DEEL 7 — HET DNA-RAPPORT
De woorden van Lucas bleven in mijn hoofd hangen.
“Je hebt geen idee wie de biologische moeder van die tweeling werkelijk is.”
Ik keek naar Emma en Elise op het scherm.
Ze lagen in hun wiegjes.
Ze huilden niet.
Dat maakte het nog erger.
“Wat heb je met mijn dochters gedaan?” vroeg ik.
Lucas hield het DNA-rapport omhoog.
“Ze zijn veilig.”
“Breng ze terug.”
“Eerst de waarheid.”
Ik keek naar Margriet.
“Jullie hebben mijn kinderen gestolen.”
“Wij hebben ze beschermd,” zei ze.
Ik lachte bitter.
“Door ze uit een ziekenhuis te ontvoeren?”
“Je begrijpt niet wat er op het spel staat.”
“Mijn kinderen zijn geen bezit.”
Victor stapte naar voren.
“Geef mij het rapport.”
Lucas schudde zijn hoofd.
“Blijf staan.”
“Lucas…”
“Niet dichterbij!”
Voor het eerst hoorde ik echte paniek in zijn stem.
Hij keek naar het rapport.
“Alles wat ik dacht te weten, was een leugen.”
Ik keek hem aan.
“Dan vertel me de waarheid.”
Hij slikte.
“Emma en Elise zijn niet biologisch van jou.”
Mijn hart leek te breken.
“Dat is onmogelijk.”
“De artsen hebben het bevestigd.”
“Welke artsen?”
“De artsen die jouw behandeling hebben uitgevoerd.”
Victor keek naar Lucas.
“Ze zijn gekocht.”
Lucas draaide zich naar hem.
“Dat dacht ik ook.”
Hij gooide het rapport op een tafel.
“Maar het DNA liegt niet.”
Ik pakte het papier.
Mijn handen trilden.
De eerste regel ging over Emma.
De tweede over Elise.
Daaronder stonden twee genetische profielen.
Mijn naam stond erbij.
Maar daarnaast stond een onbekende naam.
Anna Vermeer.
Ik keek naar mijn advocaat.
“Wie is dat?”
Niemand antwoordde.
“Wie is Anna Vermeer?”
Victor keek naar Margriet.
Margriet glimlachte.
“Een vrouw die je nooit hebt ontmoet.”
Ik voelde een koude rilling.
“Waar is ze?”
“Dood.”
Mijn adem stokte.
“Wanneer?”
“Vier jaar geleden.”
“Hoe?”
Margriet zei niets.
Victor antwoordde:
“Ze stierf tijdens een medische procedure.”
Ik keek opnieuw naar het document.
“Waarom staat haar DNA bij mijn kinderen?”
Lucas kwam dichterbij.
“Omdat jij haar embryo hebt gedragen.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Nee.”
“Jawel.”
“Dat kan niet.”
“Je hebt een behandeling ondergaan. Je wist niet dat het embryo van een andere vrouw afkomstig was.”
Ik voelde tranen opkomen.
“Waarom zou iemand dat doen?”
Victor antwoordde:
“Omdat Anna Vermeer de echte erfgename was.”
De kamer werd stil.
“Wat?”
“Ze was de dochter van onze vader.”
Ik keek naar Lucas.
“Dus…”
“Ja,” zei hij.
“Anna was onze halfzus.”
Ik voelde mijn hoofd duizelen.
“En mijn dochters?”
Victor keek me ernstig aan.
“Zijn haar genetische erfgenamen.”
Ik keek naar het scherm.
Emma.
Elise.
Twee kleine meisjes die niets wisten van geld, testamenten of familiegeheimen.
En toch waren ze het middelpunt geworden van een oorlog.
“Waarom heeft niemand mij dit verteld?”
Lucas keek naar de grond.
“Omdat mijn moeder ervoor zorgde dat je niets wist.”
Margriet draaide zich naar hem.
“Pas op.”
“Waarom?” zei Lucas. “Het is voorbij.”
“Je weet niet wat je zegt.”
“Ik weet precies wat ik zeg!”
Voor het eerst schreeuwde hij tegen haar.
“Jij hebt mij gebruikt.”
