DEEL 6 — DE MENSEN ACHTER DE SCHADUW
Alle lichten in het landhuis vielen uit.
Volledige duisternis.
Een seconde lang zei niemand iets.
Toen klonk buiten opnieuw een harde knal.
Sophie gilde.
Lucas greep haar arm.
“Blijf bij mij!”
“Laat haar los!” riep Victor.
“Jij houdt je erbuiten!” beet Lucas hem toe.
Ik bleef stokstijf staan.
Mijn hart bonsde.
Niet vanwege het lawaai.
Maar vanwege één gedachte.
Mijn dochters waren alleen in de kliniek.
Ik greep mijn telefoon.
Geen bereik.
“De politie?”
Victor schudde zijn hoofd.
“De stroomstoring blokkeert waarschijnlijk ook de zendapparatuur.”
“Waarschijnlijk?”
“Dit is geen gewone stroomstoring.”
Hij liep naar een raam en keek voorzichtig naar buiten.
“Er staan minstens drie voertuigen aan de rand van het terrein.”
Lucas keek hem aan.
“Wie?”
Victor antwoordde niet.
Margriet wel.
“De familie.”
Ik draaide me naar haar.
“Welke familie?”
Ze glimlachte.
“De mensen die dit vermogen al generaties lang beheren.”
Ik begreep er niets meer van.
“Je bedoelt het familiefonds?”
Margriet keek me aan.
“Het fonds is slechts het topje van de ijsberg.”
Victor draaide zich plotseling om.
“Genoeg.”
“Waarom?” vroeg Margriet. “Ze verdient de waarheid.”
Victor liep naar haar toe.
“Jij bent de laatste persoon die daarover mag praten.”
“Je kunt me niet eeuwig tegenhouden.”
“Dat heb ik twintig jaar geprobeerd.”
Mijn ogen gingen van de een naar de ander.
“Wat is hier gebeurd?”
Margriet lachte zacht.
“Je wilt de waarheid?”
“Ja.”
“Dan moet je begrijpen waarom jouw huwelijk met Lucas nooit toevallig was.”
Mijn adem stokte.
“Wat?”
Lucas keek naar zijn moeder.
“Moeder, hou op.”
Ze negeerde hem.
“Je dacht dat Lucas jou toevallig ontmoette?”
Ik zei niets.
“Hij kende je al voordat jullie elkaar ontmoetten.”
Mijn lichaam verstijfde.
“Dat is niet waar.”
Lucas sloot zijn ogen.
Ik keek naar hem.
“Is het waar?”
Hij antwoordde niet.
Dat was genoeg.
“Wanneer?”
Margriet glimlachte.
“Je werkte toen nog bij een klein juridisch adviesbureau.”
Ik herinnerde het me.
Een jonge vrouw.
Een gewone baan.
Een toevallige ontmoeting met Lucas tijdens een zakenlunch.
Althans, dat dacht ik.
“Hij kreeg opdracht om je te leren kennen,” zei Margriet.
Mijn stem trilde.
“Waarom?”
“Omdat jouw familie ooit een aandeel in het De Vries-vermogen bezat.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Mijn ouders hadden niets met jullie familie te maken.”
“Dat dacht jij.”
Victor keek naar mij.
“Je vader wist meer dan je denkt.”
Ik keek hem aan.
“Mijn vader is overleden.”
“Precies.”
Een koude rilling liep over mijn rug.
“Hoe?”
Victor zweeg.
Margriet antwoordde:
“Een auto-ongeluk.”
Ik keek haar geschokt aan.
“Net als Lucas’ vader?”
Niemand sprak.
Toen begreep ik het.
“Jullie…”
Mijn stem brak.
“Jullie hebben mijn vader vermoord.”
Margriet keek me recht aan.
“Niet ik.”
Ze wees naar Victor.
“Hij weet wie het deed.”
Victor keek haar aan met pure woede.
“Jij weet heel goed wie het deed.”
“Zeg het dan.”
Victor balde zijn vuisten.
“Onze vader.”
Lucas keek op.
“Wat?”
Victor ging verder.
“Onze vader liet jouw vader vermoorden omdat hij ontdekte dat het familiefonds illegaal werd gebruikt.”
Mijn benen voelden zwak.
“En jij?”
“Ik ontdekte het jaren later.”
