DUIVEN IN HET DUISTER
News Story

DUIVEN IN HET DUISTER

26 weergaven

De bus slingerde wild over de weg. Het geluid van schoten weergalmde door de nacht. Binnen in de donkere laadruimte werden Sofie en ik hard tegen de stalen wanden geschud.

— "Wat gebeurt er?!" schreeuwde een van de mannen voorin.

— "Er zit een auto achter ons aan! Hij probeert ons van de weg te drukken!" antwoordde de chauffeur in paniek.

Ik keek door het kleine raampje in de achterdeur van de bus. Achter ons, in de koplampen die door de mist sneden, zag ik een oude Volvo. Het was de auto van Arthur! Hij volgde de bus van dichtbij en ramde de achterbumper van het voertuig.

— "Schiet op hem!" roep Claire vanuit de passagiersstoel.

Een van de gewapende mannen opende het schuifraam van de laadruimte en richtte zijn pistool op de Volvo van Arthur.

— "Nee!" schreeuwde ik, en zonder na te denken gooide ik mijn eigen lichaam tegen de man aan.

De man verloor zijn evenwicht en het schot ging af, waarbij de kogel het dak van de bus doorboorde. Hij draaide zich woedend om en sloeg me met de achterkant van zijn hand in mijn gezicht. Ik viel hard terug op de vloer en voelde de warme smaak van bloed in mijn mond.

— "Blijf liggen, oud mens!" grauwde hij.

Maar de afleiding was genoeg geweest. De bus maakte een extreem scherpe bocht om te ontkomen aan de auto van Arthur, gleed weg over het natte bladerdek en ramde een stenen poort. Met een verdovende klak kwam de bus tot stilstand gegen de zware houten deuren van een oud landgoed.

De motor sloeg af. Het was opeens ijzig stil, afgezien van het sissen van de kapotte radiator.

— "Uitstappen! Nu!" schreeuwde Claire.

De deuren van de bus werden van buiten opengerukt. De mannen trokken Sofie en mij ruw uit het voertuig. We stonden op de binnenplaats van een enorm, vervallen kasteel dat verscholen lag diep in de bossen van de Ardennen. Het kasteel van de familie — het oude bezit van mijn vader dat veertig jaar geleden gesloten was.

De muren van het kasteel waren begroeid met klimop, de ramen waren donker en doof. Regen viel onophoudelijk neer op de stenen binnenplaats.

Ik keek snel om me heen naar de poort. De Volvo van Arthur stond stil buiten de poort, de voorkant zwaar beschadigd. Maar Arthur zelf was nergens te bekennen. Had hij de crash overleefd? Was hij gewond?

— "Breng ze naar de torenkamer!" beval Claire. — "En sluit de poort! Als die oude man hier binnendringt, schiet hem dan meteen neer!"

De mannen sleepten Sofie en mij door de enorme eikenhouten deuren van het kasteel, een donkere, kille hal in die rook naar vocht en schimmel. We werden een lange, wenteltrap op geduwd, helemaal naar de bovenste verdieping van de noordelijke toren.

Daar werden we in een kleine, stenen kamer gegooid. De zware houten deur werd dichtgeslagen en we hoorden een grote sleutel in het slot draaien, gevolgd door het geluid van een ijzeren grendel die op zijn plaats zakte.

We zaten in de val.

Sofie en ik bleven even hijgend op de koude vloer liggen. Ik nam Sofie in mijn armen en inspecteerde haar verwondingen onder het schaarse maanlicht dat door het smalle torenraam scheen.

— "Gaat het, schat?" fluisterde ik, terwijl ik de tranen van haar wangen veegde.

— "Het gaat wel, mam," zei Sofie met trillende stem. — "Ik was zo bang dat ze jou ook zouden pakken... Papa heeft me twee weken geleden gevonden. Hij ontdekte waar Claire me vasthield in Luik, maar hij kon me niet alleen bevrijden. Hij zei dat hij een plan had..."

— "Ik dacht dat papa een verrader was," zei ik vol spijt. — "Ik zag het buskaartje naar Luik... en ik vertrouwde hem niet."

— "Papa deed alsof hij samenwerkte met Claire om tijd te winnen," legde Sofie uit. — "Hij ontdekte dat Claire hulp had van binnenuit... van iemand bij de bank in Brussel die de Zwitserse rekening beheert. Papa probeerde te voorkomen dat ze jou erin zouden betrekken."

Mijn hart kromp van spijt. Arthur had alles alleen gedragen om onze familie te beschermen.

— "Wat zat er in dat flesje dat je me gaf?" vroeg ik, denkend aan het voorwerp dat Sofie me in de bus had toegestopt.

Sofie haalde het flesje tevoorschijn uit de binnenzak van haar jas. Het was een klein glazen flesje met een etherische vloeistof — een sterk oplosmiddel dat Arthur in zijn gereedschapskist bewaarde.

— "Papa gaf me dit toen hij me heimelijk bezocht in Luik," zei Sofie. — "Het lost roest en oude sloten op. De sloten in dit oude kasteel zijn meer dan honderd jaar oud en zwaar verroest."

We liepen naar de zware houten torendeur. Het slot was een massief ijzeren mechanisme dat aan de binnenkant van het houten frame gemonteerd zat.

Sofie droppelde voorzichtig de vloeistof uit het flesje recht in het sleutelgat en over de scharnieren. Een scherpe, chemische lucht vulde de kleine torenkamer. Het ijzer begon zachtjes te sissen terwijl het vloeistof de jarenlange roest en vuil wegvrat.

— "We hebben een paar minuten nodig tot het inwerkt," fluisterde Sofie.

Terwijl we wachtten, keek ik uit het smalle torenraam naar beneden. De binnenplaats lag er verlaten bij onder de gietende regen. Maar toen zag ik een beweging bij de oude stenen muren.

Aan de voet van de toren sloop een gedaante door de schaduw.

Het was Arthur. Hij droeg zijn oude regenjas, liep licht mankend, maar hij hield een zware ijzeren staaf in zijn hand. Hij leefde!

— "Papa is beneden," fluisterde ik opgewonden tegen Sofie.

Op dat moment klonken er stemmen op de trap onder onze torenkamer. Claire en een van haar mannen kwamen naar boven.

— "Tijd is om, Sofie!" schreeuwde Claire vanuit de gang achter de deur. — "Het is nu vier uur 's nachts. Binnen acht uur vervalt de termijn! Geef me de toegangscodes van de Zwitserse rekening, of ik schiet je moeder voor je ogen neer!"

Het slot van onze deur begon te kraken door het chemische middel. Sofie en ik keken elkaar aan. We wisten dat we nog maar één kans hadden...