Margriet antwoordde koel:
“Net zoals jij haar hebt gebruikt.”
Lucas verstijfde.
Ik keek tussen hen heen.
“Jullie wisten allebei dat ik zwanger was van Anna’s embryo.”
Niemand antwoordde.
“Vanaf wanneer?”
Lucas fluisterde:
“Vanaf het begin.”
Mijn ogen vulden zich met tranen.
“Dus toen je mijn voorhoofd kuste in het ziekenhuis…”
Hij keek weg.
“Je wist het.”
“Ja.”
“Toen je zei dat onze dochters veilig zouden zijn…”
Hij zweeg.
“Je wist het.”
“Ja.”
“Toen je mij tien dagen geleden buiten zette…”
Lucas keek me aan.
“Toen wist ik dat het fonds binnenkort zou worden vrijgegeven.”
Ik voelde iets in mij breken.
Niet mijn hart.
Mijn laatste stukje vertrouwen.
Ik draaide me naar Victor.
“En jij?”
“Ik wist dat er iets niet klopte.”
“Maar je hebt mij nooit verteld.”
“Ik probeerde bewijs te verzamelen.”
“En ondertussen werden mijn kinderen gebruikt.”
Hij keek naar de grond.
“Ja.”
Ik keek naar alle drie.
Lucas.
Margriet.
Victor.
Iedereen had tegen me gelogen.
Maar één ding klopte niet.
Ik wees naar het scherm.
“Waar zijn mijn dochters werkelijk?”
Margriet glimlachte.
“Op een veilige plek.”
“Laat me ze zien.”
Ze draaide de telefoon.
Op het scherm verscheen een andere kamer.
Een onbekende vrouw zat naast de wiegjes.
Ik herkende haar onmiddellijk.
Mijn hart stopte.
“Dat is…”
Lucas keek mij aan.
“Wie?”
Ik kon nauwelijks spreken.
“Mijn arts.”
Victor keek naar het scherm.
“Dr. Helena Vos.”
De vrouw op het scherm keek plotseling rechtstreeks in de camera.
Ze glimlachte.
Toen zei ze:
“Je hebt eindelijk begrepen wie je dochters zijn.”
Ik pakte de telefoon.
“Waar zijn ze?”
Helena antwoordde:
“Op een plek waar niemand ze kan vinden.”
“Breng ze terug!”
“Dat hangt van jou af.”
“Wat wil je?”
“Het originele testament.”
“Dat heb ik niet.”
Ze glimlachte.
“Dat weet ik.”
Ik verstijfde.
“Wat?”
“Het originele testament ligt niet bij jou.”
Ze keek naar Lucas.
“Het ligt bij hem.”
Lucas werd lijkbleek.
“Dat is onmogelijk.”
Helena glimlachte.
“Je hebt het twintig jaar geleden zelf gestolen.”
Lucas keek naar Margriet.
“Moeder?”
Margriet deed een stap achteruit.
Victor keek haar woedend aan.
“Waar heb je het verstopt?”
Margriet zei niets.
Toen hoorde ik buiten sirenes.
Veel sirenes.
De politie was gearriveerd.
Victor glimlachte kort.
“Het spel is voorbij.”
Maar Margriet lachte.
“Nee.”
Ze haalde een kleine afstandsbediening uit haar zak.
Ik keek ernaar.
“Wat is dat?”
Ze drukte op een knop.
Er klonk een zware explosie ergens achter het huis.
De muren trilden.
Sophie begon te schreeuwen.
Lucas keek naar zijn moeder.
“Wat heb je gedaan?”
Margriet keek naar mij.
“Nu weet je waarom je nooit had moeten proberen mij uit je leven te verwijderen.”
Ze draaide zich om.
En verdween de trap op.
Ik keek naar het scherm.
Helena was verdwenen.
De wiegjes waren leeg.
En onderaan het scherm verscheen één laatste bericht:
“Als je je dochters levend wilt terugzien, kom dan naar de plek waar Anna Vermeer stierf.”
Daaronder stond een adres.
Ik herkende het meteen.
Het was het ziekenhuis waar ik tien dagen geleden was bevallen.
Maar dat ziekenhuis…
was diezelfde ochtend geëvacueerd.






