier.

Leo verstijfde. "Het syndicaat..." fluisterde hij in afgrijzen. "Helena was niet de enige die naar de horloges zocht..."

---