“Waarom heb je me nooit gewaarschuwd?”
“Omdat ik verdwenen was.”
“Je had toch contact kunnen opnemen?”
Victor keek naar Margriet.
“Niet zolang zij mij probeerde te vinden.”
Margriet lachte.
“Je was een bedreiging.”
“Voor jullie,” zei Victor.
Buiten klonk plotseling geschreeuw.
Daarna een harde klap tegen de voordeur.
Iedereen verstijfde.
Victor liep naar een kast.
Hij haalde een kleine sleutel tevoorschijn.
“Er is een kelder.”
Lucas keek hem aan.
“Wat?”
“Een oude schuilruimte.”
Victor keek naar mij.
“Daar kunnen we wachten tot de politie arriveert.”
“En mijn kinderen?”
“Je moet vertrouwen dat ze veilig zijn.”
“Ik vertrouw niemand meer.”
Hij keek me aan.
“Dat is verstandig.”
We liepen naar de kelder.
Sophie volgde ons.
Margriet bleef boven.
“Moeder!” riep Lucas.
Ze antwoordde niet.
De deur naar de kelder sloot.
Victor draaide de sleutel om.
Toen hoorden we boven voetstappen.
Meerdere mensen.
Ik hield mijn adem in.
“Wie zijn dat?” fluisterde ik.
Victor keek naar mij.
“De beveiliging van de familie.”
“Maar de politie?”
“Dit zijn geen politieagenten.”
Sophie begon te huilen.
“Wat gaan ze doen?”
Victor keek naar haar buik.
“Ze willen de kinderen.”
Ik voelde mijn maag samentrekken.
“Welke kinderen?”
“Jouw dochters.”
“Waarom?”
Hij keek mij ernstig aan.
“Omdat het embryo waaruit Emma en Elise zijn ontstaan niet zomaar een embryo was.”
Ik keek hem aan.
“Wat was het dan?”
“Het bevat genetisch materiaal van de oorspronkelijke erfgenaam van de familie.”
“Van jou?”
“Nee.”
“Van Lucas?”
Hij schudde zijn hoofd.
“Van onze vader.”
Ik begreep het niet.
“Maar dat betekent…”
“Dat jouw dochters juridisch en genetisch verbonden zijn aan een vermogen dat veel groter is dan honderd miljoen.”
“Hoeveel?”
Victor antwoordde:
“Bijna een miljard.”
Ik kon geen woord uitbrengen.
Boven ons klonk een zware dreun.
De kelderdeur trilde.
Toen hoorde ik Margriet schreeuwen.
“Open de deur!”
Lucas keek naar Victor.
“Ze hebben haar.”
Victor liep naar de deur.
“Blijf hier.”
Hij wilde de trap oplopen.
Ik greep zijn arm.
“Wacht.”
Hij keek me aan.
“Wat?”
Ik haalde mijn noodtelefoon tevoorschijn.
Er stond één nieuw bericht.
Van mijn advocaat.
“NIET NAAR BUITEN GAAN. WE HEBBEN DE KLINIEK ONDER BEWAKING. MAAR ER IS IEMAND BINNENGEKOMEN DIE ZICH VOORDOET ALS ARTS.”
Mijn hart stopte bijna.
Ik belde onmiddellijk.
Geen antwoord.
Toen kwam er een tweede bericht.
“EMMA EN ELISE ZIJN NIET MEER IN HUN KAMER.”
Mijn handen begonnen te trillen.
Ik keek naar Victor.
“Ze hebben mijn dochters.”
Hij werd lijkbleek.
Boven ons werd de kelderdeur langzaam geopend.
Een stem klonk vanuit het donker.
“Dan is het tijd om te kiezen.”
Ik keek omhoog.
Margriet stond boven aan de trap.
Ze hield een telefoon in haar hand.
Op het scherm stond een livebeeld.
Emma.
Elise.
En een onbekende man die naast hun wiegjes stond.
Margriet glimlachte.
“Je wilt je dochters terug?”
Ik keek haar aan.
“Wat wil je?”
Ze antwoordde:
“Het originele testament.”
Toen verscheen achter haar een tweede persoon.
Lucas.
Hij hield iets in zijn hand.
Een DNA-rapport.
Hij keek mij aan en zei:
“Want jij hebt geen idee wie de biologische moeder van die tweeling werkelijk is.”






